Bij een volgende aardbeving kan Kobe alleen nog smelten

Nu bijna vier geleden stortte Kobe volledig in. Een aardbeving bracht littekens aan mens en bebouwing. Langzaam is de Japanse stad weer opgekrabbeld. Maar sommige mensen leven nog altijd op straat. Niet omdat ze geen huis kunnen krijgen, maar omdat het leven een andere essentie heeft gekregen. Bewegen, zwerven, vrijheid, vertelt een Kobenaar, is het belangrijkste in het leven.

KOBE - Een tuttig dametje met uitpuilende ogen en boodschappentassen noemt hen 'lompen'. Vol afgrijzen blikt ze neer op een kluwen daklozen onder een loopbrug in hartje Kobe, de stad van de vernietigende aardbeving van 1995. “Vroeger zag je ze niet. Nu kruipen ze uit alle hoeken en gaten te voorschijn. Afschuwelijk.”

Een van de zwervers belt met behulp van zijn draagbare telefoon. Luidruchtig uit hij zijn ontstemming. Vanochtend heeft hij geen werk gevonden. De zwerver-dagloner telefoneert met kennissen. Morgen, ja morgen zal hij er zijn, roept hij. Morgen krijgt hij werk, zo wordt hem beloofd. Voor één dag. Het werk is gevaarlijk, maar het betaalt goed. Omgerekend 160 gulden voor 10 uur acrobatiek in de hoogbouw. Onverzekerd. Maar zo gaat het nou eenmaal.

Hij heeft maanden in een noodwoninkje gezeten, niets gedaan, zoals zovelen. Wat moest hij doen? De stad was ingestort, het leven tot stilstand gekomen. Als Kobenaar kon je de stad onvluchten. Of je kon er blijven. Wie bleef, bleef geconfronteerd met de ellende. Tallozen raakten gedeprimeerd, vele tientallen pleegden zelfmoord.

Ja, zijn familie overleefde de aardbeving. Dat was ook alles. “We hebben alleen het vege lijf gered”, zegt de zwerver. De rottigheid van de hele wereld concentreerde zich in zestien kubieke meter bedompte lucht die hij met zijn jongere zuster en moeder deelde. Gevangen. De wanden kwamen op hem af. Benarde behuizing, gestapelde containers. De doden, 6400 doden. Tienduizenden met blijvend letsel. Honderdduizend huizen kapot. Littekens aan mens en bebouwing. Hij woont nu ruim twee jaar op straat, vooral in Sannomiya, een kantoor- en winkelbuurt. In de winter rekent hij op onderdak bij vrienden. Maar de essentie van zijn bestaan blijft bewegen. Zich niet laten opsluiten. Bewegen, zwerven, vrijheid. Ook omwille van zijn daglonerswerk beweegt hij. Van bouw naar bouw. Als een amoebe. Niet bewegen is voor hem stolling, rigor mortis.

In een oostelijk stadsdeel van Kobe staat een beklagenswaardig scheef miniatuurtempeltje langs een spoorlijn. Bij de ramp vielen hier de vroegere houten huisjes om alsof ze bordkartonnen coulissen waren. Wat niet ineenzakte, brandde af of moest worden geslecht. Deze wijk is weer in haar geheel opgebouwd. Er gapen nog nauwelijks gaten in de bebouwing. Lieflijke huisjes maakten plaats voor kunststoffen twaalf-in-een-dozijn-woningen. Alle stenen aan de nieuwe puien zijn vals: prefab-platen van namaak steen, afzeembaar plastic. Kobe zal nooit meer branden. Bij de volgende ramp kan de stad alleen smelten.

Het scheve tempeltje, niet groter dan een middeleeuws votiefaltaar, herbergt een stenen boeddha met rood slabbetje en rood hoofddeksel. In de wijde omtrek is deze gewijde plek het enige gedenkteken voor de ramp.

Bijna vier jaar na de aardbeving is Kobe bezig aan een langzaam maar gestaag herstel. Vluchtelingen keren druppelsgewijs terug: per maand ruim vijfhonderd. De groeiende stad telt 1,4 miljoen inwoners. Al zijn dat er nog 100 000 minder dan op de dag van de ramp.

Van de Kobenaren die indertijd niet vluchtten, wonen er 20 000 in noodwoningen. In razend tempo verrijzen sociale woningen, merendeels rechttoe-rechtaan-flats. Toch zijn het er niet genoeg. Een loterij bepaalt wie naar welke flat verhuist. Over de loterij heerst groot ongenoegen: het lot bepaalt het lot. Zo kon het gebeuren dat een bejaarde Kobenaar op tien kilometer afstand van zijn oude buurtje en vrienden werd geplaatst, twintig hoog, aan de rand van een industrieterrein. Weggerukt uit zijn sociale leven. Inspraak? Onmogelijk. Wie weigert komt niet meer in aanmerking voor een sociale woning.

Onlangs begon een aantal Kobenaren een hongerstaking uit onvrede over de willekeur waarmee overheidshulp wordt verstrekt. De hongerstaking eindigde na vier dagen en enkele vage toezeggingen van de autoriteiten. Een pasgetrouwd stel verloor in 1995 zijn hebben en houwen. Het had een paar weken voor de aardbeving een huis laten bouwen. Van de hypotheek was nog niets afbetaald. Het nieuwe huis stortte in. Inmiddels heeft het echtpaar op dezelfde plek weer een huis laten bouwen. De hypotheekschuld is verdubbeld. De overheid springt niet bij.

In het westelijkste deel van Kobe toont een zwangere huisvrouw de plek. Hier, voor deze school, plaatste de 14-jarige moordenaar vorig jaar het afgehakte hoofd van zijn slachtoffer, een 11-jarig jongetje. De afgrijselijke moord kreeg wereldwijd aandacht. De minderjarige moordenaar bleek ook een jong meisje te hebben omgebracht. Eveneens in koelen bloede. Om de sensatie van het doden. “Hoe was het toch mogelijk?”, vraagt de jonge vrouw. “Zijn de mensen zo veranderd door de aardbeving? Is er is toen wat in de hoofden geknapt?”

De rector van deze school werd afgelopen lente gedwongen ontslag te nemen, één jaar voor hij met pensioen zou gaan. Een van zijn leerlingen had beestachtig gemoord. Maar dat was niet de ontslaggrond. Een roedel jakhalzen van de Japanse pers betrapte het schoolhoofd tijdens een bezoek aan een hoerenkast. Kobe, oord der absurde tronies, oord van onderhuidse wonden, postseismisch trauma en verwrongen zielen.

De getekende stad is zwaar gestraft. Zwaarbeproefde mensen willen vergeten. De therapie van de amnesie: hard werken, zich met tomeloze energie beijveren voor de wederopbouw. Maar er is een nieuwe tegenslag. De recessie die over Japan trekt, treft ook Kobe.

Monteur Yuichi Tanaka (45) herstelt kapotte dieselgeneratoren. Tanaka's betonnen werkplaats dateert van voor de aardbeving. Op 17 januari 1995 zakten de andere huizen in zijn buurt in. Zelfs het spoorwegviaduct bij hem voor de deur begaf het. Stroomdraden bungelen in de lucht waar woningen stonden. Tanaka, die onder de smeer zit, rookt een sigaret in de steeg tussen werkplaats en het inmiddels herstelde spoorviaduct. “We zijn dubbel gestraft. Eerst met de aardbeving en nu met de recessie. Hier ondervinden we de rampspoed extra hard. Veel mensen zijn uit deze buurt weggetrokken, de stad uit, de meesten naar Osaka. Met hen verdween een groot deel van mijn klandizie. Als iemand nu een kapotte generator heeft, koopt hij gewoon een nieuwe. Door de recessie zijn de prijzen van nieuwe machines gekelderd. Het is te duur geworden om iets te laten repareren.”

Alleen in de bouw gaat het goed, zegt hij. De stad en de haven moesten immers weer worden opgetrokken. “Maar het zijn niet de plaatselijke bouwbedrijfjes die profijt trekken van de wederopbouw. De meeste lucratieve opdrachten gaan naar een handjevol bouwgiganten, stuk voor stuk ondernemingen uit Osaka en Tokio. Wat hebben wij Kobenaren daaraan?”

Met één sector van de economie in Kobe gaat het zeker goed, de algemene recessie ten spijt. Dat is de sector van vertier en plezier. Een hypermoderne poel des verderfs omringt een van de capsulehotels in de stad. Dames van niet al te zware zeden werven voor de oudste bedrijfstak. De meeste clubs bevinden zich in gebouwen die grandeur uitstralen. Hier zijn kosten noch moeite gespaard bij de wederopbouw.

Dronken kantoormannen worden er verwend en in alle opzichten uitgekleed. Een man in driedelig grijs wankelt een pret-etablissement uit. Hij kan de laatste trein naar huis waarschijnlijk niet meer halen. Bovendien zou hij in deze desolate staat een perron niet kunnen onderscheiden van een aquarium. Een meisje met oranje geverfde haren chaperonneert hem het capsulehotel binnen. Twee minuten later strompelt hij onbegeleid naar zijn capsule, een deurloos kunststof alkoofje ter grootte van een lijkkist. Hij bonkt zijn hoofd tegen het lage plafond maar voelt niets.

In zijn slaap schreeuwt hij om zijn moeder. Dit leidt aanvankelijk tot hilariteit onder de gasten in de belendende capsules. De man blijft gillen. “Ofukuro!” (Moedertjelief!). Als hij eindelijk verstomt, dringt een zure braaklucht de andere capsules binnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden