Bhagavat Gita: zoveel vertalers zoveel zinnen

Van een medewerker AMSTERDAM - “Kunnen we nog geloven in een wereld die twee wereldoorlogen heeft gezien, in een wereld die getuige is geweest van Auschwitz, Rwanda en Cambodja - de grootste massaslachtingen uit de geschiedenis? Wie in de diepste ontgoocheling vertroosting zoekt, kan bij de Bhagavat Gita te rade gaan. Het speelt zich af op het slagveld en geeft een antwoord op de vraag naar het waarom van de waanzin: lijden is zinvol.”

Dit zei de schrijver en Krishna-volgeling Hendrik van Teylingen op een symposium over de Bhagavat Gita, het belangrijkste religieuze geschrift uit de oosterse oudheid, dat zaterdag werd georganiseerd door de Stichting Filosofie en meditatie, die zich de studie van hindoeïsme en christendom ten doel stelt. Van Teylingen: “De Gita geeft me het antwoord op de Auschwitz-vraag, dat ik van christelijke zijde niet kon ontvangen. In het licht van het eeuwig voortgaande rad van karma, geboorte en wedergeboorte is het leven niet meer dan een zuchtje wind.”

De Bhagavat Gita, een heldenepos, doet verslag van de strijd van een Indiase Ben Hur: aan de vooravond van de veldslag tussen twee bloedverwante volken staat de aanvoerder Arjuna vertwijfeld in zijn strijdwagen. Vluchten kan nog. Maar het is God zelf, in de gedaante van Krishna, zijn wagenmenner, die hem vermaant. Arjuna moet zich verenigen met het lot, is de boodschap, en hij moet het onbewogen tegemoet gaan.

Krishna wijdt Arjuna in in de geheimen van het bestaan: God is de leidsman die de teugels van de zinnen in de hand houdt, terwijl Arjuna vecht tegen de demonen in zichzelf. Het slagveld wordt een metafoor voor de universele strijd tussen licht en duister. Door de juiste toewijding aan Krishna leert Arjuna de goddelijke essentie in zichzelf kennen en ontstijgt de begoochelingen van de wereld. Het belangeloos handelen, in overeenstemming met de karmische bestemming, voert de mens tot bevrijding.

Echt gebeurd

Vijf vertalers van de Bhagavat Gita deden verslag van hun geestelijke en taalkundige bevindingen. P. van Oyen van de School voor filosofie: “De rijkdom in betekenis en nuance, maakt het vertalen van het sanskriet tot een spirituele oefening. De kunst is dat de mens zichzelf weer herinnert, zich realiseert dat hij 'niet van deze wereld' is.”

De dode letter, die in het hart van de vertaler tot leven komt, leidt tot verschillende visies. Van Oyen gaat uit van de historiciteit van het Gita-verhaal. “De veldslag vond 5500 jaar geleden plaats en er stonden aan beide zijden vier miljoen man opgesteld. De kaste van de krijgers moest zichzelf uitroeien om de karmische overgang van het bronzen naar het huidige ijzeren tijdperk mogelijk te maken. De miljoenen werden als het ware door Krishna opgeslokt. Maar rechtvaardige strijd leidt naar de hemel.”

Komt de vrije wil er bij Van Oyen niet wat bekaaid af? Van Oyen: “Het individuele handelen moet altijd in overeenstemming zijn met de Goddelijke Wet. Doe je plicht, zegt Krishna. In alle omstandigheden.”

R. Pullen van het theosofisch centrum Post Nubila Lux (na regen komt zonneschijn) zag weinig in deze historische interpretatie, die ook een grondslag vormt voor hindoeïstisch fundamentalisme. “Zowel de oosterse als de westerse mens is in zijn denken gevangene geworden van godsdienstige dogma's, vastgeroeste denkpatronen. Het westen is in de ban van de materialistische wetenschap.” Voor Pullen is alleen zijn eigen vertaling van de Engelse vertaling van de theosoof W. Quan-Judge, in staat de essentie van de Bhagavat Gita voor de moderne westerse mens toegankelijk te maken.

H. van Teylingen stelde dat vrijwel alle westerse vertalingen een onjuiste interpretatie geven van de Gita. “Ze veronderstellen de fundamentele eenheid van de menselijke ziel met het goddelijke: wie zichzelf kent is God. Tegenover dit monisme stelt hij het dualisme. Tot in de eeuwigheid van duizenden levens, blijft de individuele identiteit van God gescheiden. Slechts door volstrekte belangeloze devotie kan men naderen tot Krishna - een persoonlijke God. En slechts door zijn genade kan men uiteindelijk verlost worden.”

Dit dualisme heeft veel gemeen met het christelijke denken, zegt M. Jiwa. Voor wie het wil zien zijn er parallellen te over: “Alles draait om de mens die op zoek is naar de wortels van zijn bestaan. Jezus genas zieken op de sabbat. Ook volgens Krishna gaat het niet om de letter maar om de geest van de wet.”

Krentenbrood

“Er moet een duidelijk onderscheid blijven bestaan tussen de verschillende religies”, zei R. Valk, leraar aan de in opspraak geraakte Platoschool te Amsterdam - gelieerd met de School voor filosofie van Van Oyen. Valk pleitte voor 'een scherpe tekstkritiek naar protestants model'. “Als we zelf met het materiaal aan de haal gaan en christelijke en oosterse cultuur mengen, krijg je een spiritueel boerenjongens-krentenbrood - zoals bij new age.” Ook Valk ziet echter een overeenkomst tussen Bijbel en Bhagavat Gita: “We leven in de eindtijd - daarover spreken beide boeken. Is in de totale teloorgang van normen en waarden, de ontbinding van onze eigen cultuur niet het verval van het ijzeren tijdperk te onderkennen?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden