Bied leraar zicht op carrière buiten klas

Geef leraren als extra arbeidsvoorwaarde de kans zich om te scholen, na 18 jaar in het onderwijs. Met behoud van salaris. Dat zal de instroom in de WAO aanzienlijk doen dalen. En zo trek je jonge mensen aan om de volgende generatie op te leiden.

Leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs krijgen meer salaris. Een gedeelte van de extra gelden voor het onderwijs wordt daarvoor gereserveerd. Dat is mooi -het is een erkenning van de grote maatschappelijke waarde die onderwijs heeft. Het is ook een erkenning dat de salarissen in het onderwijs ten onrechte lange tijd achtergebleven zijn bij die in andere sectoren. Het gaat dus eigenlijk om achterstallig onderhoud.

Het salarisniveau is één van de problemen die de kwaliteit van het onderwijs in Nederland bedreigen. Maar als de langetermijndoelstelling van onderwijsbeleid is om het gehele onderwijs, van laag naar hoog, en in de breedte, van hoge kwaliteit te doen zijn, en dat ook voor de toekomst te waarborgen, is geld niet voldoende. Wat met name nodig is, is het aantrekken en behouden van kwaliteitsleerkrachten.

Aan roeping voor het onderwijs ontbreekt het mijns inziens de jonge generatie niet. Er zijn genoeg mensen die dag in dag uit met enthousiasme voor de klas staan en kennis en inzicht, en waarden en normen, overdragen. Maar de arbeidsvoorwaarden in het onderwijs zijn wel zodanig verslechterd in de afgelopen 10 à 15 jaar dat velen aarzelen om voor een loopbaan in het onderwijs te kiezen.

Naast de salarissen is ook de sociale zekerheid niet meer wat zij geweest is. En het aantal lesuren dat vereist is voor een voltijds-salaris blijft relatief hoog, in vergelijking met wat in andere Europese landen gebruikelijk is.

Een ernstig knelpunt is mijns inziens dat 40 jaar in het onderwijs te veel is. De ervaring leert dat de meeste leraren dat niet volhouden. 27 Actieve dienstjaren is ongeveer het gemiddelde. Na 25 jaar is voor velen de rek eruit, het contact met kinderen en jonge mensen wordt moeilijker. Komt er dan ook nog (weer) een ingrijpende herziening van het onderwijs, of een fusie plus reorganisatie, dan houdt het op -men raakt burn-out of krijgt fysieke klachten.

Daarbij komt dat het voor vele jonge afgestudeerden die op zich het onderwijs leuk vinden, het vooruitzicht van veertig jaar in essentie hetzelfde werk doen, zonder veel zicht op een soort carrière, niet voldoende aantrekkelijk is. Roeping kan niet alles compenseren.

Daarom zou een nieuwe arbeidsvoorwaarde in het leven geroepen moeten worden, en wel de omscholing. Iedere leraar die 18 jaar les heeft gegeven, zou het recht moeten krijgen om zich om te scholen, en uit te zien naar een ander soort werk. Voor dat traject zou twee jaar beschikbaar moeten zijn, met behoud van salaris. Ook de opleidingskosten dienen voor rekening van de minister te komen. Dit zou een collectieve regeling moeten zijn, en niet gebaseerd op individuele afspraken van 'opsparen van studie-uren' of zoiets. Ook moet de omscholing niet in avonduren van de leraar gebeuren, want dat gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. De leraar krijgt een soort sabbatical van twee jaar, met een budget voor een opleiding. Het moet een nieuwe, extra arbeidsvoorwaarde worden die geen afbreuk doet aan de loonontwikkeling of de sociale zekerheid.

Ja, dat kost geld. Goed onderwijs kost nu eenmaal geld. En waar kunnen we het geld beter aan besteden dan aan onderwijs voor de jonge generatie, aan optimaal investeren in het menselijk kapitaal van de toekomst? Als we het idee van de kenniseconomie serieus nemen, moeten daar ook consequenties uit getrokken worden.

De WAO en het wachtgeld kosten ook geld, handen vol geld. Nu is het veelal zo dat als de rek eruit is, een leraar eerst een tijdlang moeizaam functioneert, wat reeds een aanslag doet op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen. Daarna komt er een periode van arbeidsongeschiktheid, tot de WAO erop volgt. De trajecten vanuit de WAO richting arbeidsmarkt zijn zelden succesvol, mede vanwege de leeftijd van betrokkene en de vooroordelen van werkgevers tegen 'ouderen' die na ziekte weer werk zoeken.

Dit alles kan beter voorkomen worden, en dat kost minder. Door uitval vanwege burn-out gaat veel energie en levenskracht verloren. Dat is niet de schuld van de leraren. Dat is eerder het directe gevolg van zware arbeid in een veeleisende baan, met het vooruitzicht dat je voor de rest van je arbeidzaam leven klem zit. Het is het gevolg van ouderwets systeem dat ervan uitgaat dat er sinds de jaren vijftig niets veranderd is in 'lesgeven'.

Uiteraard zijn er ook leraren die met veel plezier tot de FPU (flexibele pensioenuittreding) of hun pensioen blijven werken. Er zullen mensen zijn die geen behoefte hebben aan omscholing. Dezen zouden op andere wijze extra beloond moeten worden voor hun bijzondere inzet voor het onderwijs. Bijvoorbeeld door hun extra pensioenjaren toe te kennen, of een salarisgarantie als ze van een ouderenregeling gebruik gaan maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden