’Bij een sportieve bodycheck kun je ook al je botten breken’

(Trouw)

Het probleem ’agressie in de sport’ moet niet worden overdreven, zegt een sportpsycholoog na de veroordeling van twee waterpolozussen.

De rechtbank in Almelo heeft gisteren twee waterpolozussen uit Borne veroordeeld tot taakstraffen van 60 en 120 uur wegens zware mishandeling van een tegenstander tijdens een waterpolowedstrijd. De twee (17 en 22 jaar) hielden vorig jaar bij een wedstrijd in Neede een tegenstander zo lang onder water, dat ze bijna verdronk.

Het slachtoffer liep een posttraumatische stress-stoornis op en kon lange tijd niet werken. Ze heeft sinds die wedstrijd last van paniekaanvallen en concentratieproblemen. De zussen moeten haar 800 euro immateriële schade vergoeden.

Voor de rechtbank was doorslaggevend dat het onderduwen zich niet voordeed in het vuur van de strijd, maar tijdens een dood spelmoment. Het slachtoffer had net gescoord, de scheidsrechter had gefloten en het spel lag stil. Daarom vond de rechtbank dat de misdragingen van de zusjes niet anders beoordeeld moeten worden dan wanneer deze buiten de sport waren begaan.

Bij sport is het beheersen van emoties enorm belangrijk, want anders wordt het moeilijk om optimaal te presteren, zegt sport-, kinder- en jeugdpsychologe Joyce Jansen. „Daar hoort een bepaalde felheid bij, want iedere sporter wil uiteindelijk winnen. Zenuwen spelen een belangrijke rol, maar agressiviteit komt ook steeds vaker voor. Vroeger kreeg ik in mijn praktijk vooral de vraag hoe een sporter zijn zenuwen in bedwang kan houden. Tegenwoordig hoor ik steeds vaker de vraag hoe de agressie beter kan worden beteugeld”, zegt Jansen. Zij is lid van het Olympisch Netwerk Brabant, ze begeleidt sporters die mee willen doen aan de Olympische Spelen in 2012.

„Mijn cliënten willen hun boosheid controleren. Dat verzoek kreeg ik vroeger nooit. De belangen zijn groter. Ze raken gefrustreerd als iets niet lukt, wat leidt tot woede, die weer kan ontaarden in agressie”, merkt Jansen. „Die frustraties kunnen uiteenlopende oorzaken hebben. De prestatiedrang, problemen thuis en problemen met gezag bijvoorbeeld. Sporters zijn een stuk rustiger als bijvoorbeeld de klik met hun coach goed is. Als die band er niet is, kan er een autoriteitsprobleem ontstaan waardoor het presteren steeds frustrerender wordt.”

Sportpsycholoog Rico Schuijers – begeleider van de nationale teams van elf sportbonden, waaronder het ’gouden’ Nederlandse waterpoloteam – vindt dat het probleem niet moet worden overdreven. „Er zijn wekelijks duizenden wedstrijden waar helemaal niets gebeurt. Er is nu veel aandacht in de media, maar het gaat helemaal niet zo slecht op dat vlak. Ik train zelfs geregeld sporters die juist assertiever willen worden.”

Volgens hem is er een verschil tussen felheid en agressie. „Felheid mag, zolang het volgens de regels gebeurt. Bij een reguliere bodycheck in het ijshockey kan iemand alle botten breken, maar dat is nog geen agressie. Agressie is de daad met een kwade intentie. Als die ijshockeyer de stick om de hals van de tegenstander hookt en bijna zijn nek breekt, dan doet ie dat om die man neer te halen. Dat heeft helemaal niets met sport te maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden