Bezield door de Forsythe-vonk dans

'Artifact' is nog te zien: tot 31 oktober in Amsterdam en 9 en 10 november in Rotterdam.

De vier bedrijven op pianomuziek van Eva Crossman-Hecht, de chaconne in D-mol van Johan Sebastian Bach en een bewerking daarvan door Forsythe zelf waren destijds een absoluut hoogtepunt van het Holland Festival. Bij die eerste presentatie in Amsterdam splitsten de amper vierhonderd aanwezigen in het Muziektheater zich in bravo en boe-roepers. Het gerucht verspreidde zich als een lopend vuurtje en deed een run op de kassa ontstaan. De boe-roepers zijn tot zwijgen gebracht en Forsythe heeft nadien de bravo-roepers op een stortvloed van andere hallucinaties getracteerd, via zijn eigen dansers, maar ook via die van het Nederlands Danstheater. Als voorproefje van deze stuntpremiere bracht Het Nationale Ballet al eerder het tweede bedrijf in 1991.

Rots

'Artifact' bleef voor mij als een rots in die branding overeind. Het kwam en komt mij nu opnieuw voor dat dit Forsythe's bron is, waar hij telkens naar terug of vandaan gaat. Door de introductie van drie personages als de protagonisten van een koor van 36 marionet-dansers op het diepe, kale toneel achter een fontein van lichtbundels deed hij de toneelopening in Plato's grot veranderen.

Die protoganisten zijn een vrouw in feeeriek historisch kostuum, haar uit grijze klei opgetrokken tegenpool/tweelingzuster en een man met megafoon die dicteert en daarmee dictator is. In die man (Nicholas Champion) zou men Forsythe zelf kunnen zien.

'Artifact' gaat over en doet gelijktijdig een beroep op de kunst van het geheugen. Daarmee wordt niet alleen het zich herinneren en onze fantasie of duidingsdwang bedoeld, maar nog meer de terreur van het vergeten, in dat systeem van signalen, suggesties, symptomen.

Forsythe stelde zich tot taak een spektakel op basis van dertig woorden en evenzoveel bewegingsfrasen te maken. Daarmee volgde hij - zonder dat te weten - de oproep van de Amerikaanse dichteres Elizabeth Bishop (1911-1979). Zij besloot haar gedicht 'Een hele kunst' met: “Op den duur/ valt de kunst van het verliezen best te leren/al lijkt het (Schrijf op dan!) dat het ons wel degelijk kan deren.” (vertaling J. Bernlef).

Forsythe's schrijven bestaat uit fragmentatie, combinatie, ordening, onttakeling, schakeling, tempowisseling. Ogenschijnlijk moeiteloos paart hij daarbij de klassieke aan de moderne danstechnieken, daarmee een nieuwe dimensie van de dans als de architecte van tijd en ruimte blootleggend. De dans wordt tussen de tweelingzusters gesponnen, getwijnd en vermalen, en maakt ook de dictator tot een roepende in de woestijn.

Meer dan dertig woorden en bewegingen heeft Forsythe ook niet nodig om de alles vernietigende dialectiek van ons denken, doen en laten in beeld te brengen. Wanneer de kronkelende, ongrijpbare Butohvrouw als een majorette-priesteres de dans-meetkunde op de chaconne van Bach aan haar koor van discipelen heeft gedicteerd, zal in het volgende, derde bedrijf de historische fairy queen in een hysterische furie veranderen, die negen wit-zwart beschilderde panelen omver werpt in een op tilt geslagen hordeloop. Niet de fee-furie maar de zwijgende, ondoorgrondelijke moddermoeder is immers het Almachtige Oer in Forsythe's Goocheldoos. De oversystematisering van de chaos in dit deel ontaardt tenslotte in een finale van dictatuur en destructie, waarin de cirkelgang binnen 'Artifact' zich vicieus sluit.

Schudden

Voor die kringloop speelt Forsythe met de woorden binnen/buiten, ik/jij, hij/zij, stap/verhaal, altijd/nooit, herinneren/vergeten, hoe/wat/waarom/waar, stenen/stof/zand/gruis/roet, zien/horen/denken/zeggen/doen, hetzelfde, down there. Na een flink schudden van dit protoplasma van onze beschaving in vele en/of combinaties komt een mix van madness en miracle tevoorschijn.

Vooral het danspeloton is een grote glansrol van Het Nationale Ballet, want het steek- en slingerspel van hun ledematen is even scherpsnijdend en grillig dwangmatig als Bachs befaamde chaconne, maar ook soepel glijdend of beukend als Gerard Bouwhuis' vertolking van Eva Crossmans muziek. De dansers van Het Nationale Ballet lijken als door een bovenaardse kracht beroerd. Deze Forsythe-vonk hergaf het hele gezelschap een nieuwe, ook hard nodige, bezieling. Met Rachel Beaujean als een superieure mudwoman en Jeanette Vondersaer/Pierre Paradis en Coleen Davis/Jahn Johansen als ijzersterke captains of the Forsythe-industry wordt een droom van een voorstelling opnieuw werkelijkheid. Step inside, step outside, down there.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden