Bidden kun je overal doen

Joep de Hart
"In 1954, mijn geboortejaar, was de kerkgang met aansluitende koffievisite op zondagmorgen de belangrijkste tijdsbesteding van de Nederlander. Tegenwoordig zijn dat: uitslapen, het huishouden doen, klussen en winkelen. De zondag is voor grote groepen in ons land geen rustdag meer. Al het werken, klussen en stofzuigen van door de week gaat op zondag gewoon door. Vooral bij gezinnen met jonge kinderen. Ik denk vaak dat het gevoel van stress en van tijdsdruk dat veel mensen wijten aan het werk dat ze doen, zijn oorzaak vindt in het feit dat er geen echte vrije uren meer bestaan. Die worden volgepropt met van alles. In één uur doen wij veel meer tegelijkertijd dan mijn ouders vroeger. We zijn ook veel mobieler geworden. Er is een soort rusteloosheid in onze vrije tijd geslopen. Ik ren dus ik ben. Ook op zondag.

Acht op de tien Nederlanders waren in 1954 lid van een kerkgenootschap. Meer dan de helft daarvan ging ook op zondag naar een dienst of een mis. Nu zijn kerkleden een minderheid en ze gaan niet meer massaal ter kerke. Dat zie je ook in het straatbeeld. Ik kom uit Kampen. Wij waren katholiek, nogal bijzonder daar, en ik kan me niet anders herinneren dan dat daar op zondag het publieke leven tot stilstand kwam. Het enige wat ik dan hoorde was het gekraak van nieuwe schoenen op weg naar de kerk. Vaak twee keer op een zondag. Wij kregen op zondag wel visite van onze familie uit Brabant. Die wisten niet wat ze zagen. In de zomer was het zwembad dicht, in de winter de ijsbaan. Geen café waar je wat kon drinken. Conformisme stond hoog in het vaandel. Bij de huidige jongeren speelt dit totaal niet. Als die op zondag iets afwijkends willen, ook in spirituele zin, dan wordt hen geen strobreed in de weg gelegd.

Mijn zondag begint tegenwoordig met sport. Zodra het licht is stap ik op mijn racefiets en jakker ik anderhalf uur door de polder. Ik weet daar allerlei vogels te zitten. Een roerdomp, witte reiger, kiekendieven, ik onthoud ze allemaal. Jammer alleen van al die hardlopers die je tegenkomt. Dat gehijg en gepuf met die onwillige lichamen en al die rode hoofden. Dat is geen opbeurend gezicht. Vaak met een koptelefoon op, volledig verzonken in hun eigen lichaam. Ik wil niet alleen met mijn eigen ademhaling bezig zijn, maar ook met wat er door de lucht vliegt en wat er verder om me heen gebeurt. Als ik een interessant plantje zie, ben ik niet te beroerd om af te stappen en even te gaan kijken.

Naar de kerk ga ik nog maar incidenteel. Maar de zondag heeft voor mij nog altijd een religieuze betekenis. Ik wil niet dat die dag identiek wordt aan de vrijdag. Op zondag bid ik meer. Bidden is de ultieme toets voor gelovigheid in een geïndividualiseerde samenleving. Het traditionele kerk-zijn, met naar een gebouw gaan en samen zingen, brokkelt af, maar nog steeds noemt een meerderheid van de Nederlanders zich gelovig en ook het bidden gaat ongestoord door. Ze noemen het anders, maar als je kijkt wat ze doen, raakt dat de kern van wat wij al eeuwen het gebed noemen. Ik bid zondag op mijn fiets. Het grote voordeel van bidden is dat het portable is, je kunt het overal doen.

Als ik niet bij Ajax zit, is de rest van de zondag voor de tuin of voor ontmoeting met vrienden. Heel soms moet ik werk voor de maandag voorbereiden. Dat stoort me dan. Daar is de zondag niet voor bedoeld. Mijn zondagavonden breng ik lezend door.

Mijn schoonmoeder woont op Tholen. Daar is het nog zondag in de traditionele zin van het woord. Op die dag is er niets te doen en beieren om een uur of tien de klokken, waarna de straten zich vullen met kerkgangers. Dat zijn geen oude mensen die in kluitjes breekbaar naar het kerkgebouw schuifelen, maar jonge, kinderrijke gezinnen die met grote auto's over die Zeeuwse dijken komen aangereden om aan de zondagse plicht te voldoen. Als ik dat op zondag gadesla, is het net alsof ik met een tijdmachine word teruggebeamd naar het Kampen van mijn jeugd.

Vroeger was de zondag een patroon dat je opgelegd werd, als een soort collectief gearrangeerd noodlot. Nu kiezen we zelf wat we willen doen op die dag en denken uniek te zijn in onze keuzes. Maar dat is natuurlijke een illusie. Op hetzelfde moment doen honderdduizenden mensen precies hetzelfde als jij."

De zondag bepaalde het ritme van de week, de kerk het ritme van de zondag. Nu kerkbezoek niet meer zo vanzelfsprekend is, vullen we de zondag met onze eigen rituelen. Deze week het slot van deze serie:

Wie is Joep de Hart?
Joep de Hart (58) is socioloog, senior wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar 'kerk en wereld' aan de Protestantse Theologische Universiteit. Hij woont in Zoetermeer en is getrouwd met Anneke. Samen hebben ze drie kinderen. Wegens een val heeft De Hart twee gekneusde ribben en een gescheurde spier opgelopen en kan hij twee maanden niet fietsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden