Ramses Shaffy Beeld Hollandse Hoogte /  ANP Kippa
Ramses ShaffyBeeld Hollandse Hoogte / ANP Kippa

EssayBewondering

Bewondering en narcisme liggen soms dicht bij elkaar: ‘Ik, als enige, begréép Shaffy’

Gaat het in het bewonderen om die ander, of toch stiekem om jezelf? Yolanda Entius duidt haar (en onze) hang naar een idool.

Yolanda Entius

Ik heb nooit in God geloofd, maar zuinig in het aanwijzen van zijn plaatsvervangers was ik evenmin: er moest iemand zijn die mij zag. Niet zomaar iemand, maar iemand die ik kon bewonderen, een hemels wezen dat van pure en onvervalste uniciteit in duizend kleuren zó oogverblindend straalde – als zonlicht op een gletsjer bij het krieken van de dag (bewondering gaat in superlatieven) – dat ik hém niet zag, maar alleen mijzelf in zijn goddelijke licht. Want zo is het met goden: wij, mensen, hoeven hén niet te zien, zij, de goden, moeten óns zien. Of beter: ze moesten mij zien, míj bewonderen. Want ook al wist ik dat ik, bewonderaar, met velen ben en dus voorbestemd om grijs te zijn, ergens diep van binnen dichtte ik mijzelf unieke kwaliteiten toe die ook van mij, in zijn ogen, een god zou maken.

Ik begréép mijn held. Ik begreep hem beter dan al die andere bewonderaars die mijn arme held achtervolgden met hun gedweep, waarvan deze uiteraard niet was gediend. Ík begreep dat, ik was de uitzondering. En ook al wist ik dat wij allemaal dachten een uitzondering te zijn: ik wás het, ik was het echt.

Dat ene oorbelletje

Neem dat oorbelletje van Ramses Shaffy, dat ene oorbelletje. Ik had ook zo’n oorbelletje, precies zo, één ringetje, één. Maar het mijne was net iets kleiner dan dat van hem, en ik wist zeker dat hij, als hij wist dat je bij ons in Gouda in Hét winkeltje echt minuscule oorringetjes kon kopen, hij er ook zo een zou willen hebben. Vandaar dat ik speelde met de gedachte hem zo’n ringetje cadeau te doen. Eindeloos kon ik fantaseren over de brief die ik erbij zou schrijven. Dat mijn eerste langspeelplaat er een van hem was: De verwaaide keizerin en dat ik alle teksten uit mijn hoofd kende, ook van dat liedje dat ik eigenlijk niet begreep. Iets met een minnaar die in de ochtend verdwijnt en die iets op Shaffy’s mouw moest schrijven.

Ramses Shaffy Beeld anp
Ramses ShaffyBeeld anp

Subtiel zou ik er, mocht hij mijn cadeau accepteren, op hinten dat wij samen één paar oorbellen hadden, en dat wij, ook al was ik een meisje, door die oorringen aan elkaar verbonden waren. Daar hoefde hij zich overigens geen zorgen om te maken: ik stelde mij bescheiden op, niemand zou er weet van hoeven hebben. Het was ons geheim.

Ook Harry Sacksioni mocht zich verheugen in mijn toegewijde aandacht. Eerst speelde hij in de band van Herman van Veen die ik als vijftienjarige erg goed vond, maar toen ik ontdekte dat Van Veen zijn vrouw ontrouw was, viel hij van zijn sokkel en hees ik Sacksioni erop. Hij was net solo gegaan omdat hij, zo vermoedde ik, er net zo’n hoge morele standaard op nahield als ik.

Wat een geluk dat ik die brief niet heb verstuurd

Sacksioni had een nummer geschreven dat Hagelslag heette. Per brief nodigde ik hem uit bij mij te komen ontbijten. Hij kon pindakaas krijgen, hagelslag of vlokken. Praten hoefde niet, want ik begreep dat gitaarmuziek zo veel meer kon zeggen dan mijn woorden. Toen ik (onlangs nog maar) een documentaire zag waarin Sacksioni vertelde dat hij ruim veertig jaar gestalkt is door een meisje dat, vanaf haar veertiende tot aan haar dood op middelbare leeftijd, verliefd op hem was, schoot die invitatie voor een potje zwijgen bij het ontbijt me weer te binnen. Wat een geluk dat ik die brief niet heb verstuurd.

Ramses Shaffy heb ik wél eens echt geschreven; ik heb hem zelfs ontmoet. Toen ik begin dertig was en in Amsterdam woonde, zag ik hem op een dag met een man op een terrasje zitten in de Jordaan. Ik had mijn enkel gebroken en liep op loopgips en krukken, over het trottoir waarop hij, met zijn benen gestrekt tot aan de stoeprand, een wijntje zat te drinken. Ik herkende hem meteen en keek gauw een andere kant op. Maar omdat hij, om me niet te hinderen, zijn benen voor me in moest trekken, zag ik me gedwongen hem daarvoor te bedanken.

Vastgenageld op nog geen centimeter van zijn voeten worstelde ik met de vraag hoe dat te doen. Net doen of hij een vreemde voor me was vond ik huichelachtig, maar ik gunde hem ook zijn anonimiteit. Hij verloste me uit mijn lijden door te vragen naar de reden voor mijn gips en krukken. Uit dankbaarheid voor zo veel aandacht van zijn kant vertelde ik hem van dat oorringetje waar hij (al dan niet geveinsd) welwillend en gevleid op reageerde.

Harry Sacksioni Beeld anp
Harry SacksioniBeeld anp

Decennia later kwam ik hem rond middernacht tegen op de Nieuwmarkt. Hij was, net als ik, in zekere staat en ik kon het niet laten hem erop te wijzen dat mijn enkel weer genezen was. Hij herkende me niet en herinnerde zich het voorval evenmin, ook niet nadat ik het hem tot in de kleinste details uit de doeken had gedaan, maar hij vond het leuk dat ik hem herkende; dat overkwam hem zo vaak niet meer.

Bitterballen en rode wijn

En toen ik nog weer later een boek had geschreven met als titel Alleen voor helden dorstte ik het aan hem, per brief, te vragen het eerste exemplaar in ontvangst te nemen. Hij woonde toen al in het Sarphatihuis. Als ik voor begeleiding, een taxi, een portie bitterballen en een fles rode wijn zorg kon dragen, zou hij komen. Aldus geschiedde. Met een glimlach die wellicht wat ongemakkelijk was, luisterde hij naar de voordracht van mijn brief, en nam behalve het boek ook het oorringetje aan, dat ik in het omslag had geprikt. En na afloop, toen we hem allebei flink om hadden, mocht ik bij hem op schoot zitten. Er zijn foto’s van. Foto’s waarop mijn god van vlees en bloed geworden is; van bitterballen en rode wijn, en van op tijd weer met de taxi terug naar huis.

De kern van bewondering is niet de bewonderde, besef ik inmiddels, maar het wonder. Niet de schepper, maar de schepping, niet de kunstenaar, maar de kunst. En dat het een kunst op zich is om het wonder in stand te houden, het te aanvaarden als iets dat je niet hoeft te weten en niet hoeft te begrijpen, waarin je je alleen maar hoeft te verheugen.

Als ik hier op mijn terras zie hoe de zwarte houtbij (die niet zwart is maar van een diepdonker, glanzend purper) zich tegoed doet aan het stuifmeel van de kogeldistel (die van een hallucinerend lichtblauw is dat het midden houdt tussen grijs en lila), kan ik niets anders dan er met open mond naar kijken.

Volkomen zinloos en vol van zin

Die kleuren zijn niet te verzinnen, niet te begrijpen. Ik wíl het ook niet begrijpen en dat alleen al mag een wonder heten. Het is van een schoonheid waaraan ik me alleen nog maar over kan geven. Ik onderga het. Ik hoef er niets voor terug. Ik verlang van de houtbij noch de kogeldistel dat ze mij zien. En, nu we het er toch over hebben, ze voeren hun kunsten ook niet voor mij op, maar voor zichzelf. Het is die onverschilligheid die me dan ineens ontroert: dat het er is, die schoonheid, dat ik die kan zien, en dat dat zo volmaakt nutteloos is, volkomen zinloos en vol van zin.

Onlangs kwam ik, al zappend, terecht bij Hans Dorrestijn die op een eiland zit en er gasten ontvangt. Toevallig was het dit keer Harry Sacksioni die nog maar eens vertelde hoe zijn stalker niet alleen zíjn, maar vooral ook haar eigen leven had verziekt. Vergooid had ze het; al haar tijd en al haar talent – al haar zingen, vechten, huilen, bidden, lachen, werken en bewonderen – opgeofferd aan haar obsessie voor een man die zij niet kende en een leven dat zij niet heeft leren kennen.

Niets heeft zij van Shaffy, Sacksioni of bewondering gegrepen. Nee, dan Dorrestijn die wat ik hier wil zeggen samenvatte met de woorden: “Gelukkig heb ik de gave der bewondering, dus ik geniet.”

Lees ook:

Leg eens uit ‘bestie’, zo eisen de 87 miljoen volgers van Billie Eilish

Fan komt van het woord fanatiek, dus enige hysterie kleefde dit type bewonderaars altijd al aan. Op sociale media nog iets meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden