Bij de brandweer kun je niet vroeg genoeg beginnen

Reportage | Korpsen in Groningen, Friesland en Drenthe richten jeugdkorpsen op

Op de brandweerkazerne in het Groningse Niebert komt een melding binnen: brand in een plantsoen. Een paar tellen later rennen vijf brandweermannen en één -vrouw naar hun rode bluswagen, die met lopende motor en loeiende sirenes klaarstaat. De bevelvoerder en tevens chauffeur hoort door de portofoon: een boom heeft vlam gevat, er is één slachtoffer, over gevaarlijke stoffen is nog niets bekend.

Als de brandweerwagen na een korte rit aankomt, rollen de bemanningsleden met de cijfers 3 en 4 op hun uniform de slangen uit. Dat gaat zomaar niet: eerst zit er een knoop in, dan blijkt de slang niet op de waterput te passen. Hun collega's worstelen intussen met het slachtoffer, wiens arm hevig bloedt en die ook nog een hoop herrie maakt. Hij weigert afstand te doen van 'zijn' boom. Pas als de bevelvoerder hem eindelijk in de toegesnelde ambulance heeft gebonjourd, kan het blussen beginnen. Omdat van de boom dan weinig meer over is, kan de bevelvoerder al snel het sein 'brand meester' geven.

Gelukkig was dit geen echte brand maar een oefening van de jeugdbrandweer Westerkwartier. Het vuur is in werkelijkheid een houten bord met daarop in rood en geel geschilderde vlammen, uit de slangen komt geen water, de brandweerlieden zijn kinderen.

Brandweerkorpsen in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe hebben een tekort aan vrijwilligers en richten daarom nieuwe jeugdkorpsen op. Van alle 36 brandweerregio's in de drie provincies hebben er op dit moment zes een eigen jeugdkorps. In 2017 moet dat aantal tenminste verdubbeld zijn. Dat is de inzet van een nieuwe campagne van de veiligheidsregio's van de drie provincies. "In Nederland, en zeker in het noorden, is een tekort aan brandweervrijwilligers. Door extra jeugdkorpsen op te richten willen we ons voor de toekomst van vers bloed verzekeren. Jeugdkorpsen zijn voor de volwassen brandweer een belangrijke kweekvijver", zegt Fred Bosma, coördinator jeugdbrandweer van de Veiligheidsregio Groningen.

Zo ook in Niebert. De vijftien leden van de jeugdbrandweer Westerkwartier willen straks allemaal de overstap maken naar de 'echte' brandweer, een enkeling wil uiteindelijk zelfs bij het professionele korps aan de slag.

De 16-jarige Leon Vorenholt meldde zich vorig jaar als eerste toen het jeugdkorps in Niebert werd opgericht. "Ik wil later bij de beroepsbrandweer. Dat wilde ik al van kleins af aan. Ik heb thuis een brandweerpieper. Als er in de buurt een brand is, ga ik kijken. Ik ben een echte ramptoerist."

Desirée de Groot (12), het enige meisje in de groep en vandaag de bevelvoerder, ontdekte haar passie voor het blussen van branden per toeval. "Ik ging vorig jaar met mijn broer mee toen hij hier kwam kijken. We zijn samen lid geworden. Het is belangrijk werk, ik wil later ook bij de professionele brandweer."

Bosma is blij met jongens en meisjes als Leon en Desirée. "Je moet echt een voorliefde hebben voor de brandweer, want voor de vergoeding hoef je het niet te doen. En het kost veel tijd, bij de volwassen brandweer oefen je tenminste drie keer per maand."

De acht junioren (12-16 jaar) en zeven aspiranten (16-18 jaar) oefenen elke donderdag. Praktijk én theorie. Als ze 18 zijn, kunnen ze de overstap maken naar de volwassen brandweer. Omdat het aantal jeugdkorpsen in Groningen achterblijft bij de rest van het land, gebeurt dat hier nog niet genoeg. Van elke tien leden van de vrijwillige brandweer in Niebert begon er één als jeugdlid. In grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht is dat meer dan de helft, het landelijke gemiddelde is iets meer dan 30 procent. In Nederland zijn iets meer dan 23.000 mensen lid van de vrijwillige brandweer. Er zijn zo'n 4.500 beroepsbrandweerlieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden