'Bezuinigingen Hongarije ramp voor middenklasse'

BOEDAPEST - Hongarije gaat flink bezuinigen. Het begrotingstekort van het land moet omlaag, luidt de motivatie. De gevolgen zijn echter niet mals, vooral voor de mensen die het hoofd nu net boven water kunnen houden.

“Het probleem is dat niemand echt weet wat de gevolgen zijn van de bezuinigingen op de sociale voorzieningen die per 1 juli worden doorgevoerd”, zegt de econome Eva Paloc. Kinderbijslag bij voorbeeld bestaat straks alleen nog voor de absolute minima; het riante zwangerschapsverlof van drie jaar wordt afgeschaft en studenten moeten zelf per maand 2 000 forint bijdragen in de studiekosten.

Een gezin van twee ouders met twee kinderen, waarvan er eentje dit najaar gaat studeren, verliest daardoor zo'n tien procent van zijn inkomsten. Als diezelfde ouders afgelopen winter hadden besloten er nog een kleintje bij te nemen in de veronderstelling dat moeder na de bevalling drie jaar haar salaris zou houden, is de ramp helemaal niet te overzien.

Paloc denkt dat de maatregelen vooral rampzalig zijn voor de onderste laag van wat in Hongarije de 'middenklasse' heet: gezinnen die net het hoofd boven water kunnen houden, maar iedere forint om moeten draaien. In een land waar één derde van de bevolking onder de armoedegrens leeft, en één derde net daarboven zijn dat er veel. “Maar wat ons op het Instituut voor Conjunctuur'- en Marktonderzoek het meest verontrust”, zegt Paloc, “is dat het effect van deze bezuinigingen volstrekt onvoldoende zal zijn om werkelijk iets te kunnen doen aan het begrotingstekort.”

Ze legt uit dat de hoge rentestand van 33 procent de opbrengst van de bezuinigingen onmiddellijk opslokt. Volgens Paloc heeft de regering een beetje in de boeken zitten kijken en hier en daar wat uitgaven geschrapt. Maar dat is, vindt ze, geen echte herziening van het sociale stelsel en levert ook niet de middelen op om het enorme gat tussen staatsinkomsten en uitgaven te dichten.

Palocs kritiek geldt met name minister van financiën Lajos Bokros en Gyorgy Suranyi, de directeur van de Hongaarse Nationale Bank, het economische 'dream team' dat het beleid heeft uitgedacht. Zij werden begin dit jaar door premier Horn benoemd om het economische imago van zijn regering op te vijzelen. Ruim een half jaar had de coalitie van socialisten en vrije democraten zitten modderen met het economisch beleid. Zozeer zelfs, dat in de internationale pers, na een schandaal rond de privatisering van Hungarhotels, negatieve artikelen verschenen over het land. En dat terwijl Hongarije met een buitenlandse schuld van zo'n 19 miljard dollar juist afhankelijk is van de harde valuta die het land van buiten weet aan te trekken.

Met de benoeming van de zeer liberale monetaristen Bokros en Suranyi is de 'linkse' regering-Horn een 'rechtse' koers ingeslagen. “Als we een echte vrije markt willen hebben, moeten we de rol van de staat enorm terugdringen”, legt Suranyi uit. Het beleid dat minister Bokros op tafel heeft gelegd is er vooral op gericht om de tekorten op de begroting en de handelsbalans stevig aan te pakken. Een stapsgewijze devaluatie van de forint (27 procent tot het einde van het jaar) moet de consumptie in eigen land temperen en het Hongaarse produkten voor het buitenland goedkoper maken; een extra importbelasting van acht procent moet meer harde valuta binnenbrengen; bezuinigingen op het sociale stelsel moeten de overheidsuitgaven temperen; en een gerichte aanpak van het zwart-geldcircuit (een geschatte dertig procent van het Bruto Nationaal Produkt) moet de inkomsten van de overheid verhogen.

Mes

“Het is allemaal nog maar een eerste stap” bevestigt de directeur van de Nationale Bank de angst van de Hongaren dat er nog veel meer gesneden gaat worden. Wat hem betreft moet het hele Hongaarse systeem op de helling. “Wij moeten het mes zetten in de overheidsdiensten en de sociale voorzieningen. Pas dan ontstaat er ruimte voor een commercieel systeem van sociale verzekeringen en gezondheidszorg.”

Suranyi is ervan overtuigd dat het bestaande systeem zichzelf niet kan vernieuwen. Als voorbeeld noemt hij de economische universiteit waaraan hij zelf verbonden is. Daar zouden 40 professoren sociologie rondlopen terwijl er helemaal geen economisch-sociologische faculteit is en er ook nauwelijks studenten zijn. Hongarije heeft de meeste hoogleraren per student van heel Europa. Ook de hoeveelheid ziekenhuisbedden en artsen per hoofd van de bevolking is onevenredig hoog, vindt Suranyi en hij ziet onder het huidige systeem geen aanzet om efficiënter te gaan werken.

De econome Eva Paloc is het met Suranyi eens dat de overheidsvoorzieningen best wat minder kunnen. Zij vertelt van lege ziekenhuizen waar de patiënten gesmeekt wordt te blijven zodat niet alle bedden leeg zijn. Tegelijkertijd betwijfelt zij of de monetaristen Bokros en Suranyi de basis kunnen leggen voor een nieuw systeem van sociale voorzieningen.

Het 'dream team' gaat, vindt ze, te veel uit van symptoombestrijding: de overheid en de bevolking leven op te grote voet dus moet de consumptie naar beneden, zo lijkt de redenering. Maar dat kan volgens Paloc niet zonder gevolgen blijven voor de produktie van het land en dat is waar het land van moet leven. “Al vijf jaar lang zien de Hongaren hun inkomens achteruit gaan”, besluit ze, “en die trend wordt met dit beleid alleen maar voortgezet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden