Bij de rouw passen maar drie gebaren

AMSTERDAM - Na de hofdansen uit Java en de dodenrituelen uit Borneo kwamen dit weekend vijfentwintig musici en dansers uit Noord-Sumatra op het veel te kleine toneeltje van het Amsterdamse Tropeninstituut. Hoe weinig deze etnografische excursie met de overige programmering van het Holland Festival ook uitstaande heeft, de Bataks zorgden voor een fascinerende avond, met meer muziek dan dans.

Zo precieus en gekeurslijfd aan het Javaanse hof wordt bewogen en bijna aandoenlijk simpel de groteske maskerdansen ter bezwering van de boze geesten uit Borneo op mij overkwamen, zo virtuoos en opzwepend is de Sumatraanse muziek. Vier voorbeelden van de door Islamitische invloeden verrijkte trommel- en blazerstechnieken illustreerden de diversiteit van stijlen.

Opvallend is het verschil, zowel in instrumentatie als in dans, bij de Batak-ensembles uit het kustgebied en die van het binnenland. Worden in de kuststreek vooral strijk- en snaarinstrumenten zoals rebab, viool en luit gebruikt en zijn de ceremonies ook meer op presentatie gericht, in het binnenland worden de trommels en gongs ook door dubbelriet blaasinstrumenten begeleid en zijn de bijbehorende dansen nog gelieerd aan lokale religies.

Zo gevarieerd en bij wijlen uitbundig de muziek, zo ingetogen en sober zijn de rituele bewegingen, die hoofdzakelijk uit het spreiden van de vingers, draaien van de polsen, veren door de knieen en het wiegen met de heupen bestaan. In het eerste programma-deel, de Sayur Matuan (een perfecte dood), wordt in een dodenritueel het ontroerende samengaan van verdriet en vreugde benadrukt. Na een solo waarin een oude danser de voorgeschreven 120 dansgebaren als een gebed aanhief, verscheen een oude vrouw die haar rouw met niet meer dan drie gebaren vertolkt: zo niets en tegelijk zo alles omvattend is haar aanwezigheid dat het tafereel diepe indruk maakte. Haar rouwbeklag is de opmaat voor een maskerdans waarin de neushoornvogels (als de vervoerders en beschermers van de doden) worden nagebootst, maar ook gemaskerde mannen en vrouwen met elkaar dansen. Twee van hen zijn clowns en zij drijven op een tamelijk klungelige manier met elkaar de spot, schoorvoetend en met schuingehouden ronde maskers met hoog opstaande borstelharen. Intrigerend in dit nummer was vooral de nasale, door alles heen dringende hobo (sarunai), die de onophoudelijk doorgaande melodie aangeeft.

Van de muzikale nummers na de pauze imponeerde het door zeven man uitgevoerde Gondang Hasapi uit de omgeving van het Tobameer. In een halve kring zitten de mannen er als de zeven dwergen van Sneeuwwitje bij: schuddebollend op het snelle ritme van hun heterofone muziek is hun plezier aanstekelijk. Hoogtepunt van de avond was de finale, met de trance opwekkende en in het duister uitgevoerde Gondang Sabanguan-ceremonie: bij deze muziek voor gongs, grote en kleine trommels en een grote hobo zou Steve Reich absoluut door de knieen gaan. Je vraagt je af hoe het komt dat de minimal-dancers in het westen de swing van de Toba Batak nog niet ontdekt hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden