Bevroren onenigheid

De curieuze geschiedenis van Moresnet, Nederlands derde buurland

Soms is diplomatie kinderspel, dan weer een kinderachtig spel. Landen leven vaak liever met een wazig compromis dan dat ze de ander wat gunnen. Het ministaatje Moresnet, ooit Nederlands derde buurland, dankte daar zijn bestaan aan.

Op het Congres van Wenen in 1815 en ook daarna konden Pruisen en het nieuwe koninkrijk Nederland het niet eens worden over een petieterige driehoek. De drieënhalve vierkante kilometer land kon ze worden gestolen. Het ging de mogendheden om de zink die er werd gewonnen. Het overleg liep zo vast dat het gebied een statuut van onverdeeldheid kreeg toegekend: Neutraal Moresnet was geboren, bevroren toestand van onenigheid.

Twee auteurs laten dezer dagen hun licht schijnen over dit weeffoutje in de geschiedenis. Journalist Philip Dröge schreef 'Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje'. Hij heeft een voorkeur voor onder het stof geraakte historie, zoals hij al bewees met het vorig jaar verschenen 'De schaduw van Tambora. De grootste natuurramp sinds mensenheugenis'. De veelzijdige David Van Reybrouck maakte tot nu toe het meeste indruk met het kloeke boekwerk 'Congo. Een geschiedenis' (2010) en focust in zijn boekenweekessay 'Zink' nu eens niet op een kolossaal land maar op een postzegelstaatje.

Zo'n absurditeit - Neutraal Moresnet mocht een eeuw bestaan- roept bij lezers van nu enige vertedering op. Ook destijds had het land voor sommigen een hoog knuffelgehalte.

Bezoekende journalisten uit de hele wereld zagen destijds vooral de idylle: een landje zonder leger, en vrij van hoge belastingen en een bemoeizuchtige overheid. Een plek "waar de eenzame veldwachter gemoedelijk zijn ronde doet". Een verslaggever van de Londense Pall Mall Gazette schreef: "Waren alle staatsmannen maar als de burgemeester van Moresnet. Wat zou de politiek een prettig spel zijn."

Volgens mannen met nog romantischer idealen kon Moresnet onder de naam 'Amikejo' uitgroeien tot het centrum van een nieuwe, vrediger wereld. Ze wilden dat het landje de eerste staat ter wereld werd waar iedereen Esperanto sprak. Moresnet moest de wereldhoofdstad van de kunsttaal worden. Binnen decennia kon die de wereld veroveren, geloofden de propagandisten, en de volkeren dichterbij elkaar brengen. Verder dan de eerste aanzetten kwam het niet. Amikejo bleef een utopie.

Alles was in Moresnet net even anders. Niet per se beter. De burgemeester ging over kleine kwesties. Zaken van iets meer belang werden al voorgelegd aan de regeringscommissarissen die namens Pruisen en Nederland (later België) toezicht hielden. Maar kon een vraagstuk ook maar enigszins diplomatiek gevoelig worden, dan werd het voorgelegd aan bestuurders in de hoofdsteden. Wat in elke normale gemeente een hamerstuk was, kon in Moresnet verzanden in stroperige besluitvorming.

Het curieuze staatje bleek een soort juridische Bermudadriehoek. Bij gebrek aan eigen wetgeving werd de Code Napoleon maar aangehouden. De rechtszaken gingen naar de rechtbanken in Aken en Luik die voor de gelegenheid dan even uitspraken deden op basis van oude Franse wetten.

De eigenaar van de zinkmijn, het bedrijf Vieille Montagne, had veel macht. In feite was Moresnet geen land, maar een naamloze vennootschap met grenzen. Jongemannen uit de buurlanden ontliepen er de dienstplicht. Omdat accijnzen innen te duur was, werden die maar niet geheven. Het betekende dat consumptiegoederen er spotgoedkoop waren. Smokkelaars wisten het gebied vanzelfsprekend al snel te vinden. Gokkers ook.

De grote buren stoorden zich aan het Sodom en Gomorra. Pruisen liet zelfs een zwartboek opstellen over alles wat niet deugde aan het staatje. Meermalen overlegden diplomatieke vertegenwoordigers over een definitieve oplossing, maar keer op keer bleef de onwil om concessies te doen groter dan de ergernis over dat merkwaardige driehoekje op de landkaart.

In augustus 1914 liepen Duitse troepen hun kleinste buurland onder de voet. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog gold het recht van de overwinnaars. Moresnet viel aan België toe. Met de streek rond Eupen en Malmedy was het een troostprijs voor het zo door de oorlog getroffen land, dat ook zijn oog had laten vallen op Zeeuws-Vlaanderen en Nederlands Limburg.

David Van Reybrouck beschouwt in 'Zink' ook de lotgevallen van Moresnet na 1918. Gewone mensen kwamen klem te zitten tussen de voortdurend schuivende panelen van de geschiedenis. De auteur van het boekenweekessay probeert wel erg veel ballen tegelijk in de lucht te houden: zowel de eeuw van Moresnet als de wederwaardigheden van een naar het staatje gevluchte ongehuwde moeder en vooral haar zoon Emil Rixen, kind zonder identiteit met voortdurend wisselende nationaliteit. In combinatie met Van Reybroucks zwierige pen is dat te veel voor een bladzijde of zestig. Mens en materie komen net te weinig tot leven.

Dröge laat in zijn boek jammer genoeg de geschiedenis van na het verdwijnen van het ministaatje liggen. Daar staat tegenover dat hij de eeuw tussen de Congressen van Wenen en Versailles recht doet. Zo'n 250 bladzijdes voor deze geschiedenis lijkt wat veel van het goede. Het curiosum Moresnet en alle curieuze, historische details kan een boek van die omvang echter makkelijk dragen.

En geschiedenis laat zich nooit helemaal wegpoetsen. Wie hoog boven Moresnet vliegt, ziet de grenzen van weleer. Vanaf 1822 werden de bomen aan de grenzen met Pruisen en Nederland gekapt. Daardoor is nog altijd een driehoek zichtbaar.

Philip Dröge: Moresnet. Opkomst en ondergang van een vergeten buurlandje Unieboek/Het Spectrum; 272 blz. euro 19,99

David Van Reybrouck: Zink Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek/De Bezige Bij; 64 blz. euro 2,50

'Waren alle staatsmannen maar als

de burgemeester van Moresnet'

Philip Dröge (l.) en David Van Reybrouck

Kaart van 1816. Vanuit de lucht is het driehoekige landje nog altijd te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden