Beverly Sills 1929-2007

Ze was de beroemdste operazangeres van de VS: Beverly Sills. Maar het beroemdste operahuis van haar land negeerde haar jarenlang.

De topnoot van de ene sopraan is die van de andere nog niet. Je hebt hoog en hoog, zogezegd. Door rare frequenties en het meetrillen van boventonen kan de hoge d bij de een hoger klinken dan bij de ander. En bij Beverly Sills, de Amerikaanse diva die vorige week op 78-jarige leeftijd overleed, klonk zo’n d altijd super-, superhoog. Van mijn twee katten, bijna identieke zussen, kon de een absoluut niet tegen die hoge Sills-frequentie, terwijl de ander er geen zichtbare last van had. Wonderbaarlijk om die ene poes steeds een beetje verongelijkt het huis uit te zien banjeren zodra Sills’ coloraturen uit de luidsprekers spatten. Het was de enige sopraan in mijn collectie voor wie zij op de loop ging.

Dat kattengedrag is misschien symptomatisch voor Beverly Sills – ze riep óf extatische euforie op, óf men deed naar en neerbuigend over haar. Zelf was ze daar heel nuchter over: You like me or you don’t. Het kostte haar overigens wel de nodige engagementen. Omdat Rudolph Bing, manager van de New Yorkse Metropolitan Opera, Sills niet mocht, kwam ze in dat beroemde operahuis pas heel laat in haar carrière aan de bak – te laat volgens sommigen. Ze was dan wel America’s Queen of Opera, sierde de cover van Time Magazine, maar in het beroemdste opera-instituut van het land werd ze genegeerd. Toen ze dan eindelijk in 1975 in de MET zong, als Pamira in Rossini’s ’L’Assedio di Corinto’, vond bijna iedereen dat een soort van Wiedergutmachung. Bíjna iedereen, behalve Sills zelf. In haar autobiografie zegt ze erover: „Niemand gelooft me als ik dit zeg, maar mijn debuut aan de MET was geen buitengewone gebeurtenis in mijn leven. Er waren te veel jaren voorbijgegaan. Ik was 46. Zingen bij de buren stond niet langer op mijn lijstje van dingen die ik móest doen. Ik verwachtte niet dat ik een speciale kick zou krijgen door aan de MET te zingen, en ik kreeg die kick ook niet. Daarvoor was het gewoonweg te laat.”

De situatie in New York is een bijzondere. Op het Lincoln Center staan twee operahuizen naast elkaar, de MET en de New York City Opera. Dat laatste gezelschap wordt altijd als het mindere van de twee gezien en het was dáár dat Sills haar grootste triomfen vierde. Ze brak er door in de herfst van 1966 in de rol van Cleopatra in Hündels ’Giulio Cesare’. Die productie en Sills aanwezigheid erin waren een staaltje van uitgekiende marketing. De nieuwe MET werd geopend met de nieuwe opera ’Anthony and Cleopatra’ van Samuel Barber met diva Leontyne Price als Cleopatra. De wereldpers was er en masse voor naar New York gekomen en ging, omdat men er toch was, ook maar eens naar die andere Cleopatra bij de buren kijken. Sills was op slag een wereldster. Ze had gevochten voor die rol, met ontslag gedreigd als ze hem niet zou krijgen en het risico dat ze nam, betaalde zich terug.

Het succes is Sills niet komen aanwaaien, ze heeft er hard voor geknokt. Ze stond bekend als een echte trooper, iemand die collegiaal was en samen met anderen haar schouders onder projecten wilde zetten. Dat bleef zo, ook toen ze allang de diva-status had bereikt. Geen wonder dat ze meteen na haar afscheid van het podium in 1980 algemeen directeur werd van de New York City Opera en tien jaar daarna zelfs tot het bestuur van de MET toetrad.

Geboren in 1929 in Brooklyn als Belle Silverman, begon Beverly Sills als jong meisje de zangeressen Lily Pons en Amelita Galli-Curci, van wie haar moeder constant platen draaide, te imiteren. Ze werd kindsterretje van een Amerikaans radioprogramma en dat bracht haar in contact met haar enige zanglerares, Estelle Liebling.

Sills en Liebling gingen een muzikale symbiose aan met spectaculaire resultaten. Naast die unieke stem had Sills bovendien een haast maniakale drang om haar karakters op het toneel tot leven te doen komen. Die intensiteit, waaraan stemschoonheid soms wordt opgeofferd, is ook op haar vele opnamen terug te horen.

’Sillsiana’, speciaal voor haar samengesteld en vergelijkbaar met ’Stripsody’ van Cathy Berberian, vat haar carrière in tien minuten samen. Een duizelingwekkende potpourri waarin al haar grote rollen – van Zerbinetta tot Lucia di Lammermoor – langskomen.

Het stuk laat ook horen hoe humoristisch en geestig Sills kon zijn; ze werkte graag en veel samen met Carol Burnett en Danny Kaye en zong een hilarische scène met de varkens van The Muppet Show.

Sills’ bijnaam was Bubbles, omdat er bij haar geboorte spuugbubbeltjes uit haar mond kwamen. Ze droeg de naam met ere; aan haar waren epaterende etiketten als La Stupenda (Joan Sutherland) en La Divina (Maria Callas) niet besteed. Een ’gewone’ Amerikaanse diva met een stem bubbelend als champagne.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden