Bij de bende van Twaalf gaat het keurslijf uit

Kroonprins Willem-Alexander laat zich adviseren door tal van deskundigen. Maar de belangrijkste plek waar hij aan zijn standpunten schaaft, is een herensociëteit aan de Lange Voorhout 4. Daar komt eens per maand de Bende van Twaalf bijeen.

Achter de zware gordijnen is de 'denktank' van de kroonprins bijeen, het is die avond in de maand waarop hij met elf vrienden uit zijn Leidse studententijd praat over het leven en de dood, over principes en pragmatismen, over religieuze en aardse zaken. De gesprekken zijn verre van intellectueel, daarvoor zijn de deelnemers te jong en onervaren. Maar intelligentie is nadrukkelijk wèl aanwezig.

“Wat opvalt aan de bijeenkomsten is de buitengewoon aardige sfeer van een stel échte vrienden, die elkaar goede en duidelijke vragen durven te stellen”, zegt hoogleraar economie H. M. de Lange, die onlangs als gastspreker mocht optreden voor het selecte gezelschap. “En er wordt uitermate openhartig antwoord gegeven.” Dat kan ook, de bijeenkomsten zijn besloten, er wordt niet genotuleerd en de vrienden weten van elkaar: niemand zal ooit uit de school klappen.

Dominee C. A. ter Linden kreeg een jaar of vijf geleden een telefoontje van een lid van de Leidse studentenvereniging Minerva. Of Ter Linden er wat voor zou voelen maandelijkse bijeenkomsten te begeleiden waarop de studenten - van rooms-katholiek tot protestant - met elkaar over 'het leven' zouden spreken. Een beetje verrast was Ter Linden wel - je verwacht wat anders van de eerste de beste corpsbal - maar hij hapte wel direct toe. Een buitenkansje. Prompt een week later stond er een clubje van vijf heren op zijn stoep, keurig in het pak, en wat hen betreft kon de voorstelling beginnen: de dominee vertelt.

Aanvankelijk begint Ter Linden inderdaad met het voorlezen van Bijbelverhalen en hij wipt van het oude testament naar het nieuwe. Maar langzamerhand ontstaat het gesprek en de discussie. De geloofsvragen komen snel aan bod. En de bijeenkomsten bevallen zo goed, dat de deelnemers vrienden uitnodigen vooral ook deel te nemen. Willem-Alexander behoort niet tot de initiatiefnemers, maar wordt wel snel geïnviteerd en behoort sindsdien tot de trouwe bezoekers. Hij kent Ter Linden ook goed. De dominee is zo'n beetje de 'geestelijke huisarts' van de koninklijke familie. Inmiddels is de praatgroep uitgegroeid tot een 'Bende van Twaalf'. De meeste leden zijn afkomstig uit Letharg, de Leidse jaarclub uit de studententijd van de kroonprins. Veel jonge mannen uit de jaarclub van toen zijn vrienden gebleven. Friends forever, zeggen ze in Leiden.

De afgelopen vijf jaar heeft Ter Linden nooit met lege stoelen gezeten, meestal is het genootschap compleet - je belt alleen af als je een ernstige ziekte hebt. Het enthousiasme nam zulke vormen aan, dat vijf leden zelfs belijdenis wilden doen, onder wie de kroonprins. Dominee Ter Linden kon enige verbazing niet onderdrukken.

Toch moeten de avonden in de Kloosterkerk niet alleen als religieuze bijeenkomsten worden gezien, ze vormen nadrukkelijk ook een uitlaatklep voor de leden - en voor de prins in het bijzonder. Hij kan er eindelijk eens - met de voeten op tafel - hardop nadenken over het bestaan, zonder dat hij bang hoeft te zijn dat hij iets zegt waarop hij publiekelijk kan worden aangesproken. In functie mag hij zich absoluut niet uitlaten over politieke zaken, in de herensociëteit aan de Lange Voorhout 4 kan hij dat koninklijke keurslijf uitdoen, zich blootgeven. Alexander kan échte vragen stellen en échte antwoorden geven. De gedachtes van Alexander komen als ruwe brokken op tafel en hij krijgt door de discussie onder vrienden de kans daar wat aan te schaven. Op de maandelijkse besloten bijeenkomsten worden voor een belangrijk deel de waarden en normen van Nederlands toekomstige staatshoofd gevormd.

De gesprekken blijven doorgaans geen een-tweetje tussen Ter Linden en de Club van Twaalf. Regelmatig worden gastsprekers als hoogleraar De Lange uitgenodigd, om de gesprekken een nieuwe dimensie te geven. De Lange mocht vraag- stukken op het gebied van de sociaal-economische ethiek aansnijden. Maar ook werd de wegens zijn seksuele geaardheid tot aftreden gedwongen Rotterdamse bisschop Bür met enthousiasme onthaald. En rabbijn A. Soetendorp mocht voor het gezelschap over het jodendom komen spreken. Ook stond emeritus-hoogleraar kerkgeschiedenis

Niet bekend

De Lange heeft vooral een 'warm' gevoel aan zijn bezoek aan de Bende overgehouden. “We hebben die avond lange, intensieve discussies gevoerd, maar er is ook hard en soms lang gelachen. De prins is op die bijeenkomsten gewoon een van de twaalf deelnemers, maar ik denk dat de praatgroep voor hem wel de meeste waarde heeft. Zo'n club van goede vrienden waarin je in vertrouwelijkheid jezelf kunt zijn, is uitermate belangrijk voor de prins.”

De deelname van de kroonprins aan een heuse 'denktank' lijkt een afrekening met het wat platte leven dat zijn medestudenten in Leiden leidden. Willem-Alexander heeft zich na een jaar van gefeest vrijwel direct gedistantieerd van de brallende, grove en veeldrinkende 'ballen'. Hij houdt wel van een pilsje, ook wel van een paar, maar het moet niet bij vrijblijvend gedrink blijven. In het universiteitsblad Leidraad zei hij in juni 1995 dat hij uiteindelijk blij is dat hij lid van studentenvereniging Minerva is geworden, maar dat hij ook altijd bedenkingen heeft gehad. “Die mensen die de studentenvereniging verheffen tot iets zaligmakends - dat is een klein groepje mensen die heel beperkt denken - geven de vereniging een heel slechte naam. Tegen hen heb ik me ook afgezet. Na twee jaar Engeland en twee jaar in de marine over de hele wereld gevaren te hebben, werd mij verteld hoe de wereld in elkaar zit door een paar mensen die niet meer hadden gezien dan hun ouderlijk huis, de middelbare school en een hockeyclub. Eerst probeerde ik wel een discussie met hen aan te gaan. Maar dat had eigenlijk geen zin. Ze zaten een jaar langer bij de vereniging en hadden op grond daarvan gelijk. Op een gegeven moment word je dan wijzer en zeg je: laat ze maar... Ik vond de mentaliteit van sommige mensen bekrompen.”

Willem-Alexander denkt dat zijn marinetijd meer vormend is geweest. “Al je een week lang met kettingen en rubberboten op je nek op Texel rondzwerft zonder te slapen, met je kameraden in groepsverband, dan heb je op dat moment veel meer het gevoel dat dat belangrijk is voor je karakter.”

Dat de aanvankelijk wat 'vlakke' Willem-Alexander nu zit te navelstaren bij dominee Ter Linden, komt voornamelijk door de ervaringen die hij in Afrika heeft opgedaan. Die waren een eye-opener voor de kroonprins. Ze hebben hem betrokken gemaakt, socialer ook, bewust van sociale verschillen en van zijn eigen bevoorrechte positie, zeggen mensen in zijn omgeving. Willem-Alexander ziet de armoede en het lijden in Afrika wel veel minder als een politieke kwestie dan zijn vader, die met een progressieve voorkeur voor structurele oplossingen kiest. Alexander denkt als een D66'er of een VVD'er eerder met mens-tot-mens-inzet de zaken aan te kunnen pakken. Claus doet zijn inspiratie op in overlegorganen en gesprekken met beleidsmakers, Alexander is nadrukkelijk op de werkvloer bezig concrete problemen op te lossen, hij plakt letterlijk een pleister op de wonde. Het is het verschil tussen het actievoeren voor een andere politiek met duurzame oplossingen en het 'adopteren' van een Foster Parents-kindje.

Zo vliegt Alexander artsen over naar afgelegen gebieden. Meermalen was hij bij Anne Pourit van hulporganisatie AMRAF. Zes jaar geleden vlogen zij samen naar een volk op de grens van Kenia en Somalië. En de kroonprins bleef niet bij het vliegtuig, maar trad op als de assistent van madame Daktari, zoals Anne Pourit wordt genoemd. Videobeelden laten zien dat de toekomstige koning van Nederland met een gaasverbandje open wonden dept. “Deze zweer is nog niet rijp”, hoor je hem roepen.

In 1995 maakten vader en zoon een reis door Tanzania, waar Claus nog eens zijn liefde voor het zwarte continent benadrukte. “Ik ben in de ban van Tanzania en gelukkig voelt mijn zoon Alexander het ook zo. Wie een keer door Afrika is gebeten, laat het nooit meer los. In die toestand verkeert Alexander nu ook. En ik hoop dat dat nog lang zo blijft.” Claus hoeft niet bang te zijn.

'Afrika' - gepersonificeerd door zijn vader - en de avonden bij de Bende van Twaalf zijn ongetwijfeld de belangrijkste inspiratiebron voor de kroonprins, voor 'aardse' zaken zoekt hij begeleiding en advies bij allerlei vertrouwenspersonen die hij deels krijgt aangeleverd vanuit het kabinet van zijn moeder. Toch heeft Willem-Alexander nadrukkelijk een eigen weg ingeslagen door de aanstelling van J. W. (Jaap) Leeuwenburg als zijn particulier secretaris.

Dit is de man die sinds anderhalf jaar de meeste invloed op de prins schijnt te hebben. Leeuwenburg was voor zijn overstap naar de vertrekken van de prins hoofd van het stafbureau van de Directie Politie van het ministerie van binnenlandse zaken en vervolgens hoofd 'crisisbeheersing en rampenbestrijding' van dit departement. Niet dat Alexander Leeuwenburg vanwege diens bluservaring heeft binnengehaald. Hij wilde de topambtenaar per se hebben vanwege zijn kennis van het binnenlands bestuur. En daarmee brak Willem-Alexander pijnlijk met een lange traditie. Het ministerie van buitenlandse zaken leverde tot dan toe namelijk altijd de persoonlijk secretaris van de troonopvolger. De aanstelling leidde tot tandengeknars in het ene en tot gegniffel in het andere kamp.

Leeuwenburg staat bekend als een nuchtere no-nonsense man, wars van uiterlijk vertoon, gemakkelijk in de omgang en zeer goed ingevoerd. Kortom, een gouwe gozer, zeggen ze bij binnenlandse zaken en het departement zag hem met spijt vertrekken. Al waren ze natuurlijk trots een mannetje aan de kroonprins te mogen leveren.

Leeuwenberg bekleedt een spilfunctie in de werkzaamheden van Willem-Alexander. Hij is de man tussen de prins en de buitenwereld. Hij regelt kennismakingsprogramma's met bijvoorbeeld het bedrijfsleven, justitie en andere onderdelen van de samenleving waarmee de prins voor zijn kroning kennis wil maken. Hij plant de overige bezoeken, gaat altijd eerst kijken voordat de prins op visite komt en ook dan nog is hij bij het werkelijke bezoek aan de zijde van de prins. Leeuwenberg zorgt ervoor dat Willem-Alexander goed is voorbereid als hij een champignonkwekerij bezoekt, of een advocatenkantoor, of een tehuis voor daklozen. Leeuwenberg levert het dossier vol informatie aan, regelt voorgesprekken met deskundigen, zoals hij dat ook voor Willem-Alexanders bezoeken aan de Raad van State doet. Leeuwenberg is de sleutel tot een bredere kring van adviseurs. De secretaris belt oud-Eerste -Kamer-voorzitter Tjeenk Willink, nu voorzitter van de Raad van State en Alexanders 'tutor' in zijn oriëntatiebezoeken aan de maatschappij. Of oud-minister Kooijmans van buitenlandse zaken, nu rechter bij het internationaal gerechtshof. Of J. van den Berg, de Leidse hoogeleraar parlementaire geschiedenis die Willem-Alexander begeleidde bij zijn studie en nu directeur is van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Ook wordt de kroonprins nog onregelmatig geadviseerd en bijgestaan door de Leidse hoogleraar algemene geschiedenis dr. H. Wesseling - in een enkel geval copywriter voor een toespraak van de prins - en luitenant-kolonel K. Gijsbers van het Instituut Defensieleergangen. Samen met het hoofd van de rijksvoorlichtingsdienst, Eef Brouwers, met de algemeen secretaris van koningin Beatrix, dr. P. H. de Heer, en met grootmeester F. Kist (het civiele hoofd van de hofhouding), vormen deze deskundigen het umfelt van de kroonprins, maar wel met secretaris Leeuwenberg in het midden. Je hoort hem nooit, maar hij ís er nadrukkelijk. Pal achter de hoofdpersoon.

Er is nog een tweede circuit rond Alexander, het privé-circuit van vrienden en vriendinnen die dienen als zijn informele adviseurs, zo zei hij in november 1993 in een televisie-interview. “Ik heb heel echte vrienden. Ik denk dat het ook heel belangrijk is in de toekomstige functie om een paar heel echte vrienden te hebben die altijd eerlijk tegen je zijn, die kritisch aan de buitenkant mee staan te kijken... In deze functie met veel ja-knikkers om je heen, is dat het essentiële van een vriendschap... Ik heb vrienden die ik dag en nacht kan opbellen. Wederzijds.”

Alexander vertelt dat hij sommige vrienden vanaf de kleuterschooltijd kent, andere van de middelbare school, en een paar jongens uit Leiden, van jaarclub Letharg, die nu ook weer deel uitmaken van de Bende. Ongetwijfeld behoren de jongens Zwijnenburg en Van Muiswinkel (Zwijn en Muis) tot de intimi, met wie hij tijdens zijn studententijd in een pand aan het Rapenburg woonde. Met Alexander beneden, de jongens op zolder en de gemeenschappelijke verdieping 'De Fusie' daartussen. De kroonprins schijnt ook bevriend te zijn met Michiel van der Wal, de broer van fotomodel Frederique. Hij regelde dat de kroonprins in zijn eerste jaar van zijn studie met Frederique naar het Sempre-bal kon gaan. Ze moet oogverblindend zijn geweest, maar was geen blijvertje. Joshua, een Keniaanse jongen, heeft hij overgehouden aan het verblijf op het Engelse Atlantic College en nog steeds ziet Alexander Jacomijntje, zijn eerste vriendinnetje, een relatie die hij heeft kunnen omzetten in een duurzame vriendschap. En dan is er natuurlijk nog Emily. Aan of uit, ze zien elkaar wel zeer regelmatig. Op zijn minst zijn ze heel goede vrienden.

Alexander en zijn staf weten dat privé-circuit doorgaans buitengewoon goed af te scheiden. Alleen soms, heel soms kan de buitenwereld een glimp opvangen van een 'kroonprins in zijn vrije tijd'. Het is zondag op een vroege zomerdag in 1996, als op de Gouwzee voor de kust van Marken - tussen het pannenkoekenhuis aan de kop van de haven en vuurtoren Het Paard - een forse politieboot voor anker ligt. Vijftig meter verder dobbert een zeiljacht. Door de Minolta pocket 8x22 8.2° wordt de oranje vlag met blauw kruis aan de mast zichtbaar. Als dat De Groene Draeck niet is, het zeiljacht van de koningin. Op het voordek liggen twee mannen, zullen wel veiligheidsmensen zijn, en rond het roer staan acht personen: ze halen hapjes uit een mand. De koningin is niet zichtbaar, maar wacht: is dat het blonde hoofd van Alexander niet? Als hij een moment naar de kust kijkt, geeft hij zelf antwoord. Wie zijn de overige gasten, in van die gekleurde polo's? Als dat Zwijn en Muis niet zijn, en dat meisje met die haarknip Jacomijntje! Alexander gaat naast haar zitten, hun schouders raken elkaar. Ze kijkt om, verrek: het is Emily! En Privé had toch nèt geschreven dat het uit was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden