Bij Brüggen is muziek van Mendelssohn een avontuur

Frans Brÿggen kiest voor retorische opbouw. (FOTO MARCO BORGGREVE) Beeld
Frans Brÿggen kiest voor retorische opbouw. (FOTO MARCO BORGGREVE)

Orkest van de Achttiende Eeuw olv Frans Brüggen op 1/9 in Vredenburg Leidsche Rijn, Utrecht. Vanmiddag om 12 uur speelt het orkest Haydns Parijse Symfonieën; zondagmiddag voert het een scenische ’Schopfung’ voor kinderen uit. Info: www.oudemuziek.nl

Het Orkest van de Achttiende Eeuw van Frans Brüggen is deze editie huisorkest van het Festival Oude Muziek. Dat betekent een ware marathon aan vooral Haydn-concerten. Dinsdag stond evenwel Mendelssohn op het programma, in een helaas niet al te goed bezocht concert in Vredenburg Leidsche Rijn.

Je zou kunnen argumenteren dat Mendelssohns orkestmuziek door het jaar heen al genoeg tot klinken komt bij de ’gewone’ orkesten; of dat het doorgewinterde oude muziek-publiek deze Duitse romanticus ’veels’ te modern vindt. Maar dan ga je voorbij aan het feit dat Brüggens orkest niet zó vaak te horen is in dit repertoire voorbij Beethoven.

In het festival van 2003 was Brüggens uitvoering van werk van Schumann en Brahms een kleine sensatie. En ook Mendelssohn klonk dinsdag als een avontuur voor de oren.

In tegenstelling tot moderne symfonieorkesten, richtte het Orkest van de Achttiende Eeuw zich in de ouverture ’Hebriden’, de Vierde ’Italiaanse’ symfonie en de Vijfde ’Reformatie’-symfonie niet steeds op een voortdurende maximalisering van de klankschoonheid, maar viel er op het gebied van de retorische opbouw en van verschillende klanktexturen veel te beleven. Alsof er een nieuw en helder licht over Mendelssohn scheen.

De ’Hebriden’-ouverture klonk onder Brüggen als een slanke Wagner (de grootste Mendelssohn-hater bleek meer verwant dan hem zelf lief was). In de Vierde symfonie was het kleurverschil tussen hout- en koperblazers adembenemend; Brüggen nam de passacaglia-bas in het tweede deel kort geplukt, waardoor de kerkmelodie in de blazers er magisch tegen afstak. De saltarello van de finale werd nu eens echt als een snelle, lichte springdans uitgevoerd – zoiets is alleen maar mogelijk met dit orkest dat zich als een wendbaar kamerensemble kan gedragen.

In de Vijfde symfonie keek Mendelssohn terug in de tijd, naar de oude religieuze meerstemmigheid, en naar Bach natuurlijk. Daar keerde het stijlbesef van het orkest ten volle uit: het was alsof je door die negentiende-eeuwse orkestklank (met uitgebreid koper en hout) op nog vroeger tijden kon scherpstellen.

De trompetten kiksten dinsdag onkarakteristiek veel bij de inzetten en af en toe waren de hoge strijkers niet helemaal zuiver (huisorkest-vermoeidheid?), maar in het sonore slotdeel stond de heldere orkestklank rechtop, alsof er een levend orgel op het podium knetterde.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden