Bevrijd de theologie van de 'witte heteroseksuele man'

Oudere lezers zullen zich wellicht nog herinneren hoe in de jaren zeventig en tachtig de boodschap van sociale verandering niet alleen door de PvdA en de Vara werd verkondigd, maar ook van de kansels van sommige kerken klonk - of beter: vanachter de spandoeken van het Interkerkelijk Vredesberaad en Kerk en Vrede. Van de grote verwachtingen is niet veel terechtgekomen, schrijft Harry Pals. Hij is de voorzitter van de Vereniging voor Theologie en Maatschappij, een organisatie voor socialistische christenen die nog steeds bestaat. Erg florissant staat het er niet voor. We lijken wel een vereniging uit een vorig tijdperk, verzucht de linkse theoloog in Ophef, het kwartaalblad van de leden. Deze uitgave bezint zich op het voortbestaan van de club.

Voor wie interesse heeft in ideologie en religie schetst lid Herman Meijer een aardig tijdsbeeld in een persoonlijke terugblik op de opkomst (1974) en ondergang (1994) van de Christenen voor het Socialisme. Wat opvalt is niet alleen het heilige geloof in de maakbaarheid van een betere maatschappij (inclusief 'Nieuwe Levensstijl'), maar ook het dogmatische karakter waarmee alles doordesemd was. Wie een verkeerde positie had binnen de christen-marxistische theorie, werd tot ketter verklaard of vertrok zelf. Wat dat betreft ging het precies zoals in de door de socialistische christenen geliefkoosde DDR. Wat de betekenis is geweest van de club blijft in deze bijdrage in het ongewisse. Oké, het was een 'landelijke beweging' die 'leerzaam' was voor de betrokkenen. Maar de vraag wat de grote woorden precies in beweging hebben gezet blijft onbeantwoord. Zelfrelativering is er niet bij. "In de eerste plaats was het een ongewone verzameling van niet-conformistische personen, maar dan zonder ik-gerichte gekkies."

Het blad Volzin drukt een interview af met Janneke Stegeman, als theoloog van het jaar deze zomer ook columnist voor Trouw. Bevrijding staat ook centraal in haar denken, waarmee ze in het voetspoor treedt van de bevrijdingstheologie, een manier van denken die een paar decennia geleden erg populair was in theologenland, zeg maar in de tijd van de mannen en vrouwen van Christenen voor het Socialisme. Wie met haar spreekt, zo valt ook in dit interview op, merkt dat bevrijding van de 'witte heteroseksuele man' bij haar een erg belangrijk thema is. De 'witte heteroseksuele man' is een begrip waarmee links-progressieve mensen doelen op blanke mannen van middelbare leeftijd. Zij zouden overal impliciet en expliciet de norm zijn. Dus ook in de theologie. En dat is een probleem, meent Stegeman. "Want daarmee sluit je mensen uit. Arjan Plaisier (de zojuist vertrokken voorman van de Protestantse Kerk in Nederland) zei bijvoorbeeld: we moeten het over homoseksualiteit maar niet meer hebben, want dat leidt alleen maar tot een breuk (...). Het niet aangaan van het debat over homoseksualiteit betekent dat de dominante groep in de kerk - degenen die moeite hebben met homoseksualiteit - wint. Terwijl de mensen die hieronder lijden niet de ruimte krijgen die zij nodig hebben."

De vergrijsde kerk kan wel een oppepper gebruiken, schrijft Coen Wessel in In de Waagschaal, een tijdschrift voor theologie, cultuur en politiek dat ook al een uitvloeisel is van het christelijke denken over maatschappelijke vernieuwing. Wessel vindt dat blanke protestanten de hand moeten uitsteken naar gekleurde migrantenkerken. Makkelijk is dat ook al niet. "Allochtone christenen vormen veelal eigen gemeenschappen. Daar hebben ze hun handen vol aan. Andere contacten hebben geen prioriteit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden