Bij bridge is het samen tegen de rest

Klapperend van de zenuwen ging ik zo'n twintig jaar geleden naar mijn eerste bridgewedstrijd in de viertallen-competitie. Onze bridgeleraar, betaald door een Amsterdamse bridgeclub die aan vergrijzing tenonder dreigde te gaan, hield ons voor dat wij -vier jeugdige familieleden van clubleden- klaar waren voor het echte werk. Al wist hij ook wel dat wij dat nog lang niet waren na een les of twintig en het doornemen van twee beginnnersboekjes.

Het was meteen raak. Onze eerste tegenstanders kwamen in de vorm van een echtpaar waarvan de leden hun echtelijke ongenoegens aan de bridgetafel uitvochten. Zij kon geen bieding doen of kaart leggen, zonder dat hij daarover in woede ontstak. Om gek van te worden en dat werd ik dan ook, terwijl de echtgenote blijkbaar lijdzaam berustte in zijn repeterende driftaanvallen.

Nou wil het geval dat een viertallen-wedstrijd inhoudt dat een viertal bridgers (twee paren) strijdt tegen een ander viertal en dat je zodoende de helft van de 24 te spelen spellen met de helft van het opponerende viertal zit opgescheept (in tegenstelling tot parenwedstrijden waar je gewoonlijk om de vier spellen van tegenstanders wisselt). Volgens mij heb ik in die eerste helft dan ook geen kaart goed gelegd.

Wat ik ervan opstak, was dat je nooit met je levenspartner moet bridgen -een regel die nog vele malen bevestigd zou worden. Ontmoedigen deed het me niet -evenmin als de vele, eveneens smartelijk verloren wedstrijden die nog zouden volgen- want ik was al hard op weg een bridge-junk te worden. Verslingerd aan dit fascinerende kaartspel dat ontspannender werkt dan een warm bad, omdat het je alles dat stress kan oproepen, doet vergeten.

,,Bridgen is net als skiën'', vindt Jan Meulendijks (57, cryptogrammenmaker). Je bent er zo mee bezig dat je alles om je heen vergeet. Bridgen is ook een zeer snelle tijdspassering; voor je het weet, ben je uren verder.'' En verslavend, zegt Bram Ross (64, psychiater), ,,want niets is zo verslavend als de ene keer winnen en de volgende keer verliezen. Bij ieder spelletje opnieuw is het: haal ik het, of haal ik het niet. Zelfs als je nul punten hebt (van de 40 die er totaal in elk spel zitten, red) kun je je tegenstander nog te slim af zijn.''

Om het te leren, moet je investeren, studeren. Ton Mulder (49, stafmedewerker KRO): ,,Bridge is geen spel dat na een korte uitleg aan tafel meteen volop meegespeeld kan worden, een feit dat veel mensen weerhoudt ermee te beginnen. Net als bij schaken bestaat er een hoop theorie die je kunt leren, maar anders dan bij schaken kun je als beginner toch nog aardig tegen een topbridger spelen.''

Inderdaad is over bridgetheorie (bieden, afspel en tegenspel) een aardige bibliotheek volgeschreven. En toch leer je het leeuwendeel door doen; spelen en nog eens bridgen. Want, zegt Tineke Ross (64, psycholoog): ,,Het leuke van bridge is het toevalselement. Elk spel is anders. Wel moet je er erg bij denken en hoe beter je nadenkt hoe beter het gaat.'' Jan Meulendijks: ,,Bridge is het kaartspel dat het meest een beroep doet op je intellectuele vermogens.''

Fascinerend, verslavend, ontspannend, intellectueel prikkelend, om van het sociale element maar te zwijgen. Zo leerde mijn moeder (nu 76) jaren geleden al haar vriendinnen bridgen, als 'oudedagsverzekering', want wie bridget, hoeft nooit alleen te zijn. ,,Bridgen is een zegen voor oudere mensen'', zegt ook Jan Meulendijks. ,,Je leert veel mensen kennen en daar blijven er altijd een paar van hangen. Ik heb zeker vrienden gemaakt door bridge.''

,,Het is'', zegt Ton Mulder, ,,een spel met andere mensen. Er wordt gelachen, gepraat, er is vriendschap, en soms ruzie. En elk spel is nieuw. Daar kan voor mij geen schaken, geen backgammon, geen virtuele Supermario of Lara tegenop.''

Een belangrijk sociaal element is ook, vindt Bram Ross, dat je met een partner speelt. ,,Het is samen tegen de rest. En elkaar begrijpen of niet, kan ontzettend belangrijk zijn, daar kunnen dan ook ontzettende ruzies uit voortkomen.'' Zijn levenspartner Tineke: ,,Als psycholoog heb je testen voor mensen met relatieproblemen. Maar misschien kun je ze beter met elkaar laten bridgen om zo te zien hoe ze communiceren over wat mis is gegaan.''

Over wat mis ging, hoeven de drie Nederlandse topparen Marijke van der Pas-Martine Verbeek, Bep Vriend-Wietske van Zwol en Jet Pasman-Anneke Simons niet lang te praten. Zij werden afgelopen weekeinde wereldkampioen viertallen.

Wat nou eigenlijk leuk is aan bridge is dan ook wellicht een rare vraag voor iemand die met haar team de wereldtitel veroverde, na dertien dagen achtereen continu bridgen en een bloedstollende finale waarin Oranje met exact een half punt verschil de Amerikaanse vrouwen klopte.

Anneke, haar levenspartner Kees Tammens (49, beroepsbridger en bridgejournalist) en zoon Bas zijn, zoals de meeste bridgers, echte spelletjesmensen. ,,We spelen hier thuis ook nooit voor de lol'', zegt Anneke. ,,We willen alle drie winnen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden