Review

Bibers’ ’boerenkerkgang’ heeft geen poep onder de klompen

Concertgebouw Amsterdam, 23/5: Orchestra of the Age of Enlightenment olv Rachel Podger (viool). Werk van Schmelzer, Muffat, Mayr en Biber.

Lang voordat het begrip bohemien de betekenis kreeg van flamboyante uitvreter, werkte er in de regio Wenen een interessante groep hofcomponisten aan de canon van de barokmuziek. Het orkest moest in die tijd (midden 17de eeuw) zijn definitieve draai nog vinden. Ook de nieuwe suite- en sonatevormen waren een soort vrijplaats voor klankexperimenten.

Als het goed is hoor je die hang naar avontuur terug in een uitvoering. In de trekkende, langgerekte opening van de Tweede sonate uit ’Armonico tributo’ van Georg Muffat bijvoorbeeld. Majesteitelijke akkoorden die kruidig verschoven en langzaam onder je voeten vandaan werden getrokken. Muffat was de interessantste Boheemse componist die het Engelse Orchestra of the Age of Enlightenment onder violiste Rachel Podger woensdag in het Amsterdamse Concertgebouw over het voetlicht bracht. Toch miste je iets. Iets boheems, zal ik maar zeggen.

Want als het niet goed is, wordt zo’n avond met Habsburgse barok een eindeloze exercitie van verplichte baroknummers. Speelde het Orchestra of the Age of Enlightenment dan slecht? Neuh, dat ook weer niet. Podger zorgde voor een ronde ensembleklank in het darmbesnaarde orkest. Behalve de lage strijkers en de continuogroep (klavecimbel, positieforgel en basluit) stond iedereen, wat een energiek oogt. Ook Podger leek met haar lichaamstaal een wil tot expressie uit te drukken.

Maar die kwam er niet helemaal uit in klank. Het orkest speelde goed, kundig en degelijk maar allesbehalve opwindend. Grote contrasten of duidelijke richting legde Podger niet in de muziek. Zo bleef het oorlogstafereel van Heinrich Ignaz von Biber een braaf ketchupgevecht. De bassiste timmerde wat met haar strijkstok op de snaren, het orkest speelde een cluster, maar het klonk wat halfhartig. In Bibers ’boerenkerkgang’-sonate hoorde je geen koeienpoep onder klompen: de polonaise van de strijkers over het toneel, Podger voorop, zag er wat kinderachtig uit.

Hoe zou iemand als Richard Egarr dit hebben gedaan? Of de vaste gastdirigenten Simon Rattle of Frans Brüggen? Vast met een stuwendere basso-continuogroep en meer kleur, spanning en contrasten. Neem het laatste deel uit Muffats Vijfde sonate, een passacaglia (een zich herhalende baslijn) met een stuk of twintig variaties door de hoge strijkers. Eén groot ding van ongeveer dezelfde kleur, terwijl je iedere variatie een ander karakter kunt geven. Of de ’Passacaglia Grave’ van Ruprecht Mayr, die nergens heen ging. Goed, kundig en degelijk, dat vond ook het publiek. Maar wel: saaaaaai!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden