Bezemwagen: einde wandeling Vierdaagse-loopster met Parkinson weigert in te stappen

NIJMEGEN - Dikke tranen rollen over haar wangen. Haar beenspieren zijn stijf en weigeren verder te lopen. Maar zelf wil ze van geen opgeven weten. De jonge Vierdaagseloopster weigert daarom plaats te nemen in de bezemwagen. Na een kop thee en enkele bemoedigende woorden strompelt ze verder. Nog 25 kilometer voor de boeg.

WALTER BAARDEMANS

“Na de volgende rustplaats komt ze niet meer vooruit”, voorspelt Henk Parmentier. Hij rijdt als arts mee op de bezemwagen, die als veger fungeert aan de staart van het Vierdaagse-legioen. Wie instapt, doet niet meer mee. Het kleine stapje in de auto waarin het bed lonkt, is daarom voor veel wandelaars in deze dagen een enorme stap.

De staart van de Vierdaagse wordt gevormd door een bonte stoet lopers, voor een deel vrolijke stappers voor wie het tijdstip van binnenkomst er niet toe doet. Zij zijn gewoon laat gestart. Daartussendoor lopen de krepeergevallen, die misschien tegen beter weten in, toch zijn begonnen aan de loodzware derde dag met de Zevenheuvelenweg in Groesbeek. Als het publiek de stoelen langs de kant inklapt en kraampjes het hoogtepunt van de handel al lang achter de rug hebben, banen zij zich nog een weg tussen het op gang komende verkeer.

Chauffeur Marcel de Beerde, die als dienstplichtige militair vrijwillig naar Nijmegen toog, rijdt de als ambulance ingerichte Renault op en neer over het parcours op zoek naar uitvallers. Achterin de wagen zijn de Rode Kruis-vrijwilligers G. Ellen en L. Looy paraat om de ze op te vangen.

Al een kleine vijf kilometer na de start kiest een Amerikaanse loper eieren voor zijn geld. Hij heeft zo'n last van zijn knieën dat hij de Vierdaagse laat voor wat die is. Met moeite weet hij zich in de wagen te hijsen. De bezemwagen vervoert hem naar de eerste officiële eerstehulppost, vanwaar hij teruggaat naar Nijmegen. Hij merkt er zelf weinig meer van, want hij valt als een blok in slaap.

De bezemwagen, die met een handveger voorop ook als zodanig herkenbaar is, roept bij nog frisse wandelaars de nodige hilariteit op. “Rijden jullie maar gauw door, wij lopen wel”, klinkt het met enige regelmaat. Volgens Henk Parmentier zijn er zelfs achtergebleven wandelaars, die snel doorlopen, als zij de bezemwagen zien naderen. Toch zoeken wandelaars de ambulance ook regelmatig op.

Soms alleen om naar de weg te vragen, maar ook om een lastige blaar of zere scheenbenen te laten behandelen. Maar daarvoor is de bezemwagen niet. Tot onbegrip van sommige lopers moeten zij doorlopen tot de officiële hulpposten.

Een vrouw die niet geholpen wordt aan haar bloedblaar, barst in snikken uit en snauwt: “Wat zijn jullie toch misselijke mensen.” Volgens Parmentier bracht een ambulance haar de vorige dag echter thuis en was er toen ook niets aan de hand. Bij de eerste hulppost in Mook, dertien kilometer van Nijmegen, hebben zich rond half twaalf een kleine zestig uitvallers gemeld. Een man die al zestien keer meeliep, moet stoppen, omdat een militair met zijn kistjes en zware bepakking bovenop zijn voet ging staan. Een Nijmeegse snapt niet dat zij na zeshonderd kilometer training zonder problemen, nu met een ontsteking aan de knie moet uitvallen. Zij krijgt bijval van een andere getrainde uitvalster. “Mijn vrienden hebben helemaal niet getraind en lopen nu nog. En ik zit hier in een busje.”

Als de allerlaatste lopers de raad om te stoppen in de wind slaan, debatteren hulpverleners onder elkaar over wat eigenlijk nog verantwoord is. “Ik heb iemand gezien met Parkinson. Die ging drie meter vooruit en twee meter achteruit en deed 'een uur' over zeshonderd meter. Zo iemand moet toch van het parcours”, meent een van hen. Toch slagen zij er niet in een vrouw die al tweemaal gevallen zou zijn, te overtuigen om van de slopende tocht af te zien.

Tegen half een worden de uitvallers vanuit Mook terugvervoerd naar Nijmegen. Het busje rijdt over de St. Annastraat, waar vandaag de succesvollen hun triomtocht zullen maken. Voor de uitvallers zit nog niemand langs de kant van de weg. “Ik had een iets andere binnenkomst in gedachten”, klinkt het cynisch, “maar tweëneenhalve dag is toch ook best knap van ons.” Ondertussen gaan snoepjes Dextro-energy in het rond: “we hebben ze wel niet meer nodig . . .” Veel trek in een volgende Vierdaagse is er niet onder de uitvallers, meer in de feesten die tot zaterdag in Nijmegen gehouden worden.

Als het busje in Nijmegen arriveert en de eerste lopers de finish al gepasseerd zijn, heeft het huilende meisje met stijve spieren de hulppost achter zich gelaten. De thee heeft blijkbaar wonderen verricht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden