Bij alle plannen rekening houden met kleinkinderen

Opa's en oma's. Ze leven langer, ze zijn actiever en je ziet ze veel meer dan vroeger op het schoolplein om hun kleinkinderen op te halen. Niet alle grootouders willen een vaste rol als oppas in het gezin van hun kinderen, fit als ze zijn om nog tal van andere activiteiten te ontplooien. Anderen prijzen zich gelukkig dat ze alles 'zo dichtbij' mee mogen maken. Drie grootouders -door hun dochters genomineerd voor de Opa en Oma Verkiezing die het blad Groter groeien vandaag houdt- vertellen.

Oma Marja Hogers

Op het schoolplein staat Marja (54, dochter en zoon, twee kleinkinderen), een kleine vrouw, in lange jas van spijkerstof. Ze staat te wachten op haar vijfjarige kleindochter Cassie, die nu halve dagen naar school gaat. Voor Marja is dat een klein wonder. Toen Cassie drie jaar was kreeg ze leukemie. Marja: ,,Mijn dochter was net met zwangerschapsverlof vanwege haar tweede kind, toen we hoorden dat Cassie ziek was.''

Cassie werd opgenomen in het ziekenhuis. ,,Elk uur van de dag was er iemand bij haar,'' vertelt Marja. ,,Haar vader sliep 's nachts bij haar in het ziekenhuis. Overdag wisselden mijn dochter, mijn man en ik elkaar af.''

Ondertussen werd kleindochter Daphne geboren en kreeg Marja er een taak als oppasoma bij. Marja: ,,Daphne is heel eenkennig. Die wilde absoluut niet naar de crèche.''

Cassie verbleef acht maanden in het ziekenhuis, ook al mocht ze na de eerste chemokuren af en toe naar huis. ,,Je zag haar depressief worden,'' vertelt haar vader. ,,Ze werd boos op ons, ouders. Wij brachten haar tenslotte steeds weer naar dat ziekenhuis terug. Ze zei dat ze alleen nog maar bij oma wilde wonen.''

Door-de-week past Marja bijna elke middag op haar kleindochters. Alleen op woensdag gaat Cassie nog naar het ziekenhuis voor de chemokuur. ,,Dat moet ze nog tot september,'' zegt Marja. ,,Als alles goed gaat is ze er daarna vanaf.''

Als Cassie uit school komt, rent ze vrolijk op oma af. De gevolgen van de chemokuren zijn zichtbaar, ook al wil ze onder geen beding de capuchon van haar hoofd afdoen. Konijn Snuf en wolf Tjens mogen wel uit de tas. Marja: ,,Cassie speelt altijd met haar beesten. Die moeten dan naar de dierenarts. Soms laat ze haar knuffels met een spuitje inslapen. 'Helaas,' zegt ze dan, 'die heeft het niet gered.' Ik denk dat ze op die manier verwerkt wat ze in het ziekenhuis heeft meegemaakt.''

Door haar oppastaak blijft er weinig tijd over voor andere dingen. Marja: ,,Je houdt altijd rekening met onverwachte gebeurtenissen. Verre vakanties zijn er niet meer bij. Afspraken maak ik onder voorbehoud. Maar ik heb het er graag voor over.''

,,Mijn dochter vindt het soms bezwaarlijk dat ze zo'n beroep op mij doet. Maar ik zie dat zij het ook niet altijd trekt. Ik ben blij dat ik haar op deze manier kan ontlasten. Cassie is door de medicijnen soms depressief, chagerijnig of gewoon dwars en daardoor niet altijd het makkelijkste kind om mee om te gaan.''

Marja heeft minder moeite met de buien van haar kleindochter. ,,Ik verlies mijn geduld niet zo snel.''

Cassies vader vult aan: ,,Cassie is bij oma makkelijker dan bij ons. Ze eet beter, slaapt beter. Ook wil ze door ons vaak worden gedragen omdat ze moeilijk loopt.'' Marja: ,, Ik kan haar niet tillen en zeg: loop zelf maar. Dat doet ze dan ook.''

De weekends hebben Marja en haar man voor zichzelf. Marja: ,,Mijn dochter wil ook echt dat we dan de kleinkinderen niet zien. Maar vaak belt Cassie toch op. Of ik bij haar koffie kom drinken.''

,,Cassie is eigenlijk een heel vrolijk kind,'' zegt Marja. ,,Als ik haar zie klimmen en klauteren en met haar vriendinnetjes zie spelen, herken ik weer het kind van vroeger.''

Opa Leo Koopman

Hij bakt patat en koekjes met zijn kleinkinderen. Van takken en bladeren bouwt hij trollenhuizen. Nieuwe paraplu's worden met kleren en al uitgeprobeerd onder de douche. Voor Leo (66, twee dochters en twee zonen, vier kleinkinderen) is het een uitdaging steeds nieuwe dingen te verzinnen om met zijn kleinkinderen te doen. ,,Zelf beleef ik aan die dingen minstens evenveel plezier,'' geeft hij toe.

Voor zijn kleinkinderen is hij 'opa Baard'. Hij is geen vaste oppasopa. Dat willen zijn dochters niet. Dochter Nanneke: ,,De kinderen vinden het een feest om naar opa Baard te gaan. Dat moet zo blijven.''

Leo: ,,Toen mijn kinderen jong waren liep ik al graag achter de wandelwagen. In die tijd werd dat niet mannelijk gevonden. Nu is dat gelukkig veranderd. Als ik nu de kans krijg loop ik met mijn jongste kleinzoon in een kangaroo-zak op mijn buik.''

Leo vindt het belangrijk zich in te leven in de wereld van zijn kleinkinderen. ,,Maar dat deed hij vroeger ook bij ons,'' vertelt Nanneke. ,,Toen ons huis werd verbouwd, beplakten we de muur van ons huis met eigengemaakt behang en schreven we vieze woorden op de vloer. Daar zag na de verbouwing toch niemand wat van.''

Ook herinnert ze zich dat ze van de breiles op school niets begrepen had. ,,Toen ik thuis kwam pakte mijn vader twee elektriciteitsbuizen en een stuk touw zodat hij het 'in het groot' voor kon doen.''

Leo: ,,Kinderen van nu zijn eerder wijs. Er komt veel op ze af. Door je in hen in te leven kom je veel over hun wereld te weten en kun je ze een beetje begeleiden.''

Hij ziet voor zichzelf geen taak als opvoeder meer weggelegd. ,,Een heleboel 'nee's' hoef ik ze niet bij te brengen. Dat doen hun ouders wel. Daardoor heb ik juist ruimte om gekke dingen met ze te doen.''

Voor poepluiers draait Leo, voormalig verpleegkundige, zijn hand niet om. Leo: ,,Ik kom zelf uit een gezin van acht kinderen. Mijn vader draaide gewoon in het huishouden mee. Hij stopte ons in bad, terwijl mijn moeder aan het koken was.''

,,Soms komen drie kleinkinderen tegelijk bij mij slapen. Dan kook ik, verschoon luiers, poets hun tanden en breng ze naar bed. Als ik met drie kinderen op schoot een verhaal voorlees, voel ik me de koning te rijk.''

Oma Els van den Brink

Op blote voeten loopt Els (57, drie dochters, vier kleinkinderen) door haar huis in Amsterdam. Oranje lokken in het haar, nagels gelakt. Kleindochter Natasja (4) loopt rond met een flesje gevuld met Fristie. ,,Van mij mag ze niet meer uit een fles drinken'', zegt dochter Marjan, ,,maar bij oma mag dat wel.''

,,Daar ben je oma voor,'' zegt Els. ,,Maar ik ben ook nooit een strenge moeder geweest. Ik kookte voor één maaltijd drie groentes, voor elke dochter één. Dan aten ze tenminste. Ik had gewoon geen zin in gezeur.''

Toen de jongste drie was, pakte Els haar werk in de ouderenzorg weer op. ,,Ik had genoeg van luiers, speelgoed en kinderen. Ik werkte veel 's avonds. Om vijf uur deed ik de deur achter me dicht. Mijn man werkte overdag. We hadden dus wel wat bij te kletsen, als ik 's nachts thuiskwam.'' Zes jaar geleden is Els gestopt met werken. Ze is nu oppasoma voor haar kleinkinderen, een paar dagdelen in de week. ,,Bij alle plannen die mijn man en ik maken, houden we rekening met de kleinkinderen. Kunnen we dan wel met vakantie? Moeten we niet bijspringen?''

Els is bij de geboorte van alle vier aanwezig geweest. Daar vroegen haar dochters om, zelf hoefde ze niet zo nodig. ,,Ik zag er tegenop om ze pijn te zien lijden. Maar uiteindelijk waren het mooie momenten. Ik zag bij de geboorte van het laatste kleinkind als eerste dat het een jongetje was. Maar ik hield mijn mond. Dat moesten de ouders zelf maar ontdekken.''

Alle kleinkinderen gaan een paar dagen per week naar de crèche. ,,Ik had altijd gezegd dat ik geen vaste oppasoma wilde zijn. Maar ik had pijn in mijn buik toen Natasja naar de crèche ging.'' Toch vindt ze het goed. ,,Ik weet dat mijn generatie daar vaak anders over denkt. Maar kinderen spelen nu veel minder buiten dan vroeger en zien dus minder andere kinderen. Op een crèche leren ze met andere kinderen spelen en over hun verlegenheid heen komen. Ze zijn dan beter voorbereid op de basisschool.''

Een groot verschil met de opvoeding in haar tijd vindt Els de betrokkenheid van de vaders. ,,Vroeger had een vader toch vaak een strengere rol en was minder aanwezig.'' Ze ziet eenzelfde rollenpatroon tussen haar en haar man terugkeren: ,,Als mijn kleindochter niet wil eten, vindt mijn man dat ze dat toch moet proberen. Ik denk dan: ze eet vanzelf wel als ze honger krijgt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden