Bij de dood van een volksheld

Hij was geliefd bij het volk, populair van Delfzijl tot Middelburg. Zijn fans reisden naar zijn huis om een glimp van hem op te vangen. Zijn teksten lagen op ieders lippen. En toen hij stierf -veel te jong en plotseling, hij had toch de tol betaald voor de alcohol- was Nederland in diepe rouw gedompeld. Een icoon was heengegaan.

Meer dan 250 jaar na de dood van Hubert Kornelisz. Poot herinnert menigeen zich onmiddellijk het grafschrift 'Hier ligt Poot: hij is dood'. Dat is overigens niet de tekst waaronder deze volksheld in de Oude Kerk te Delft begraven ligt ('in het pad achter den preekstoel naar de zijde van het orgel'). Want vlakbij die nauwkeurig omschreven plaats is de sobere tekst 'H.K. Poot, obiit 17 12-31 33' aangebracht -met andere woorden: Poot overleed op oudejaarsdag 1733, op 44-jarige leeftijd. Het veel bekendere grafschrift is van veel latere datum. Het is afkomstig van Aart Veder, een vriend van Jacob van Lennep die het in 1859 in De Schoolmeester opnam, waarna het een gevleugeld citaat is geworden.

Poot is geboren in 1689 op een boerderij in Abtswoude, onder de rook van Delft. Waar zijn ouderlijk huis heeft gestaan, komt de Vockestaertroute door Midden-Delfland op steenworpafstand voorbij. De atlas van Cruquius situeert de boerderij Pooten Heul aan de westzijde van de Abtswoudseweg, tegenover de kruising met de Mandjeskade. En de route die we volgen, ademt de geest van Poot.

Hier slenterde hij elke dag naar school in Schipluiden, over de Tanthofkade (een beeldschone graskade) en de Zuidkade (die onlangs weer vers geasfalteerd is). Uit deze omgeving putte Poot de inspiratie voor zijn gedicht: 'Hoe genoeg'lijk rolt het leven des gerusten landmans heen'. Hier liep hij ook zelf jarenlang te zweten en te zwoegen achter de ploeg en verzorgde hij het vee: 'Ik ben Poot, eens lantmans zoon, misdeelt van ryke schatten: de dartele Fortuin keert my den rugge toe. Ik leef tot heden van den arbeit myner handen, al stug van barstend eelt. 'k Moet zweeten om den kost die nogh maar weinigh kost.'

Hij had geen opleiding genoten, daar verontschuldigde hij zich bij herhaling voor. Maar wat hij in zijn vrije momenten aan gedichten schreef, werd gevroten door het volk én de in tel lectuelen. Het was de tijd dat arcadische poëzie gretig aftrek vond, Poots Akkerleven en andere verzen ook. De boerendichter werd zelfs zo populair dat er geregeld dagjestoeristen de Abtswoudseweg afwandelden om te zien hoe hij leefde. De fotocamera was nog lang niet uitgevonden en de touringcar evenmin, maar je kunt je voorstellen hoe het er tweeënhalve eeuw geleden rond de boerderij moet hebben uitgezien.

Over Poot zou nog veel meer te vertellen zijn, maar daarvoor moet je naar Delft. Daar is hij op een zeker moment naartoe gevlucht, omdat hij op Pooten Heul niet uit de voeten kon met zijn literaire ambities. Hij had genoeg van het eelt op zijn handen, wilde meer dan verzen schrijven met een rijmwoordenboekje, stortte zich op Hooft en Vondel en bestudeerde vertalingen van klassieke toppers als Horatius, Vergilius en Ovidius. Hij hoopte nog meer in literaire kringen te komen, en bovendien had hij zijn oog laten vallen op een leuke burgemeestersdochter. Maar zijn verwachtingen kwamen niet uit. Poot raakte aan de drank in Delft -volgens Busket Huet was hij een 'berucht en geruchtmakend nathals' en zelf gaf hij ook toe dat hij geboeid was door het 'gulzig zuipen', want dat rijmde zo mooi op'natte kelderstuipen'. De alcohol tastte zijn weerstand zo aan dat hij uiteindelijk na een zwaar ziekbed aan de tbc is overleden.

Maar onze wandelroute voert niet door Delft maar door Midden-Delfland, waar je overigens nog steeds struikelt over de Poten. Er wonen nog veel naaste of verre familieleden op de noeste boerderijen in het groene paradijs, dat al meer dan dertig jaar wordt bedreigd door een onzalig plan om er de rijksweg A4 doorheen te trekken. Twee keer komen we in het open polderlandschap een hoop zand tegen; je wil er niet aan denken dat hier straks ook weer rijen blik voorbij trekken. 'Niets zonder Gods zegen' staat er ergens op de hekpaal van een boerderij, maar bij de A4 mag je daar aan twijfelen.

Van Abtswoude naar Schiedam lopen we door de berm van het fietspad en we zien wat Poot al schreef: 'Ten zuiden blaeut de vest van 't smookende Schiedam, Delf heft zich op in 't noorden en Schiplui deist in 't west.' Als je de ruimte van Midden-Delfland hebt geproefd en de sloten in eeuwenoude patronen hebt zien lopen, lijkt de nieuwbouw van Schiedam en Vlaardingen een ontnuchterende douche, maar tussen de Holyweg en de stadse woningen loopt een lekker spannend paadje -veilig, geen auto's, alleen hier en daar een zwiepende tak. En bij de Trekkade mogen we het Kleine Groene Hart weer in, langs de Vlaardingervaart. Het is een smal pad, dat met elke tegenligger weer even spannend wordt.

Godvruchtig volk is het hier, als je goed op de hekpalen van de boerderijen let. 'Aan Gods Zegen is alles gelegen' en zo. Daar zou Poot zich niet zo bij thuis hebben gevoeld, al heeft hij ook religieuze gedichten geschreven en is hij in een geloofscrisis bijna tot de rooms-katholieke kerk bekeerd. Maar stichtelijk was hij niet. Uiteindelijk was de drank toch sterker in zijn leven dan het geloof. En wat dat betreft is een bezoek aan het knusse café Vlietzicht meer in de lijn van de dichter. 't Is dan alleen nog wel twee kilometer lopen langs de Vlaardingervaart naar Schipluiden, waar de wandeling begon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden