Biet bindt kooldioxyde beter dan bos

De klimaatverandering door kooldioxyde is met bestaande technieken te stoppen. Zo binden landbouwgewassen efficiënt CO2. Beter dan de thans voorgestelde bossen. Het opstoken van landbouwgewassen remt tevens uitputting van de fossiele energiedragers.

Ook bij de komende klimaattop in Bonn zal alles weer draaien om de vraag of wij de productie van kooldioxyde weten te beperken of liefst weten te verminderen. Vrijwel de enige betaalbare manier om dit te bereiken, is het gebruik van energie uit olie, gas en kolen te beperken.

Die energiedragers liggen echter ten grondslag aan de welvaart die de ontwikkelde landen kennen (en niet willen kwijtraken) en die de rest van de wereld graag zou verwerven. Het lijkt daarom een schier onmogelijke opgave om de uitstoot van CO2 te beperken. Verwacht mag worden dat deze in de toekomst alleen maar veel groter zal worden. Men kan zich dan ook afvragen of alle kaarten gezet moeten worden op het reduceren van de CO2-uitstoot. Mogelijk is het veel effectiever om de vastlegging van het CO2-gas te bevorderen en hierdoor de toename van het CO2-gehalte van de atmosfeer te beperken.

Op de vorige milieuconferentie werden bossen genoemd, omdat ze het vermogen hebben om CO2 vast te leggen. Onder invloed van licht assimileert bladgroen koolstof (C) uit de lucht en scheidt gelijktijdig zuurstof (O2) af. De hoeveelheid geassimileerde koolstof per hectare bos hangt sterk af van de hoeveelheid, vitaliteit en ouderdom van het blad en laat zich moeilijk schatten en varieert waarschijnlijk sterk. Het zou kunnen dat de assimilatie, vooral als het om oude bossen gaat, te hoog wordt ingeschat. Nu hebben echter niet alleen bomen het vermogen om CO2 te assimileren, maar alles wat bladgroen bevat kan dit. Hoe beter en sneller een boom of plant groeit, hoe meer CO2 er opgenomen wordt, zo is uit onderzoek gebleken.

Veel landbouwgewassen zijn gekweekt om een hoge productie te leveren en zij assimileren daardoor veel CO2. Berekeningen leren dat een goed gewas suikerbieten met een productie van 65 ton bieten, 40 ton loof en 30 ton wortels per hectare, circa 23 ton droge stof produceert. Met deze productie wordt per hectare circa 7500 kg C opgenomen of ca 20000 kg CO2. Het verschil tussen 7500 en 20000kg is de zuurstof die grotendeels terugkomt in het milieu.

Ter illustratie van de waarde van deze getallen voor het milieu kunnen we berekenen dat een gemiddelde particuliere autorijder die per jaar ongeveer 1000 liter benzine gebruikt (12 tot 15000 km per jaar), een uitstoot heeft van circa 750 kg C of 2000 kg CO2. Populair kunnen we dan stellen dat één hectare suikerbieten ongeveer evenveel CO2 bindt als tien auto's per jaar produceren. Berekeningen leren verder dat het gewas suikerbieten niet alleen aan de top staat voor het koolstof-bindend vermogen. Een goed gewas wintertarwe en maïs blijft hier niet veel bij achter en ook goed grasland kan een hoog drogestof- en daarmee een hoog koolstof-bindend vermogen geven. Onze landbouw zorgt er dus voor dat een belangrijk deel van de CO2 uitstoot weer wordt gebonden. Langzamer groeiende gewassen en vooral natuurterreinen en bijvoorbeeld braakgelegde akkers binden aanzienlijk minder koolstof. Aangezien de laatste jaren veel landbouwgrond tot natuurterrein is omgevormd en veel bossen niet langer productiebos zijn maar ook natuurterrein zij geworden, is de totale koolstofbinding aanzienlijk verminderd. Zo schaadt de ene vorm van milieubeleid de andere.

Een aantal jaren geleden is door de wetgeving het fosfaatgehalte van ons oppervlaktewater gereduceerd. Ons water is daardoor, in ieder geval voor het oog, veel schoner geworden omdat fosfaat de groei van algen sterk bevordert. Algen in het water staan aan het begin van de voedselketen voor alles wat in het water leeft. Door het terugdringen van de algengroei is het aantal in het water levende dieren verminderd. De vissers ervaren nu reeds de gevolgen hiervan. Algen hebben nog een functie die van belang is voor het milieu. Zij assimileren -evenals planten- veel koolstof. Er is een enorme oppervlakte aan water op aarde. De algen die zich daarin ontwikkelen maken het water van grote betekenis voor het regelen van het zuurstof-en koolzuurgasgehalte in de atmosfeer. Waarschijnlijk is de algengroei uiterst gevoelig voor een zeer geringe fosfaatconcentratie. Door het op grote schaal zuiveren van het afvalwater en het verder terugdringen van het fosfaatgehalte in het oppervlaktewater, dreigen we een schone en hierdoor dode zee te krijgen waarin de koolstofassimilatie terugloopt, terwijl een toename juist dringend gewenst is. Dit is van grote betekenis, omdat op zee veel van de door algen gebonden koolstof langdurig aan de circulatie onttrokken wordt.

De koolstof die door de landbouw wordt vastgelegd, komt waarschijnlijk op korte termijn weer vrij. Een echte oplossing voor het reduceren van het CO2-gehalte in de dampkring is het op langere termijn dus niet. Pas wanneer de landbouwproducten gebruikt worden voor energieproductie of vastgelegd worden in de vorm van humus of turf, worden ze voor lange tijd aan de circulatie onttrokken. Het is mogelijk met landbouwproducten elektriciteitscentrales te voeden. Weliswaar komt daardoor de vastgelegde koolstof gelijk weer in de circulatie, maar de voorraad fossiele brandstof hoeft dan niet of slechts in mindere mate te worden aangesproken.

Bieten naar de elektriciteitscentrale klinkt misschien raar, maar het is technisch uitvoerbaar en kan ten goede komen aan de landbouw, die uitziet naar inkomsten. Een tarwebrood kost tienmaal zoveel als vijftig jaar geleden. De graanboer ontvangt voor zijn tarwe echter nog maar een tiende van vlak na de oorlog.

P. Datema was als rijksambtenaar werkzaam in het landbouwkundig onderzoek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden