’Bewezen is dat belonen werkt’

Foppe de Haan (ANP) Beeld
Foppe de Haan (ANP)

Nu NOC-NSF een olympische heilstaat nastreeft, zou positieve coaching daarin passen. Te vaak ziet Jacques van Rossum dat coaches hun sporters afbranden.

Ooit onderwierp Co Adriaanse de spelers van Willem II na een nederlaag aan een vernederende strafmars van 26 kilometer. Bij AZ liet hij zijn ondergeschikten een uur lang zoeken naar paaseieren die er niet waren.

Jacques van Rossum, bewegingswetenschapper en psycholoog verbonden aan de faculteit bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam, vertelt over zijn verbazing toen hij vernam dat Klaas-Jan Huntelaar bij Ajax nooit iets heeft geleerd over handelen in het vijandige strafschopgebied. Terwijl zijn trainer Marco van Basten daar toch een grootmeester in was. En hij vertelt over de angst bij voetbaltrainers om als watje te worden aangezien.

„Na een lezing over positief coachen bij een betaald voetbalclub kwam een trainer naar me toe om te zeggen dat hij het ook zo aanpakt”, aldus Van Rossum. „Maar dat deed hij fluisterend, niemand binnen de club mag het weten. Want hoe zal de voorzitter reageren?”

Waar het gaat om zoeken naar voorbeelden van slecht coachen, is voetbal volgens Van Rossum ’fantastisch’. „Daar gebeurt zoveel doms. Daar wordt alles gedaan wat tegen de leerpsychologie ingaat. Spelers worden gestraft, afgeblaft en gekleineerd. Terwijl bewezen is dat juist belonen en het lering trekken uit fouten werkt.”

„Als een leraar op school zo tegen leerlingen zou optreden, komen ouders in opstand. In sport wordt het als normaal ervaren, terwijl het absoluut niet werkt. Het werkt demotiverend, de resultaten worden slechter, het plezier in de sport gaat verloren en sporters haken af.”

Niet alleen in het voetbal gaat het fout, het gebeurt overal en in alle geledingen. Dat komt volgens Van Rossum omdat in coachopleidingen geen aandacht wordt besteed aan een van de twee belangrijkste pijlers. „Training en instructie zijn prima verzorgd, maar aan positieve feedback geven wordt nauwelijks aandacht besteed. Trainers zijn resultaatgericht, terwijl ze zich op het proces zouden moeten richten. Dan komt het resultaat vanzelf.”

Te vaak ziet Van Rossum sporters met hangende schouders en gebogen hoofden het strijdperk verlaten. Of hun ogen staren naar de grond als de coach zijn donderspeech afsteekt. „Van communicatie is dan geen sprake. De coach zendt zijn boodschap uit, maar die wordt niet ontvangen. Dat gebeurt pas bij oogcontact en verbale interactie.”

Volgens Van Rossum is de Nederlandse sport te resultaatgericht. Dat is een klimaat dat is geschapen door NOC-NSF. Een andere reden is dat sporters en coaches vaak op een verschillende golflengte zitten.

De wetenschapper haalt een onderzoek aan dat hij op dansscholen verrichtte. „Ik onderzocht of docenten en studenten hetzelfde idee hadden van de ideale docent. De dansdocenten dachten van zichzelf dat ze dicht bij het ideale plaatje zaten.”

„De studenten hadden daar een ander idee over. Zij wilden niet alleen als danser worden aangesproken, ook als mens. Dat gebeurde niet. In een kunstvorm waarin expressie een belangrijk thema is, vond ik dat frappant. Ik was zelfs geschokt, ook bij dans worden mensen klein gemaakt en geïntimideerd.”

Over positieve coaching en de effecten daarvan is volgens Van Rossum in Nederland weinig literatuur. Er wordt aan een boek gewerkt door Ewald van Kouwen, die een praktijkprogramma heeft ontworpen (positiefcoachen.nl). Zelf doet Van Rossum promotiewerk via de website coachesdienooitverliezen.nl.

Daarbij maakt hij gebruik van een onderzoek van de Amerikanen Smoll en Smith. Zij schreven een beknopte handleiding voor effectief coachen, die Van Rossum in het Nederlandse liet vertalen en verspreidt. De handleiding wordt bij een aantal bonden voor opleidingen gebruikt. Een aantal clubs hanteert de brochure om eigen kader op te leiden en de KNVB verspreidt ze onder leden.

„Bij dansen ging men er vanuit dat je tegen kritiek moet kunnen en daardoor wordt gehard. Dat wordt gedaan door mensen klein te maken. Dat werkt niet op termijn. Teams waarin veel wordt gekankerd, lopen na het seizoen leeg. Sporters die het plezier verliezen stoppen.”

Toen Van Rossum in het kader van het NOC-NSF Masterplan Talentontwikkeling een lezing hield over talentcoaches, stond na afloop Foppe de Haan op met de mededeling dat hij ook vanuit de positieve invalshoek werkt. Van Rossum noemt andere voorbeelden, zoals hockeycoach Marc Lammers. Die zegt: „Ik heb mezelf aangeleerd meer te focussen op het positieve. Op wat de speelsters al kunnen en waar ze goed in zijn, en ze daarin te stimuleren. Ik zette ze te veel voor het blok: jongens, we moeten eerste worden. Fout! Het heeft geen enkele zin om te pushen en de druk op te voeren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden