Big Bang Beige is voorlopig Cosmic Latte

Wat voor kleur heeft het universum? Moeilijke vraag. Het antwoord heeft de afgelopen maanden sterker gefluctueerd dan de schattingen van de leeftijd van het heelal in de afgelopen tien jaar.

Bleekgroen, meldde deze krant in januari op de voorpagina. Bijna wit, heette het in maart op de website van de onderzoekers die met dat groen internationaal furore hadden gemaakt. Nu is het artikel waaraan ze werkten verschenen in het Astrophysical Journal, en ligt de kleur van het heelal althans wat Karl Glazebrook en Ivan Baldry betreft wel zo'n beetje vast. Zo zeker weten ze het nu, dat ze er zelfs een naam voor hebben: Cosmic Latte, zoiets als 'koffie heelal verkeerd'.

Vanwaar al die verwarring? Het leek allemaal zo eenvoudig. De twee astronomen van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore in de VS hadden een onderzoek gedaan naar de samenstelling van al het zichtbare sterrenlicht. Steekproefsgewijs bestudeerden ze het licht dat de aarde bereikt vanuit melkwegstelsels dichtbij en veraf. Van de meeste van die sterrenstelsels zijn de afzonderlijke sterren niet te onderscheiden, zodat de telescoop in feite een soort gemiddeld licht vastlegt. Maar aan de hand van de kleur van het licht is wel iets te zeggen over wat voor sterren het zijn: het rood dat erin zit, is vooral afkomstig van koele, oude sterren en het blauw wordt geleverd door jonge, hete sterren (de zon is met zijn gele licht een middelbare ster).

Doel van het onderzoek was de stervorming door de geschiedenis van het heelal heen in kaart te brengen. Want wie naar een ver verwijderd sterrenstelsel kijkt, kijkt naar licht dat er miljoenen jaren over heeft gedaan om oog of telescoop te bereiken, en kijkt dus terug in de tijd. Zo kun je kijken of de kleur van het gemiddelde melkwegstelsel is veranderd van tien miljard jaar geleden (het verst dat de door de onderzoekers gebruikte telescoop kon kijken) tot nu.

Uit dat onderzoek blijkt dat het met de stervorming een beetje afloopt, vertelt Ivan Baldry, zo te horen blij dat hij eens over andere dingen kan praten dan de kleur van het universum. Het aantal nieuw ontstane sterren nam scherp toe tot zeven (misschien ook wel negen) miljoen jaar geleden, maar is sindsdien aan het afnemen: al die melkwegstelsels raken langzaam maar zeker door het gas en stof heen waaruit sterren ontstaan.

Maar in het artikel staat nu eenmaal die grappige voetnoot, die de twee astronomen in januari, toen ze hem bekendmaakten op de wintervergadering van de American Astronomical Society, even wereldfaam bezorgden. Wat zou je krijgen, bedachten ze daarin, als je al het licht dat op aarde aankomt van alle zichtbare melkwegstelsels in het heelal bij elkaar op zou tellen, en aan iemand zou laten zien alsof het door één hemellichaam werd uitgezonden? Wat voor kleur zou die persoon dan ervaren?

Groen, was hun eerste conclusie, gebaseerd op de precieze golflengten die er allemaal in sterrenlicht zitten, en de gevoeligheid van ons oog voor die golflengten. Om precies te zijn: turquoise. Een beetje een rare kleur, maar ze konden het achteraf nog wel beredeneren ook.

Al bij de publicatie van hun resultaat, in de vorm van twee getallen die de kleur precies vastlegden, kwamen de lastige vragen. Niet zozeer van sterrenkundigen, want die geloofden wel in die berekeningen, waarvan bovendien met die plek in een voetnoot het belang aardig was aangegeven. Het waren de media die ermee worstelden. ,,Wat voor kleur is dat in het Pantone systeem?'', liet de vormgever van een Amerikaanse krant vragen, gewend als hij was om te bladeren in de kleurstalen van die inktfabrikant. ,,Uit wat voor kleurruimte komen die twee getallen'', vroeg de met een fotograaf getrouwde Nederlandse verslaggever, die toevallig wist dat de getallen die ze noemden op een Windows computer een andere kleur opleveren dan op de monitor van de Apple Macintosh die hij in zijn tas had. De sterrenkundige wenkbrauwen gingen hulpeloos omhoog. Pantone? Kleurruimte?

Het punt is, dat kleur eigenlijk niet bestaat. Niet op de manier zoals 'gewicht' bestaat, of 'stroomsterkte'. Die dingen kun je meten en dan is iedereen het erover eens wat de uitkomst is. Maar kleur bestaat dankzij de toevalligheid dat het menselijk netvlies drie soorten kleurgevoelige kegeltjes heeft. Kleur begint daardoor in de ogen, en wordt vervolgens afgemaakt in de hersenen. En die hersenen hebben er veel invloed op, omdat ze rekening houden met de omstandigheden waaronder we een voorwerp zien.

Neem bijvoorbeeld een tafel waar een krant op ligt, in een kamer met knalrode muren. Iemand die in de kamer staat, ziet gewoon een krant. Hij ziet niet dat die krant, door de rode belichting die van de muren afkomt, roze gekleurd is. Zijn hersenen compenseren dat onbewust. Dat ze het doen, blijkt pas wanneer je een foto maakt van de rode kamer en die foto later bij gewoon daglicht bekijkt. De camera heeft de roze waas op de krant keurig vastgelegd, maar omdat we buiten in de zon geen rood licht meer om ons heen hebben, werken onze hersenen dat niet meer weg. En we vinden die foto mislukt.

Dat probleem doet zich eigenlijk altijd voor: de zon schijnt geel, een gloeilamp nog geler en tl-licht maakt alles groen. Vandaar dat digitale foto- en filmcamera's een knop hebben om de 'kleurbalans' in te stellen: je stelt die in op 'tl' bijvoorbeeld, of nog beter: je richt hem op een plek waarvan je weet dat hij wit is (neutraal grijs mag ook), je drukt op de knop en de machine weet waar hij aan toe is.

En bij die witbalans was het misgegaan, moesten Glazebrook en Baldry achteraf erkennen. Ze hadden wel geprobeerd al die factoren mee te nemen, maar het computerprogramma dat ze gebruikten had een paar steken laten vallen, en ze hadden geen advies ingewonnen bij experts. ,,We hadden de kleurenkunde serieuzer moeten nemen'', zegt Glazebrook.

In een uitgebreide versie van de voetnoot op zijn website (www.pha.jhu.edu/kgb/cosspec) doet hij dat nu uitputtend. Het blijkt dan dat je de kleur van het heelal op allerlei manieren kunt definiëren. Als je alle nabije sterrenstelsels in een soort barbecue kon leggen en het gloeiende geheel buiten in de tuin bij daglicht bekijken, dan is het een soort oranje. Maar de voor de hand liggende manier om de kleur van het heelal te schatten is natuurlijk het kijken naar een lichtbron terwijl je zelf in het donker zit. In dat geval hoeft ons oog nergens rekening mee te houden. Je kunt dan nog vrij kiezen of je het heelal heel zwak of heel fel wilt laten schijnen, maar als je kiest voor fel (uiteindelijk kijk je naar sterren) dan resulteert een lichtbruine tint.

Big Bang Beige was een van de inzendingen voor de naam van deze interessante, zij het wetenschappelijk onbelangrijke kleur. Maar de astronomen van de Johns Hopkins universiteit hebben gestemd: Cosmic Latte is het, en blijft het. Totdat iemand buiten het heelal het licht aandoet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden