Biënnale brengt moderne kunst bij de Brazilianen

SAO PAULO - ,,In Nederland is er altijd wel iemand die het in jouw plaats zeker zo goed, of nog wel beter kan. In Brazilië kun je zeggen 'dit heb ík voor elkaar gekregen'.'' Pieter Tjabbes, voormalig directeur van het Stedelijk Museum in Schiedam, voelt zich als een vis in het water op de Biënnale van Sao Paulo. Sinds 1995 produceert hij de internationale bijdragen voor (op Venetië na) de belangrijkste kunstbiënnale ter wereld. Zaterdag wordt die voor de 25ste keer geopend.

Ondanks zo'n vijf miljoen euro aan overheidssubsidie die nog niet vrijgekomen zijn en sponsorbijdragen die nog gevonden moeten worden, klinkt van alle kanten getimmer en gezaag vanuit het enorme Biënnalepaviljoen in het Ibirapuerapark van Sao Paulo. De organisatoren zijn wel gewend om met onzekerheid te leven en desnoods met eigen middelen hun droom te verwezenlijken. Zo is de Biënnale begonnen. In 1951 besloot zakenman en mecenas Ciccilo Matarazzo eenvoudigweg tot de oprichting van een biënnale, want het ontbrak het volk aan contact met moderne kunst.

Sindsdien is Sao Paulo uitgegroeid tot het culturele hart van het land, al heeft de Biënnale internationaal gezien nog lange tijd moeten vechten voor haar huidige positie. Tijdens de komende opening zullen er duizenden mensen zijn met representanten van zeker 72 landen: Europese maar vooral ook Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse kunstenaars en politici. Gemiddeld komen er vierhonderdduizend Brazilianen op de tweejaarlijkse tentoonstelling af.

'Metropolische iconografieën' was het thema waarmee de curatoren van de deelnemende landen voor deze Biënnale aan de slag moesten. Welke invloed heeft de constant veranderende stad op de kunst en andersom enhoe loopt de kunstenaar op die bewegingen vooruit? Ieder land moest één kunstenaar met een werk van na 1995 uitkiezen. Voor Nederland maakte Atelier van Lieshout een soort leefeenheid.

Tot het einde van de jaren zeventig was het niet gebruikelijk dat de Biënnale de landen een overkoepelend thema oplegde. Eigenlijk was de Biënnale afhankelijk van wat men de tentoonstelling toestuurde. Tijdens de dictatuur (1964 tot eind jaren zeventig), toen de Biënnale werd gecontroleerd door de militairen, had ze ook nog eens te maken met boycots (onder andere door Nederland) en een dominante aanwezigheid van de Amerikanen.

Na de dood van de oprichter in 1977 besloot men tot een koerswijziging, maar het bleek niet zo makkelijk de deelnemende landen aan een integraal concept te onderwerpen. Pieter Tjabbes, die in 1984 als kunsthistoricus stage liep bij het museum voor contemporaine kunst in Sao Paulo, bleek de oplossing: ,,De organisatie wilde meer invloed, maar de communicatie verliep primitief, via de telex met Portugese berichten. Ik was goedkoop, sprak mijn talen en kon vanuit Nederland veel directer het contact met de meeste landen onderhouden.''

Tjabbes keerde terug naar Brazilië om te helpen met de opbouw van de Biënnale van 1985, werd directeur van het museum voor moderne kunst en bleef tot hij in 1990 naar Nederland terugkeerde om in Schiedam directeur van het Stedelijk Museum te worden.

Tijdens zijn Schiedamse jaren verloor Tjabbes nooit het contact met Brazilië. In 1994 vroeg de Rijksdienst voor beeldende kunst hem om als commissaris de Nederlandse bijdrage voor de Biënnale van Sao Paulo te verzorgen. Vlak daarop vroeg de president van de Biënnale Tjabbes terug te komen. Hij verliet Schiedam en werd verantwoordelijk voor de productie van de internationale kunst: ,,Interessant, want tegenwoordig gaat dat niet alleen meer over schilderijen verschepen en ophangen, maar om de opbouw van enorme installaties: het concreet maken van een droom. Voor kostbare werken voer ik onderhandelingen met musea. Dat is niet eenvoudig, want omdat je geen museum bent, kun je niets in ruil geven.''

Dat imago is na de moeizame jaren nu goed: ,,Ik heb daar verandering in gebracht, ten minste binnen mijn groep. Terwijl er vroeger geen vaste contactpersonen voor de deelnemende landen waren, werk ik nu met een groep van zeven mensen die ik niet meer hoef te vertellen wat de Biënnale is. Onrust is er nog altijd wel. Zo is vorig jaar de curator opgestapt die het niet eens was met het beleid van de president en de kranten stonden bol, maar internationaal heeft het geen invloed gehad, want niemand heeft godzijdank afgezegd, want voor Brazilianen is dit nog steeds één van de weinige momenten dat zij in aanraking komen met de laatste ontwikkelingen. Dat is het belang van de Biënnale. En al vreet het energie, je kunt wel met elkaar zeggen: daar staat ze.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden