Bewuste segregatie in Leiden-Noord

Jongerenwerker en linksbuiten Brahim Lakhal: ¿Er zat veel oud zeer.¿ (FOTO PATRICK POST, SPORTSTATION)

De Leidse voetbalclub Roodenburg houdt bij de hoogste seniorenteams allochtonen en autochtonen bewust gescheiden. Een gevolg van een nieuwe filosofie over integratie.

Een lokale welzijnsorganisatie vatte het plan op om de zondagtak van volksclub Roodenburg nieuw leven in te blazen. Een eerste elftal met louter Marokkaanse spelers moet een positief effect hebben op de integratie van deze bevolkingsgroep binnen de Leidse vereniging. De scheiding van het autochtone deel van de club, dat hoofdzakelijk op zaterdag speelt, werkt volgens de initiatiefnemers bevorderlijk.

Brahim Lakhal (23) herinnert zich de weerstand van het bestuur, toen hij eind mei opperde oud-leden en vrienden uit de buurt samen te voegen in een team. „Er zat veel oud zeer”, vertelt de jongerenwerker over de stekelige reacties. „Ik moest alles zelf regelen, in een recordtempo. Het was een lastige klus, maar het lukte. Net op tijd. Ik kreeg voldoende inschrijvingsformulieren bijeen om een elftal te formeren. Zelf speel ik ook.”

Zijn chef Sibbele Wignand adopteerde het plan. Uit idealisme en pragmatisme. Jeugdwerk Leiden houdt kantoor in het clubgebouw van Roodenburg. „Ik wilde best meewerken, mits het plan aan een aantal voorwaarden zou voldoen”, zegt hij. „De spelers van het zondagelftal moesten als voorbeeld dienen voor de Marokkaanse gemeenschap in de wijk. Een rolmodel zijn op en buiten het veld.”

Toen Wignand de selectie daartoe bereid vond, ging hij in de slag met twee woningcorporaties. „Die hoorden ons verhaal aan en zagen perspectief in het project. Ze zien jeugd liever voetballen bij een club dan rondhangen in de wijken. Het leverde een sponsordeal op. Van dat geld konden we shirts en trainingspakken aanschaffen. Wij betalen de trainer en vullen, zo nodig, lege plekken in het kader op.”

Die gaten wil Wignand zo spoedig mogelijk dichten met allochtone inbreng. In het spoor van de jeugd, warm gemaakt door het zondagelftal, moeten enthousiaste vaders en moeders volgen. „We willen ze leren mee te draaien in het Nederlandse verenigingsleven. Geen eenvoudige klus, zoals overal in Nederland. Vaak komt het voort uit pure onwetendheid. In Marokko krijgen voetbalclubs staatssteun voor begeleiding. Die mensen weten niet eens dat er vrijwilligers bestaan.”

Lakhal beaamt deze woorden. Zijn ouders genoten nauwelijks scholing en spreken de Nederlandse taal mondjesmaat. „Het NOS-journaal volgen is echt te veel gevraagd”, zegt hij. „Veel Marokkaanse jongeren leven met die realiteit en maken er misbruik van. Als ze van school worden getrapt of hun baan verliezen, houden ze thuis eenvoudig de schijn op. Zolang er geld binnenkomt, stelt niemand vragen. Dat zo’n jongen misschien op dubieuze wijze zijn brood verdient, blijft voor hen verborgen. Het gaat immers goed.”

In een poging jeugd te werven en de betrokkenheid van ouders van vreemde herkomst te vergroten krijgt Roodenburg steun van de KNVB. Acht uur in de week loopt Jaime Lopez rond op het sportcomplex om deze processen te bevorderen en te begeleiden. De voetbalbond betaalt Lopez, die een speciale cursus volgde, uit een subsidiepot die is gekoppeld aan ’Tijd voor Sport’, een project van het ministerie van VWS.

Wignand kijkt met een plezierig gevoel terug op de afgelopen maanden. Na een moeizame start voldoet het eerste zondagteam, uitkomend in de vijfde klasse, aan de verwachtingen. De trainingsopkomst is goed, bij thuisduels zit de tribune vol en akkefietjes op het veld blijven uit. „Na drie weken liep het gesmeerd”, lacht hij. Dat de ploeg nog niet in een kampioensvorm steekt, deert hem niet. „Goede uitslagen komen de uitstraling natuurlijk ten goede. Maar wij zetten breder in.”

Onderling mogen de verhoudingen goed liggen, de buitenwacht had beduidend meer moeite met het nieuwe elftal. De oude garde van Roodenburg zag de selectie aanvankelijk voor tuig aan. Lakhal, de vaste linksbuiten: „Iemand dreigde de politie te bellen toen we op het hoofdveld wilden trainen. Hij snapte niet dat we bij de club hoorden. Een pijnlijke situatie. Gelukkig draaide die man bij. Nu komt hij in de kleedkamer een praatje maken.”

De weerstand van de Leidenaar stond niet op zichzelf. Enkele jaren geleden verkeerde de vereniging in zwaar weer, nadat een leegloop het ledenbestand had doen verdampen. De oorzaak lag gevoelig. Het eerste zaterdagelftal, bestaande uit autochtonen, werd na herhaaldelijke uitingen van agressie uit de competitie genomen. De zondagtak, destijds het vlaggenschip, verbrokkelde eveneens, toen spanningen tussen jonge Marokkanen en Nederlanders voor acuut instortingsgevaar zorgden.

„De overgebleven blanke spelers – het Marokkaanse deel waaierde uit – sloegen vervolgens de handen ineen en hielden Roodenburg in leven”, zegt oud-preses Maarten van Geffen, die na het ingezette verval instapte. De docent Sportmanagement aan de Haagse Hogeschool zette met het gedecimeerde bestuur een reddingsactie op touw. Hij poetste een schuld van een ton weg, richtte een normen- en waardencommissie op en weekte subsidies los.

Dat het multiculturele aspect van de wijk in de nieuwe vorm matig tot uiting kwam bij de senioren, nam hij voor lief. „De gemeente heeft Roodenburg, vanwege zijn ligging, jarenlang gebruikt als proeftuin voor integratieprojecten”, legt hij uit. „Die mislukten faliekant. Toch ben ik Leiden zeer erkentelijk. Toen we dringend geld nodig hadden, tipten ze ons over de mogelijkheid jeugdwerk in ons clubgebouw te huisvesten. Met de achterliggende gedachte een samenwerking aan te gaan.”

Van Geffen, onlangs gestopt als voorzitter vanwege studiedoeleinden, roemt het initiatief om een Marokkaans zondagteam op richten, ook al leidt dit op het oog tot scheiding van rassen. „Segregatie om integratie te bevorderen”, vat hij de doelstelling samen. „In een vereniging moet je een eigen plek vinden. Als dat niet lukt, bouw je een eigen huis. Als dat staat, groeien verschillende groepen vanzelf naar elkaar toe.”

Interim-preses Ronald van Weerlee deelt de mening van zijn voorganger, maar uit zich scherper. „Deze vorm is de meest haalbare”, licht hij toe. „Als je drie Nederlanders toevoegt, wordt van hen verwacht dat ze thee halen en vervoer regelen. Dat heeft het verleden herhaaldelijk bewezen. Om volwaardig deel uit te maken van een vereniging, moet je weten wat het inhoudt om lid te zijn. Roodenburg loopt niet weg voor complexe vraagstukken, maar probeert nieuwe wegen uit.” Lakhal en Wignand beamen deze lezing. „Het kan nu helaas niet anders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden