Bidden met Johan Huizinga

Geschiedenis | Voor het eerst verschijnen onbekende gebeden van Johan Huizinga. De beroemde historicus schreef ze op aan het einde van de oorlog. De inhoud is verrassend persoonlijk.

Zo kenden we de historicus Johan Huizinga nog niet. De schrijver van 'Herfsttij der Middeleeuwen' schreef aan het eind van de Tweede Wereldoorlog een reeks van dertien gebeden. Ernstige teksten, waarin Huizinga de 'Almachtige God' aanroept in 'den bitteren nood en het dringendste gevaar'. Tot voor kort waren ze in het bezit van de nazaten van Huizinga en was de inhoud ervan onbekend buiten deze familiekring. Deze week verschijnen ze voor het eerst in druk, tezamen met Huizinga's autobiografische schets 'Mijn weg tot de historie'.

Johan Huizinga (1872 - 1945) is een van de meest invloedrijke historici die Nederland gekend heeft. Met zijn biografie van Erasmus (1924), de beschouwing over het spelelement in de cultuur 'Homo Ludens' (1938) en vooral het fameuze 'Herfsttij der Middeleeuwen' (1919) maakte hij naam bij een breed en internationaal lezerspubliek.

Het geloof van Huizinga is een persoonlijke kant die tamelijk onbekend is. Hij mocht dan als vrijzinnig christen zijn hele leven lidmaat zijn geweest van de doopsgezinde gemeente - hoe Huizinga zijn geloof beleefde en welke plaats het innam in zijn bestaan, daarover zweeg hij. Een beschaafd mens praat niet over zijn diepste drijfveren, vond Huizinga.

Nu krijgen we dus voor het eerst een intiem beeld van Huizinga's religieuze denken. Huizinga schreef ze 'in the small hours of the night', zoals hij in de ondertitel stelt, vlak na het opstaan in de vroege ochtend. Vrijwel permanent klinken de verschrikkingen van de oorlog door. 'Steeds heviger wordt de gruwelijke tirannie, de onmenschelijke gewetensdwang', schrijft hij bijvoorbeeld op een herfstochtend in 1944. Enkele dagen later: 'Wij bidden U enkel: maak ons sterk in de uren van het hoogste gevaar.'

Niet zo vreemd, deze toon. Huizinga schreef de gebeden op in het Gelderse De Steeg, een dorp even ten oosten van Arnhem, dat kort daarvoor in de vuurlinie terecht was gekomen tijdens Market Garden, de mislukte operatie van de geallieerden om het noorden van Nederland te bevrijden. Hij woonde hier in ballingschap, op last van de Duitse bezetter.

Huizinga maakte de bevrijding niet meer mee. Hij overleed op 1 februari 1945. Na zijn dood liet zijn weduwe Auguste Huizinga-Schölvinck - Huizinga's tweede echtgenote - de gebeden uittikken en vermenigvuldigen. Hoeveel exemplaren er uitgedeeld zijn onder vrienden en familieleden valt niet te zeggen. Vermoedelijk gaat het om hooguit twintig tot dertig stuks.

Huizinga's gebeden klinken moderne geseculariseerde lezers mogelijk overdreven vroom in de oren. Het aanroepen van een 'almachtige God en Heer' raakte tachtig jaar geleden een andere snaar dan tegenwoordig. Veel meer mensen waren destijds nog vertrouwd met de taal van het geloof. Christelijke symbolen en beelden behoorden in Huizinga's tijd tot de algemene kennis - ook bij een niet gelovig publiek. Liberale christenen als Huizinga gebruikten zonder problemen een religieuze taal die vandaag de dag orthodox aandoet. Van een zwartekousengeloof moest Huizinga evenwel niet veel hebben. 'Benepen heilsegoïsme, dat slechts aan het eigen behoud, de eigen zaligheid denkt', noemt hij het in 'Geschonden Wereld' (1943).

In het werk van Huizinga zijn aanwijzingen te vinden dat hij zich gedurende de jaren dertig steeds bewuster werd van de waarde van het christelijk geloof, vertelt Anton van der Lem, die deze uitgave verzorgde het voorzag van een nawoord. Van der Lem, historicus aan de Leidse universiteit, beklemtoont dat Huizinga's boeken vanaf die tijd vrijwel allemaal eindigen met een herinnering aan christelijke waarden of een ethisch slot.

De 'nieuwe' gebeden zullen het beeld van Huizinga dan ook niet drastisch wijzigen, schat Van der Lem in. "De inhoud is vooral verrassend omdat het zo persoonlijk is."

Johan Huizinga: Mijn weg tot de historie & Gebeden. Uitgeverij Vantilt; 130 blz. euro19,50.

Twee gebeden

Almachtige God, hoe goed is het, dat ook de lichtste aanraking met Uwen geest in staat is, ons telkens een oogenblik te onttrekken aan het vreeselijke gebeuren van iederen dag: een uiting van zachtmoedigheid, een enkel woord uit Uw evangelie, een blik op den boschrand in zijn herfstpracht tegen het einde van den korten dag. Bij al deze gewaarwordingen worden steeds weer de ruwe dingen van strijdende volken nietig en zonder beteekenis. Mochten de menschen toch altijd kunnen leven in de sfeer van Uwe zaligsprekingen. (22 oktober 1944)

Almachtige God. De vreeselijke dingen, die ons arme land teisteren en ons allen dagelijks bedreigen, nemen steeds erger en benauwender vormen aan. Wij vinden geen woorden meer om U te bidden dan alleen een hartgrondig Heer erbarm U en neem ons allen in Uw bescherming, want alleen bij U is veiligheid. (31 oktober 1944)

Liberalen in leiden claimden huizinga

Johan Huizinga wordt vaak bestempeld als een humanistisch en liberaal historicus. Toch dacht hij veel religeuzer dan vaak wordt gedacht, meent George Harinck, hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam. "Vooral vanaf de jaren dertig kiest hij heel bewust voor het christendom", zegt Harinck. Hij kwam tot dit inzicht toen hij een aantal jaren geleden een inleiding schreef bij cultuurkritische beschouwing 'In de schaduwen van morgen' (1935). Daarin bepleit Huizinga voor een terugkeer naar de christelijke waarden geloof, hoop en liefde, als tegenpool van het opkomend fascisme. "Ook in discussies met zijn neef Menno ter Braak, fel tegenstander van het christendom, verdedigde hij het geloof." Dat het christendom van Huizinga vaak wordt afgezwakt, komt mede door de hoeders van Huizinga's erfgoed, zo vermoedt Harinck. De Universiteit van Leiden, een instituut met van oudsher een liberale inslag, herbergt het archief van Huizinga. "In Leiden is hij toch wel een beetje een heilige", zegt Harinck, die zelf ooit aan Leidse universiteit studeerde. "Hij is in de liberale sferen wat naar die kant getrokken. Geld, seks en religie - daar praten die Leienaren niet over." Dat de christelijke wortels in biografische beschouwingen over Huizinga dikwijls worden genegeerd, is geen kwade opzet, meent Anton van der Lem, werkzaam in Leiden. "Het is gewoon een kwestie van hoe grondiger je kijkt, des te meer je vindt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden