Bevlogen en bedilzuchtig

De een was nazaat van diamantbewerkers, de ander van een felrood echtpaar - Querido en Van Oorschot deelden de socialistische bevlogenheid

Literatuur is op het eerste oog iets tussen schrijvers en lezers. Dat er met de uitgever nog een derde personage in het spel betrokken is, zijn lezers zich niet zo bewust. Schrijvers daarentegen des te meer.

Dankzij sociale media kunnen schrijvers en lezers nu veel directer communiceren dan in het verleden. Toch beheerst het boek, van papier of digitaal, nog altijd de literaire markt. Om dat boek te verspreiden heb je een uitgever nodig. En dat is geen anoniem bureau of kantoor, maar een persoon van vlees en bloed, iemand die smaak en beoordelingsvermogen in balans moet zien te krijgen met commercieel beleid.

Dat die twee kanten van het literaire bedrijf niet altijd even gemakkelijk samengaan, valt op te maken uit de biografieën van de uitgevers Emanuel Querido (1871-1943) en Geert van Oorschot (1909-1987). Beide mannen horen tot een select groepje dat nog altijd voortleeft in de naar hen genoemde uitgeverijen. Naast Querido en Van Oorschot zijn dat (om er maar een paar te noemen) Nijgh & Van Ditmar, Meulenhoff, Bert Bakker en Polak & Van Gennep.

Querido en Van Oorschot kenden elkaar. De tweede kreeg het vak onder de knie toen hij bij de eerste in dienst was. In de jaren dertig was Geert van Oorschot geleidelijk in het uitgeverswezen verzeild geraakt. Eerst maakte hij de overstap van een eenpersoonshandeltje in van deur tot deur uitgevente boeken naar de positie van vertegenwoordiger voor uitgeverij Stols. In 1939 trad hij toe tot de staf van Querido. Toen de eigenaar-oprichter vanwege zijn Joodse afkomst door de Duitse bezetter opzijgeschoven werd om naderhand in het vernietigingskamp Sobibor te worden vermoord, nam Van Oorschot de leiding van hem over. Na de oorlog zou hij voor zichzelf beginnen.

Meester en leerling deelden de socialistische bevlogenheid. Querido was afkomstig uit het milieu van de Amsterdamse diamantbewerkers, dé bakermat van het Nederlandse vakbondswezen. Van Oorschot werd geboren als oudste zoon van een felrood echtpaar waarvan de man het bracht tot wethouder van Vlissingen en lid van de Provinciale Staten van Zeeland. Zelf was Geert actief als propagandist van een socialistische jongerenvereniging voor drankbestrijding. Toen hij weigerde aan de dienstplicht te voldoen, belandde hij in de gevangenis en schreef er menig strijdvers. Het verhinderde niet dat hij zich tijdens de Koude Oorlog ontpopte tot communistenvreter en zich beijverde voor de plaatsing van een batterij op Moskou gerichte kruisraketten.

Een niet minder opvallende overeenkomst tussen Querido en Van Oorschot is dat ze hun uitgeverijen runden als stonden ze aan het hoofd van een familie. In Querido's geval richtten de patriarchale gevoelens zich vooral op de ruim twintig jaar jongere Alice van Nahuys, secretaresse en op den duur ook vennoot en opvolgster, maar daarnaast inwonende pleegdochter en van lieverlede zelfs minnares. Van Oorschot leefde zijn onbedwingbare neiging om te bevaderen en te bedillen uit op jonge en aanstormende auteurs die hij bij zijn fonds wist in te lijven. Zo haalde hij Hermans en Reve binnen op een moment dat ze nog aan het begin van hun carrière stonden en elders op onbegrip en tegenwerking stuitten. Mulisch, Wolkers en Biesheuvel zou hij laten lopen, deels vanwege een gebrek aan affiniteit, maar ook omdat zijn intuïtie hem wel eens in de steek liet.

Was zijn aandacht voor die jonge schrijvers dikwijls op het erotische af, ronduit verliefd werd Van Oorschot op de dichteressen in zijn fonds. Hanny Michaelis liet zich eens ontvallen dat ze allemaal wel zo'n beetje begrepen dat hij met hen naar bed wilde, maar dat Elisabeth Eybers de enige was die dacht dat het ook echt moest. Toen Eybers van haar kant niet minder verkikkerd op haar uitgever raakte, beleefden de tortelduifjes een paar euforische weken. Maar nadat ze elkaar een paar maanden alleen maar hadden kunnen schrijven, knapte Eybers bij het weerzien totaal af op Van Oorschots alcoholisch geïnspireerde bombast en geschmier.

Journalist Arjen Fortuin heeft de schilderachtige kant van deze bohémien-uitgever

stevig in de verf gezet en verlucht met anekdotes. Zo meldt hij dat Van Oorschot zich er op voor liet staan dat hij met zijn favoriete dichteres Vasalis de nacht in een Harlinger hotel had doorgebracht. Dat ze allebei naast hun wettige wederhelft lagen, vertelde hij er niet bij.

Zelf herinner ik me een verhaal waarin Van Oorschot Vasalis voorstelde om samen weg te lopen, naar Parijs nog wel. Ze deed alsof ze toestemde, nam zwijgend in zijn Mercedes plaats en zei na ruim een uur, ter hoogte van Breda: "Zo is het wel genoeg geweest Geert, draai hier maar om." Waarop hij zonder morren gehoorzaamde. Arjen Fortuin dist dezelfde anekdote op, maar in zijn versie is de hoofdrol toebedeeld aan de achttienjarige Renate Rubinstein, destijds typiste in Van Oorschots dienst.

Deze en andere sappige verhalen, waar en even vaak ook onwaar, laten zien dat Van Oorschot stelselmatig probeerde de werkelijkheid naar zijn hand te zetten en uit te vergroten. Zonder een scheiding aan te willen of kunnen brengen tussen zijn privébestaan en zijn opereren op de boekenmarkt, domineerde, regisseerde en manipuleerde hij zijn omgeving naar hartelust. Niet ten onrechte noemde hij zichzelf 'een tovenaar met geld'. De productie van risicodragende uitgaven wist hij op voorhand van een sluitende financiering te voorzien. Daartoe tapte hij met succes de beschikbare subsidiekranen af en klopte zo nodig ook aan bij vermogende particulieren. Voor list en bedrog schrok hij niet terug. Vroeg of laat kwamen de auteurs in zijn stal daar tot hun eigen schade achter. Sommigen, zoals Judith Herzberg en Adriaan Morriën, namen het voor lief, in het besef dat Van Oorschot tot het uiterste ging om hun poëzie onder het volk te brengen. Anderen, Hermans en Reve voorop, werd de vermenging van ondoorzichtig zaken doen en benauwende bevoogding op den duur te machtig. Toen ze zich eenmaal uit de vaderarmen hadden bevrijd, bleven ze nog jaren lang betrokken in conflicten over herdrukken, achterstallige royalties en lopende contracten. Dat nam niet weg dat Van Oorschot hen tot zijn dood als bloedverwanten bleef zien, ten kwade dan wel ten goede.

Aan Gerard Reve schreef hij in 1985: "Je hebt wel eens een dag, dat je mijn kleinzoon niet wil wezen, maar lieve jongen, daar kun je nooit meer vanaf of omheen. Je mag zo af en toe best eens de pest op mij hebben, maar we hebben ons tot de dood aan elkaar ver/gebonden."

Querido en Van Oorschot deelden niet alleen een enorme liefde voor de literatuur, maar voelden zich ook geroepen om er actief aan bij te dragen. Onder het pseudoniem Joost Mendes schreef Querido het tiendelige autobiografisch geïnspireerde epos 'Het geslacht der Santeljano's', over zijn jeugd in de Amsterdamse Jodenbuurt, zijn emancipatie, en last but not least ook over de haat-liefderelatie met zijn broer Israël, nu een vergeten auteur, maar destijds immens populair. Van Oorschot vermomde zich als R.J. Peskens en boekte na een onopgemerkte start met 'Uitgestelde vragen' (1964) een enorm succes met 'Twee vorstinnen en een vorst' (1975) en 'Mijn tante Coleta' (1976). Hij portretteerde er zijn moeder op dezelfde uitvergrotende en mythologiserende manier waar hij als niet te stuiten én ook niet echt te vertrouwen verhalenverteller om bekendstond.

Zo'n karakter vereist een biograaf die afstand tot zijn held weet te houden. Die afstand heeft Arjen Fortuin heel zorgvuldig weten te bewaren, dankzij een weldadige mix van milde ironie, psychologisch inzicht en Hollandse nuchterheid. Waar het kan prijst hij Van Oorschot om zijn lef en onverzettelijkheid, waar het moet doet hij er de nodige pondjes af. Bovendien is de biografie een feest om te lezen, niet alleen dankzij de intrigerende held van de geschiedenis, maar ook vanwege Fortuins puntige en pakkende verteltrant.

Wat dat laatste betreft, schiet de door Willem van Toorn geschreven biografie van Emanuel Querido lelijk te kort. Dat deze biograaf van zijn onderwerp houdt, is wat mij betreft boven twijfel verheven. Maar de moeizame en hortende zinnen die uit Van Toorns pen zijn gevloeid, en de vele onnauwkeurigheden die hij zich permitteert, laten je af en toe denken dat hij dit boek, op touw gezet ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de door Querido opgerichte uitgeverij, alleen maar heeft willen schrijven omdat hij als huisauteur geen nee kon zeggen.

Arjen Fortuin: Geert van Oorschot, uitgever Van Oorschot; 765 blz. euro 45,-

Willem van Toorn: Emanuel Querido 1871-1943; een leven met boeken Querido; 320 blz., euro 24,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden