Bevrijding Venray was zwartgerand

Oorlogsmuseum Overloon opent nieuw paviljoen over de slag en de evacués

Vijfduizend mensen samengepakt in de kelders van twee kloostergebouwen. Meer dan drieduizend evacués uit Overloon en omliggende dorpen hebben op 27 september 1944 op last van de Duitsers in allerijl hun huizen moeten verlaten, zodat die het gebied zouden kunnen verdedigen tegen de oprukkende geallieerden.

Uren lopen de vluchtelingen in de regen, om uiteindelijk onderdak te vinden in de kelders van twee psychiatrische inrichtingen - Sint Anna en Sint Servaas - waar de patiënten en hun verzorgers al schuilen voor het oorlogsgeweld.

Drie weken zitten ze bij elkaar, zonder sanitair, met nauwelijks water, en appels als voedsel. Ook ondergronds dreunen de bombardementen. Als Britse soldaten de stad op 17 oktober eindelijk hebben bevrijd, blijven de Duitsers haar bestoken. Er volgt een nieuwe evacuatie, nu op Brits bevel, dieper het al bevrijde Noord-Brabant in. Als de Overloners maanden later terugkeren is er van hun huizen niet veel over. Als er al muren zijn blijven staan, is de inboedel wel gesloopt en gebruikt als brandstof.

De Slag om Overloon staat te boek als de enige tankslag op Nederlands grondgebied, met 250 Amerikaanse, Britse en Duitse tanks. Maar de bittere gevechten werden gevoerd door infanteristen, soldaten te voet, en verder gaat het verhaal over de duizenden vluchtelingen. "Dat vluchtelingenverhaal is universeel", zegt Erik van den Dungen, directeur van Oorlogsmuseum Overloon.

Met dat verhaal keert het museum vandaag terug naar zijn kern. De commissarissen van de koning in Noord-Brabant en Limburg openen vandaag samen het nieuwe paviljoen dat is gewijd aan de Slag bij Overloon en de bevrijding van Venray. Het vertelt - in filmbeelden, foto's en het puin van kapotgeschoten huizen - niet alleen over het bloedige oponthoud in de opmars van de geallieerden, maar ook over de angst en het verdriet van de ontheemde bevolking. "Onze wortels liggen in dit slagveld", zegt Van den Dungen.

Het museum werd al een jaar na de Tweede Wereldoorlog geopend, maar het begon te verouderen. De enorme hal, op het terrein van het slagveld, is nog voornamelijk gevuld met voertuigen en poppen in uniform. Smullen voor liefhebbers, maar niet meer geschikt om het verhaal van de oorlog aan volgende generaties te vertellen.

Een deel van het museum is vernieuwd. Het nieuwe paviljoen heeft 300.000 euro gekost, waarvan het museum de helft zelf heeft betaald. "Juist nu is het nodig om de oorlog en de bevrijding in al zijn facetten te laten zien. In Nederland zijn we eraan gewend geraakt om de bevrijding vanuit de 5 mei-gedachte te bekijken, met popmuziek en feestgedruis. Maar door die slag van drie weken was de bevrijding hier niet rood-wit-blauw gekleurd, hij was hier zwartgerand. We krijgen een completer beeld naarmate we verder van het na-oorlogse leed afstaan."

Met die kijk op de bevrijding past het museum volgens Van den Dungen goed bij de Liberation Route, die vanuit het gebied van Operatie Market Garden werkt aan een Europese route waarlangs de geallieerden optrokken, van Normandië tot Berlijn en Polen.

'Musea moeten oppassen voor wankel evenwicht tussen emotie en sensatie'

Zeventig jaar na de bevrijding telt Nederland 83 oorlogsmusea, constateert Erik Somers. De musea mogen zich verheugen in stijgende bezoekersaantallen. De historicus van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) promoveerde twee weken geleden op deze belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog. De bezoeker van nu wil het verleden voelen, stelt Somers, die waarschuwt dat het evenwicht tussen emotie en sensatie wankel is, zeker bij de 'beleving' van een beladen geschiedenis.

Veel van de oorlogsmusea zijn pas deze eeuw ontstaan uit particuliere verzamelingen. Ook is er het initiatief voor een nationaal Bevrijdingsmuseum WO2 in Nijmegen, waarvan het Airborne Museum in Oosterbeek, het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek en Oorlogsmuseum Overloon satellietmusea zouden worden. Inmiddels is het Airborne in Oosterbeek afgehaakt en ook Overloon wil zelfstandig blijven. "We willen ons niet laten opslokken door Nijmegen", zegt directeur Erik van den Dungen. "We zien nu meer in een huwelijk, dus een partnermuseum in plaats van een moedermuseum." Samenwerking is broodnodig, omdat Overloon nagenoeg ongesubsidieerd werkt, stelt Van den Dungen. "We kijken daarbij primair naar de provincie Noord-Brabant, de Liberation Route en het nieuwe WO2-museum, als dat er komt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden