Bevolkingsonderzoek hoeft minder vaak plaats te vinden

amsterdam – Vrouwen hoeven nog maar een keer per zes jaar in plaats van vijf jaar een uitstrijkje voor baarmoederhalskanker te laten maken als het traditionele uitstrijkje wordt aangevuld met een nieuwe test.

Dat concludeert professor Chris Meijer, hoofd van de afdeling pathologie van het VU medisch centrum in Amsterdam, in het internationale medisch tijdschrift ’The Lancet’, dat vandaag verschijnt. Hij deed samen met anderen vijf jaar onderzoek naar de effectiviteit van de HPV DNA test. Meijer verwacht dat het bevolkingsonderzoek bij vrouwen nog maar eens in de zeven of acht jaar plaats hoeft te vinden.

Een groep van ruim 17.000 vrouwen in de leeftijd van 29 tot 56 jaar werd vijf jaar gevolgd. Het bleek dat de baarmoederhalskankercellen en de gevaarlijke voorlopers daarvan veel sneller werden ontdekt als de vrouwen ook met de HPV DNA test waren onderzocht.

Volgens de onderzoekers zijn de resultaten zo goed dat het bevolkingsonderzoek kan worden bijgesteld. In principe zouden vrouwen dan eerst met de nieuwe HPV DNA test moeten worden onderzocht. Als de uitslag niet goed is, zou er nog een traditioneel uitstrijkje moeten volgen waarmee nader onderzoek wordt gedaan.

De wetenschappers verwachten dat de kosten van het bevolkingsonderzoek 30 tot 40 procent, zullen dalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden