Big Bird, Amerikaans voorbeeld voor Pino

Sesamstraat maakt slimmer, blijkt uit Amerikaans wetenschappelijk onderzoek. Dat komt mooi uit, want juist om die reden werd het programma in 1969 ook gestart.

Op z'n mooist was televisie het ultieme medium. Maar hoe vaak liet de beeldbuis zich in werkelijkheid van die fraaie kant zien? De commerciële tv-zenders in Amerika schotelden hun kijkers vooral bagger voor. "Eén grote woestenij", noemde Newton N. Minow, voorzitter van de Federal Communications Commission, het aanbod in mei 1961. Hij sprak de aanklacht uit in het hol van de leeuw, op een bijeenkomst van de National Association of Broadcasters.

Minow zag vooral onbenullige quizjes, sitcoms rond totaal ongeloofwaardige families en een eindeloze rij aan cowboys, gangsters en superhelden over het scherm gaan. Hij pleitte voor tv die het publieke belang diende, die de horizon van mensen verbreedde en hen opvoedde tot verstandige en verantwoordelijke burgers.

Minows toespraak maakte veel los, maar veranderde aanvankelijk weinig. Een gesprek tussen tv-producer Joan Ganz Cooney en Lloyd Morrisett, vicevoorzitter van de Carnegie Foundation, in 1966 zette meer in gang. Ook zij hadden het over tv als afstompend en verslavend medium en de mogelijkheden die onbenut bleven. Wat was er bijvoorbeeld te zien voor kleuters?

Financieel gesteund mocht Cooney onderzoek gaan doen. Twee jaar later werd de Children's Television Workshop opgericht die met geld van de Amerikaanse regering, de Ford Foundation en de Carnegie Foundation een programma mocht gaan ontwikkelen.

'Sesame Street' ging in november 1969 in première. De bedoeling was om de kijkertjes elementaire zaken bij te brengen, voor het eerst kennis te laten maken met letters en cijfers en sociale vaardigheden te laten opdoen. Het programma combineerde de voor die jaren zo typische ideële motieven met van reclamemakers afgekeken verleidingtactieken. Creatieve geesten kregen ruim baan.

Een deel van het team had eerder ervaring opgedaan bij een al langer lopend, wat ingewikkelder kinderprogramma met de naam 'Captain Kangaroo'. Ook poppenspeler Jim Henson, een paar jaar later ook succesvol met 'The Muppet Show', eiste een prominente rol op. De Belg Toots Thielemans kruidde de herkenningsmelodie met zijn mondharmonicaklanken.

Voor de eerste uitzending werd een aantal proefprogramma's getest op kinderen uit Philadelphia. Ook daarna bleven onderzoekers meekijken met wat wel werkte en niet werkte. Bij aanvang kende 'Sesame Street' bijvoorbeeld een strikte scheiding tussen de animatie en poppenscènes en de fragmenten met echte kinderen en volwassenen. Die gedeeltes met veel monologues interieurs van kleuters boeiden de kijkertjes maar matig.

In het vervolg kwam er interactie tussen poppen en echte acteurs. Dat werkte wonderwel, zeker als creaties als Big Bird (het Amerikaanse voorbeeld voor Pino, maar dan geel) en Elmo met kinderlijke verwondering en naïviteit hun weg zochten in de grotemensenwereld.

In de jaren die volgden werd het programma verkocht aan meer dan honderd landen. Hier sloegen NOS en BRT aanvankelijk de handen in elkaar. In 1976 verscheen 'Sesamstraat' voor het eerst op de buis. De oorspronkelijke werktitel 'Sesamplein' had het niet gehaald. Voor de Nederlandstalige versie werd gebruik gemaakt van Amerikaans materiaal en eigen opnames (deels geschoten in een Bussumse studio en deels op locatie in het Limburgse Thorn, keurig op de grens tussen Nederland en België).

Hoewel het programma met zorg werd gemaakt, riep het Amerikaanse origineel 'Sesame Street' toch geregeld weerstand op. Het multiculturele karakter van de cast maakte dat de serie in de eerste jaren niet werd uitgezonden in een aantal zuidelijke staten van de VS. Bij tijd en wijle keerde de discussie terug of Bert en Ernie wel een lichtend voorbeeld waren voor de allerjongsten, want waren die niet stiekem van de herenliefde? En moest Koekiemonster met een toenemend aantal kinderen met obesitas geen Veggie Monster worden?

Vier jaar geleden werd 'Sesame Street' nog even een item tijdens de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De Republikeinse kandidaat Mitt Romney liet weten voorstander te zijn van bezuinigen op de subsidie op de Amerikaanse publieke omroep PBS. Hij voegde er meteen aan toe dat hij niets had tegen Big Bird: "Ik ben dol op Big Bird."

Het team rond Barack Obama kon het niet laten om toch met het onderwerp aan de haal te gaan. Ze maakten in het kader van de negative campaigning een spotje over Romneys plannen om te snijden in de PBS, met juist een hoofdrol voor Big Bird. De snedige tekst luidde: "Groot, geel, een gevaar voor onze economie. Mitt Romney weet dat je je geen zorgen hoeft te maken over Wall Street, maar over 'Sesame Street'. Mitt Romney pakt onze vijanden aan, waar ze ook nestelen."

Sesamstraat was niet blij met het spotje. Het programma wilde apolitiek blijven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden