Review

Bij Calefax staan de neuzen allemaal dezelfde kant op

Calefax Rietkwintet: Vakantiewerk, vr 19/9 in Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Werken van Mendelssohn, Van Onna, Debussy, Schuyt, Liszt, Ravel en Strayhorn. Video: Rob Marinissen. Info: www.calefax.nl

Kijk, die vijf rietblazende mannen van Calefax timmeren voortdurend aan de weg. Ze klimmen over de heg van allerlei muzikale buren, ze reizen wat af en ze bladeren regelmatig door de fotoalbums van de muziekgeschiedenis op zoek naar nieuw materiaal voor hun speelse voorstellingen. Stilzitten is er niet bij met Calefax: in 2008 tel je op hun website bijvoorbeeld ruim zeventig optredens, dwars door allerlei genres, landen en festivals.

Vrijdag stonden ze in een intieme zaalopstelling in het Amsterdamse Muziekgebouw met het programma Vakantiewerk: composities van 1600 tot 2005 die allemaal te maken hadden met plaatsen die tot de verbeelding hadden gesproken van verschillende componisten.

De Calefaxers lazen beurtelings ansichtkaarten voor die ze zogenaamd van die componisten hadden gekregen uit verre oorden, gevolgd door de op die plekken geïnspireerde muziek. Met een gefilmd reisportret door Rob Marinissen vooraf, dat al net zo speels en scherp gesneden was als het kwintet zelf.

De Nederlandse componist Peter van Onna was naar Venetië afgereisd, om daar de boot naar het grafplaatseiland San Michele te nemen en de laatste rustplaats van Igor Stravinsky te bezoeken. In de weemoedige grafzang ’San Michele’ (2005) hoorde je Van Onna een dialoog aangaan met Stravinkys ’Symphonies of Wind Instruments’ – dat op zijn beurt als in memoriam voor Debussy was gemaakt.

Van Onna vatte Stravinsky’s toonsherhalingen, trillers en gebroken instrumentatie met zijn kenmerkende licks in een kaleidoskopische marche funèbre – waarin Stravinsky het laatste woord kreeg in een gaaf slotkoraal. Alsof er een film werd teruggedraaid van een aan scherven gevallen vaas, die aan het eind weer ongeschonden op tafel stond.

De Nederlandse componist is vooral bekend om zijn orkestmuziek en het viel vrijdag op dat hij dat gevoel voor kleur knap in het vijftal virtuoze rietblazers had weten samen te ballen. Die orkestrale kwaliteit gold overigens ook voor de kersverse arangementen van bestaande werken, die het formaat van de ansichtkaart ver voorbij waren.

Waar de ’Estampes’ van Claude Debussy en twee madrigalen van Cornelis Schuyt vrijdag nog niet helemaal lekker zaten, hoorde je in mooie bewerking van ’De Hebriden’ van Mendelssohn door basklarinettist Jelte Althuis de grote kwaliteit van het kwintet in optima forma. Perfect samenspel, onberispelijke intonatie, de neuzen dezelfde kant op wat betreft articulatie en muzikaal richtingsgevoel. Calefax op zijn best.

Met Hekkema’s sensuele arrangement van de ook oorspronkelijk voor orkest gemaakte ’Rapsodie espagnole’ oversteeg Calefax echt het riet van hun instrumenten. Hier hoorde je alle Iberische kleuren van het oorspronkelijke orkest op een betoverende manier terug: zwoel in de nachtelijke prelude, hitsig dansant in de ’Malagueña’, expressief en puntig in het laatste deel. Calefax, olé!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden