Bij de nieuwe choreografen slaat koper nogal groen uit

DEN HAAG - In het Cadans Festival staat terecht de moderne danser nieuwe stijl centraal. De nieuwste danserslichting leidt net als haar choreografen een freelance zwerversbestaan en heeft daardoor een andere wederzijdse afhankelijkheid in incidentele clustervorming gecreëerd.

Choreografen maken van deze verandering ook in artistiek opzicht gebruik. Versleten codes moeten ontrafeld en in het aanboren van nieuwe dansaders geldt voor alles de persoonsgebonden ervaring. Zo werd het gemeengoed dat in de programmaboekjes de dansers zelf voor hun choreografische inbreng worden bedankt. Steeds vaker bieden dansers zich ook aan om met de schrijvers van hun lichaamstaal een avondvullend product te maken.

De nieuwste dans lijkt in een tweesporenproces beland. Aangeleerde bewegingstechnieken worden door middel van fysieke terreur binnenstebuiten gekeerd of afgelegd om de unieke bewegingskwaliteit en identiteit van de beweger als de glanzende pit onder ruwe bolster te demonstreren. Geen eenvoudige opgave, temeer omdat het stempel van William Forsythe doorgaans zwaar op de werkwijze drukt.

Eerder in dit festival namen Anouk van Dijk en Feri de Geus vijf dansers onder hun hoede om de volwassenwording in dansbeeld te brengen. Een derde festival-coryfee, Paul Selwyn Norton, maakte eveneens van dat aantal gebruik. Vijf biedt immers een rijkdom aan mogelijkheden om de gladde witte dansvloer met een invlecht van duetten, solo's of trio's te kapselen. Door componist Fred Firth en het Asko ensemble werd een oude wens van Norton vervuld. Op snijdend scherp, onheilspellend gebuzz gaf Norton zijn dansers kunstmatige hulpsteunen, namelijk een soort krukken om hun nek, voeten, polsen of enkels op gewenste hoogte te houden. Voor een verkreukeld zilverkleurige achterdoek doemt een getormenteerde, van elke zingeving of invoelbaar verband ontdane wereld op. Toch zijn alle vijf een genot om te volgen: elk vertegenwoordigt een opgekropte vibrerende lichamelijkheid en geeft daar een onnavolgbare eigenheid aan. Het lijkt wel of ze allemaal hun anatomische ondergeschiktheid willen ontkennen of ondermijnen. Op hun organisatie van de ruimte valt geen peil te trekken.

Een half uur lang weten zij mij daarmee op het puntje van mijn stoel te houden. Dan zou de verveling meedogenloos toeslaan, waren er niet zeven prachtig gevouwen mini-olifantjes op zwarte plaatjes die als een verdwaalde kudde werden rondgeschoven. Voelen de dansers zich even opgejaagd als deze om hun ivoren slagtanden bedreigde kudde? In alle ernst brengt Vitor Garcia even een kwinkslag met een spettersolo waarin hij een zwart-wit gestreept stokje als zijn V-snaar gebruikt: van wenkbrauwborsteltje tot junkspuit. Het mag niet baten. Mijn greep op 'The Rogue Tool' is er vooral een van verwondering.

Zo onduidelijk de bewegingsdrang in The Rogue Tool, zo weinig liet het duo Jean Louis Barning en Betsy Torenbosch aan mijn fantasie over. Voor hun 'Koper Groen Oranje Roest' namen zij niet alleen zichzelf maar ook Marien Jongewaard, Truus Bronkhorst en Piet Rogie als hun schrijvers, om vier fases en aspecten van hun identiteitsvorming in beeld te brengen. Barning is het toonbeeld van een gespierde bink, maar met een zijige afwachtende uitstraling. Liggend in een lang blauw fluwelen gewaad is hij de heilige onschuld met te onthullen stoere inborst. Naast hem is Torenbosch een ongedurig angsthaasje. Dapper volhoudend in gekwelde onschuld wenst zij zich teweer te stellen tegen de boze wereld. Herkenden Jongewaard/Bronkhorst iets van zichzelf in dit jonge paar? In de zoemende bijtjes-romantiek van Gavin Bryars en Pink Floyd wordt de ontluikende verliefdheid nog niet door safe sex bedreigd. Ach ja, dat waren nog eens onnozel lieve tijden, met de hang naar onschuld als ontwapenende bescherming. Piet Rogie mag de de onderhuidse conflicten uitwerken. Helaas koos hij daarvoor The Velvet Underground en het NVSH-standenboek. Het eind is voorspelbaar. De twee keren elkaar de rug toe en daarmee ook de nostalgie naar de jaren zeventig. Er valt voor deze twee nog heel wat te mediteren over een goudvis in gevangenschap en de brochures van de Rutgers-stichting. Koper sloeg groen uit en het oranje bleek roest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden