Bevlogen bundel van ouderwetse visionair P.F. Thomése

Kunst is voor mensen die heimwee hebben naar het eeuwige leven, maar die beter weten

Thoméses veelzijdigheid, of misschien is meerstemmigheid een beter woord, is zichtbaar in 'Verzameld nachtwerk', zijn onlangs verschenen bundel met essays, lezingen, columns en schetsjes. Er staan lange, ernstige lezingen in met een filosofische ondertoon, naast koddige verhaaltjes, autobiografische schetsjes en uit de duim gezogen interviews, van alles wat en dan ook nog eens flink door elkaar gehusseld.

Zo komen we verhalen tegen over een groepje maraboes dat in Haarlem is neergestreken en een schetsje over een kampeerpartij in Death Valley. Ook zijn verslag van een literaire middag, samen met Herman Brusselmans doorgebracht in een biertent op het Zwarte Cross-festival, is niet te versmaden, evenmin als zijn verslag van een reis door Israël en de Palestijnse gebieden met collega-schrijvers.

Onder de titel 'Even een interviewtje' interviewt hij enige malen zichzelf (niet de sterkste nummers op zijn repertoire trouwens), waarna hij onder de titel 'Kutwijven en achteruitkijkspiegels' zijn visie op de Amerikaanse country-muziek ventileert.

Maar het belangrijkste in deze rijke en afwisselende bundel zijn toch wel de literair-filosofische essays die ook verreweg de meeste ruimte innemen. Zonder Thomése een cultuurpessimist te noemen lijkt het mij toch dat hij een behoudende, tamelijk traditionele kijk op de literatuur ventileert waarmee hij heel wat moderniteiten op een weldoordachte en goedgeformuleerde wijze afwijst.

Thomése is een verklaard estheet; moralisme en maatschappelijk engagement zijn aan hem niet besteed. Dat betekent niet dat kunst per se onmaatschappelijk en doelloos zou zijn. In zijn essay 'De werkelijkheidsverbeteraar, over de scheppende blik', schrijft hij met zijn scherpe pen, waarmee hij soms opmerkelijk aards kan zijn: "De kunst die mag opdraven wanneer er iets te vieren valt. De belangrijkste bijzaak in het leven - na het voetbal. Het trompetgeschal dat de feestelijke gelegenheid opluistert, het boek of de cd die op de verjaardag cadeau wordt gedaan. Maar een dergelijke functie is al te bescheiden, wat zeg ik, het is een belediging voor dat deel van het verstand dat ik de esthetische intelligentie zou willen noemen. Pleurt op met je cadeaus en je feestverversiering, om het eens poëtisch uit te drukken."

Critici van Thomése's kunstopvatting (Joost Zwagerman bijvoorbeeld) hebben hem wel eens bij de 'apocalyptici' geschaard, doemdenkers die vrezen dat kunst en cultuur in deze banale maatschappij ten onder gaan. Maar ik geloof niet dat Thomése zo'n apocalypticus is, hij is er te individualistisch voor, het sociale belang van kunst kan hem te weinig schelen. Vandaar ook zijn betoog tegen voorspelbaarheid, tegen de vulgariteit van de moderne media, zelfs tegen modieuze begrippen als 'echtheid' en 'authenticiteit'. "Voor mensen zoals ik, die niet in de onsterfelijkheid geloven en dus ook niet in God, is de kunst uitgevonden. Die is bedoeld voor mensen die heimwee hebben naar het eeuwige leven, maar die beter weten." Kunst dus wel degelijk nog als iets groots, ongrijpbaars, goddelijks. Niet toevallig zijn de inspirators van Thomése's gedachtengoed schrijvers en denkers als Adorno, Nietzsche (hij vooral), Roland Barthes, filosofen die zich afkeerden van de massa.

Overeenkomstig hun geestesproducten manifesteert Thomése zich in zijn cultuurfilosofische essays vooral als cerebraal en intellectueel, al permitteert hij zich soms een paar volkse uitglijders; hij schrijft voor geestverwanten. Zijn stijl is merendeels gedragen en bevlogen, doet me hier en daar aan die van Kees Fens denken. Ook daarin heeft hij iets ouderwets. Zijn proganda voor de vrijheid van de kunstenaar, die bij hemzelf uitmondt in de veelkleurigheid van zijn oeuvre, staat haaks op wat media en tv van hedendaagse kunstenaars verwachten, exhibitionisme, podiumgeilheid. Ook keert hij zich tegen de gedachte dat in de kunst de kunstenaar met zijn lezers zou communiceren, integendeel de kunst is autonoom: "Mij heeft dit altijd meteen aangesproken, deze in zichzelf-gekeerdheid, dit in zichzelf besloten zijn. Je moet moeite doen om erbij te komen, je moet over een hoge muur klimmen en komt dan in een verwilderde tuin, dat idee. Je bent op je hoede, langzaam baan je je een weg." Daarnaast stelt hij zich te weer tegen allerlei moderne opvattingen, bijvoorbeeld de door de jongere schrijver Joost de Vries geopperde gedachte dat ironie als stijlmiddel zou hebben afgedaan. Kortom, Thomése staat op de bres voor de kunst en de kunstenaar als uitzonderlijk, niet te categoriseren verschijnsel.

Je hoeft het niet steeds met hem eens te zijn om toch geraakt te worden door zijn ietwat wereldvreemde maar treffende en belezen kijk op de dingen. Hij is ook een van de weinige belangrijke schrijvers die naast zijn romans en verhalen nog de essayistiek bedrijven, zijn gedegen opvattingen uitvent. Een reactionair zou ik hem bij dit alles niet willen noemen, eerder een ouderwets soort visionair met een bezorgde blik.

Waarom de bundel 'Verzameld nachtwerk' heet, is mij niet helemaal duidelijk (Thomése lijkt die metaforisch op te vatten als de nacht die ons omvat) maar de op een mensenhoofd gezeten uil op de voorplat lijkt me meer dan treffend: wijs en geheimzinnig,

P.F. Thomése: Verzameld nachtwerk Atlas Contact; 272 blz. euro 19,99

P.F. Thomése is niet alleen een van onze beste en vruchtbaarste, maar ook een van onze meest wendbare schrijvers. Hij excelleert in ernstige, gevoelige boeken, zoals het ingetogen requiem 'Schaduwkind', over zijn over- leden kind en het laatst verschenen 'Onder-waterzwemmer'. Daarnaast schrijft hij virtuoze Nabokovachtige romans met een ironische ondertoon, zoals 'De wel- doener', terwijl de satire 'Het bamischan- daal' en 'Vladiwostok' grof-erotische respectievelijk populistische trekjes vertonen, met een knipoog uiteraard.

Thomése bespeelt kortom talloze registers van het literaire orgel.

In zijn jongste bundel 'Verzameld nachtwerk' vat hij het als volgt samen: "Ik schrijf boeken die telkens van een ander zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden