Bij gebrek aan beter

Hij staat in Groot-Brittannië al geruime tijd bekend onder zijn initialen: IDS. Deze week maakte het grote publiek ook kennis met zijn blonde echtgenote, BDS. Betsy, de vrouw van de Conservatieve leider Iain Duncan Smith, wordt ervan beschuldigd belastinggeld te hebben opgestreken voor werk in zijn kantoor dat zij nooit heeft verricht.

Het is de zoveelste tegenslag in het politieke leven van een oppositieleider die zijn dolende partij geen moment terug op koers heeft weten te krijgen. Zelfs van die zeldzame overwinning, afgelopen mei bij lokale verkiezingen, kon hij niet ongestoord genieten. De pers bleek meer geïnteresseerd in het vertrek van een lid van zijn schaduwkabinet, die uitgerekend op dezelfde dag had besloten zijn gal over 'IDS' te spuien. Met Iain Duncan Smith aan het roer, verklaarde deze Crispin Blunt, kan de partij van Winston Churchill en Margaret Thatcher een terugkeer naar Downing Street gevoegelijk vergeten.

Duncan Smith heeft het gevoel voortdurend achterom te moeten kijken, uit angst voor weer een aanval in de rug. Het partijcongres vorige week in Blackpool overleefde hij nog net, ondanks een fluistercampagne onder collega-Lagerhuisleden tegen zijn leiderschap. Een 62 minuten durende speech, onderbroken door 17 staande ovaties op teken van zijn woordvoerder, werd uiteindelijk afgesloten met een ellenlang slotapplaus, met Betsy aan zijn zijde. Maar het is mogelijk dat hij voor kerstmis alsnog wordt gedwongen op te stappen, zeker als het onderzoek naar het secretaressewerk van zijn echtgenote slecht uitpakt.

Tot die tijd gaat de martelgang van deze oud-militair door. Tijdens het vragenuurtje deze week was zelfs de kikker in zijn keel weer terug waar columnisten voortdurend de spot mee drijven en die dank zij intensieve spraaktraining leek te zijn verdwenen. Simon Hoggart van The Guardian heeft deze afwijking zelfs een naam gegeven: Freddy - naar de legendarische griezel in de horrorfilm 'Friday the 13th', die ook van geen wijken wil weten. Volgens Hoggart is Duncan Smith mede door zijn overslaande stem zo slecht opgewassen tegen premier Blair, dat Labour-parlementariërs al spottend 'Meer, meer!' beginnen te roepen voor hij aan het woord komt.

Voor buitenstaanders is het onbegrijpelijk waarom juist hij twee jaar geleden tijdens de slotstemming onder de achterban 150000 Tory-leden achter zich wist te krijgen. Was het nou echt niet te voorzien dat Iain Duncan Smith niet de man was die de partij weer naar het centrum van de macht zou weten te loodsen? Waarom kozen de Tory's in plaats van de kale, kleurloze William Hague een exacte kopie, maar dan wat ouder?

Het meest waarschijnlijke antwoord van Tory's op die vraag is: omdat er geen goed alternatief was. Van zijn beide meer begenadigde tegenstanders was Kenneth Clarke te eurofiel en probeerde Michael Portillo net iets te veel op Blair te lijken. Daarbij had Portillo toegegeven in het verleden homoseksuele affaires te hebben gehad, hetgeen binnen de Conservatie partij nog altijd bepaald geen aanbeveling is.

Tegen Iain Duncan Smith, geboren in 1954 uit de bijzondere combinatie van een oorlogsheld en een balletdanseres, bestonden dergelijke bezwaren niet. Hij is weliswaar rooms-katholiek -als eerste Conservatieve leider uit de geschiedenis- maar daar stond tegenover dat hij met z'n vier kinderen bekend stond als een echte familyman en ook op Europees gebied de juiste papieren had. Begin jaren negentig had hij blijk gegeven van moed, door als net aangetreden Lagerhuislid voorop te lopen in het verzet tegen Britse ondertekening van het Verdrag van Maastricht. De Conservatieve premier van destijds, John Major, heeft het hem nooit vergeven.

Op andere gebieden echter is Duncan Smith altijd tamelijk onduidelijk geweest over de richting die hij met de Conservatieve partij op wilde. Zelf heeft hij een uitgesproken rechts profiel. Niet alleen is hij een voorstander van de doodstraf, hij legde in het verleden ook een link tussen woningnood en de komst van immigranten in zijn kiesdistrict. Maar dat stempel kon hij onmogelijk op de Tory's drukken, wilde hij enige voet aan de grond krijgen in het politieke centrum, dat Blair sinds 1997 stevig in handen heeft.

Inmiddels heeft zijn schaduwkabinet een reeks plannen uitgewerkt die opnieuw niet uitblinken door consistentie. Belangrijk thema is het vermeende onvermogen van Labour om met extra miljarden het niveau van de publieke voorzieningen op te krikken. Maar wat de Conservatieven daar tegenover willen zetten -ondermeer het subsidiëren van bezoeken aan privéklinieken- roept tot op heden meer wantrouwen op dan enthousiasme.

De grootse handicap voor Duncan Smith is dat hij rond het belangrijkste politieke item van dit moment niet vrij kan opereren. Zijn grote tegenstander Blair is kwetsbaarder dan ooit zolang het maar niet lukt om Iraakse massavernietigingswapens te traceren. Maar al te hevige kritiek van de oppositieleider op dit punt zou volstrekt ongeloofwaardig zijn, omdat de Conservatieven de oorlog tegen Irak volmondig hebben gesteund.

De achterban ziet zich zodoende opnieuw voor de moeilijke keus gesteld: Iain Duncan Smith of toch iemand anders? Een leiderschapswisseling is een weinig aanlokkelijk vooruitzicht, ongeveer anderhalf jaar voor de volgende verkiezingen. Daarbij worstelt de partij meer dan ooit met het gegeven dat 'IDS' destijds naar boven deed drijven. Er is geen goed alternatief, hoezeer iedereen het er ook over eens is dat Labour in zijn huidige matige vorm een effectievere oppositieleider verdient.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden