Bevrijdingskind van de rekening

Het lijkt zo'n feestelijke start: geboren worden als kind van een geallieerde soldaat die ons land bevrijdde van de Duitse bezetting. Maar veel moeders en bevrijdingskinderen gaan zwaar gebukt onder hun geschiedenis.

Wie krijgt er geen vrolijk gevoel bij het horen van het liedje 'Trees heeft een Canadees'? En het begrip bevrijdingskinderen lijkt ook niet erg beladen. Oké, het zal niet meegevallen zijn om als ongehuwde vrouw een kind te krijgen, maar met een kind van een Canadees stond je wel aan de 'goede kant' van de geschiedenis.

Dat de realiteit van de levens van bevrijdingskinderen totaal anders is, toont het boek 'Trees krijgt een Canadees' van Bonnie Okkema indringend. De freelance journaliste interviewde veertig kinderen die na de oorlog een bevrijder - Canadees, Engelsman, Amerikaan of Pool - als biologische vader hadden. Het ene verhaal is nog treuriger dan het andere.

De pijn van bevrijdingskinderen komt in verschillende gedaanten naar voren. De ene moeder hield er een levenslang trauma aan over en gaf het kind daarvan de schuld: 'door jou ben ik ongelukkig geworden'. Anderen brachten hun kinderen naar een weeshuis en lieten nooit meer iets van zich horen. Veel moeders trouwden later met een lieve Nederlandse man, maar staken niet onder stoelen of banken dat die bevrijder haar echte grote liefde was. De meeste kinderen kampen met het probleem dat hun moeders het vertikken om de identiteit van de verwekker te onthullen.

Bonnie Okkema (1964) kreeg in 2009 de vraag of zij de publiciteit wilde verzorgen van de jaarlijkse reünie van bevrijdingskinderen. De bijeenkomst van 2010 moest extra feestelijk worden, want dan was de bevrijding 65 jaar geleden. Dat bracht haar in de wereld waarvan ze daarvoor zo'n opgewekt, bijna romantisch beeld had.

Die voorstelling had veel te maken met de vrolijke bevrijdingsroes waarmee de geallieerden werden ontvangen. Beneden de rivieren leefde men in een 'golf van genotzucht'. Het is snel duidelijk dat het omhoogschuivende front meer achterlaat dan alleen militair materieel: geslachtsziekten en zwangerschappen. Tevergeefs namen bestuurders maatregelen om intiem contact te voorkomen. In Eindhoven mocht zonder toestemming van de burgemeester niet gedanst worden. Na vier jaar bezetting snakten jongeren naar een verzetje en dus gingen de feesten door, ook als in het najaar van 1944 de doorbraak in Arnhem achterwege blijft en het noorden op de Hongerwinter afstevent. Zuur constateerden mensen dat 'Noord-Nederland lijdt, Zuid-Nederland vrijt'.

Het viel Okkema op dat de moeders grote moeite hadden om over de gebeurtenissen van na de bevrijding te praten. Ze waren zelden bereid om hun kinderen te helpen bij het vinden van hun identiteit. Uiteindelijk kon ze met drie moeders spreken. Een flink deel was overleden, soms door zelfmoord, maar vaker was er de besliste weigering. Moeders gaven aan dat zij hun geheim het liefst in hun graf wilden meenemen. Okkema schrok van de moeizame relatie tussen moeder en kind. "Als ik hoorde dat iemand haar moeder al dertig jaar niet had gezien en voorzichtig bezig was met het opbouwen van een nieuw contact, dan wist ik al dat ik die vrouw nooit zou ontmoeten."

In het boek vertelt Okkema het verhaal van Marian M., wier moeder na de oorlog verbleef in Moederheil, het opvangtehuis voor ongehuwde moeders in het Noord-Brabantse Ginneken. Marian moest tot de Hoge Raad procederen voor inzage in het dossier van Moederheil (tegenwoordig Valkenhorst geheten), omdat haar moeder weigerde haar toestemming voor inzage te geven.

Ongehuwde moeders hadden het volgens Okkema na de oorlog in vele opzichten moeilijk. "Zij kregen geen bijstand of kinderbijslag. Hulp kwam van kerken, maar daarbij lag wel de focus op hun fouten. Ouderlingen wezen hen er telkens op hoe zondig zij wel niet waren geweest. Zij werden beschouwd als een prostituee. Beschroomd droegen die meisjes hooggesloten kleding, anders zouden mensen denken dat je toen aanleiding had gegeven. Soms zorgde familie voor opvang, maar die dwong hen wel om het kind voorgoed af te staan, want anders was dat een smet op het blazoen van de familie."

Okkema begrijpt waarom de zwangerschap voor jonge vrouwen een trauma werd: "Vrouwen die halverwege de jaren twintig zijn geboren kregen eerst die heftige crisis van de jaren dertig, toen kwam de bezetting en als het leven lijkt te beginnen, komt ze onderaan de samenleving te staan met een ongewenst kind."

Wat hadden die meisjes nou misdaan? Okkema wijst erop dat vaak drank in het spel was en dat meisjes slecht voorgelicht waren. "Als een soldaat vroeg of hij een French letter (condoom) moest gebruiken, wisten ze niet wat dat was. Ze hadden geen idee hoe kinderen werden verwekt. Soms was er sprake van verkrachting. Het was bovendien heel verleidelijk om met een soldaat om te gaan. Als een goed geklede soldaat je ziet staan, laat dat je niet onberoerd."

'U bent mijn oma'
De streng katholieke grootouders van Ton G. dwongen hun dochter om Ton af te staan aan het Tilburgse jongenshuis Huize Nazareth. Tot haar huwelijk kwam zij hem af en toe opzoeken, maar daarna niet meer. Plotseling is er goed nieuws: hij krijgt een nieuwe achternaam en zou door zijn moeder worden opgehaald. Later bleek dat zij hem alleen had erkend om in aanmerking te kunnen komen voor een huis.

Ton is goed terechtgekomen en heeft nu zelf een gezin. Zijn moeder is 91 en woont bij hem in de buurt, maar contact is er sinds huize Nazareth niet meer geweest. Zijn oudste dochter ging eens bij haar kinderpostzegels verkopen. 'Dag mevrouw, u bent eigenlijk mijn oma.' De deur werd voor haar neus dichtgegooid.

Tante Gré was moeder
De moeder van Kappie moest na de geboorte onmiddellijk het huis verlaten. De omgeving kreeg te horen dat het kind van de oma was. Kappie kreeg te horen dat zijn moeder tante Gré was. Het werd zijn suikertante, want elke keer als zij op bezoek kwam had zij veel cadeaus bij zich. In 1954 is zijn moeder getrouwd en was hij nietsvermoedend de bruidsjonker. Pas veel later ontdekte hij dat tante Gré zijn moeder was. Met heel veel moeite achterhaalde hij de naam van zijn biologische vader: Alois Swinka, een Poolse militair.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden