Bever voelt zich thuis in Limburg

Het gaat de laatste jaren zo goed met de bevers in Limburg, dat er nu al sprake is van noodzakelijk 'bevermanagement'. Met een verdere populatiegroei van de vlijtige dammenbouwers vrezen de waterschappen de komende jaren meer waterschade aan landbouwgebied en dijken.

Bijna tweehonderd jaar nadat in 1826 het laatste exemplaar werd doodgereden langs de IJssel en de bever in Nederland was uitgestorven, heeft Castor fiber de laatste vijftien jaar de wind weer fier in de zeilen. Dankzij schonere rivieren en beken, natuurbeschermende maatregelen en bijplaatsing van buitenlandse exemplaren leven er nu verspreid over het land ongeveer duizend bevers. In onder meer de Biesbosch, de Gelderse Poort, Limburg, Flevoland en Drenthe.

Vooral in Limburg, dat met ruim vijfhonderd exemplaren meer dan de helft van de Nederlandse populatie huisvest, voelt het grootste knaagdier van Europa zich weer helemaal thuis. Steeds meer beverfamilies vestigen zich langs de Maas en haar zijbeken. Het fraaie knuffeldier profiteert in de Maasvallei zichtbaar van de extra natuur die de verbreding van de Maas met zich meebrengt.

Zelf is de bever ook een verrijking van de natuur. Als soort maar vooral ook vanwege de sleutelrol die hij vervult in het ecosysteem. Met zijn grote, ijzersterke oranje tanden waarmee hij bomen omknaagt, zorgt de bever voor meer openheid in bossen, waardoor kruiden, grassen, vlinders en libellen worden aangetrokken. En met de dammen die hij bouwt, zet hij de waterhuishouding van de beken naar zijn hand en stuwt hij het waterpeil in de beekdalen omhoog. Zo ontstaan bevermeren, komt er meer variatie in de stroomsnelheid, de waterdiepte en watertemperatuur, en daarmee eveneens in de flora en fauna. De waterkwaliteit verbetert ook doordat het takkenbouwwerk van de dammen filterend werkt. En de beek, die zich een weg zoekt langs de beverdam, gaat meanderen. Van de erosiewandjes die hierdoor ontstaan, profiteren weer oeverzwaluwen, ijsvogels en zandbijen, die erin nestelen.

Een echte successtory dus, de opkomst van de bever. Maar zoals meestal heeft ook dit succesverhaal een keerzijde. Want wat voor natuurgebieden een zegen is, is voor land-, tuin- en bosbouwgebieden een vloek. Een bever maakt bij het uitkiezen van zijn territorium geen onderscheid tussen een natuurgebied en een land- of bosbouwgebied.

Boeren zitten niet te wachten op ondergelopen akkers of aangevreten suikerbieten, zoals fruitkwekers en bosbouwers niet blij worden van omgeknaagde bomen. In die gevallen, waarin de aanwezigheid van de bever in agrarisch of stedelijk gebied problemen veroorzaakt, zal het ijverige beestje toch moeten worden teruggefloten, vindt ook Hettie Meertens van stichting ARK Natuurontwikkeling.

"Over de vraag hoe dat het beste kan, met respect voor zowel mens als dier, hebben alle betrokkenen in Limburg zich gebogen. In overleg met de betrokken provincie, waterschappen, landbouworganisaties en natuurorganisaties is er nu een goed afgewogen Bevermanagementplan opgesteld. En sinds enkele maanden is het Limburgse 'beverbeheer' formeel vastgelegd in het 'Faunabeheerplan Limburg 2015-2020'," vertelt Meertens.

De basis voor de Limburgse visie is de Europese wetgeving over natuur en water én de jarenlange ervaring met dit beheer in Beieren, waar circa 15.000 bevers leven in een gebied dat twee keer zo groot is als Nederland. "Zoeken naar diervriendelijke oplossingen is de eerste stap in het beverbeheer," zegt Hettie Meertens. "Afrastering van oevers bijvoorbeeld of bescherming van bomen met gaas. De meest duurzame oplossing is om een ruime oeverstrook in de beekdalen uit het landbouwbeheer te halen en te bestemmen voor natuur. Als aankoop of ruil van oevergrond niet lukt, is verlaging van het waterpeil tot een aanvaardbare hoogte voor boer en bever een mogelijkheid. Dat kan door een buis door de beverdam te steken. Als al die mogelijkheden geen soelaas bieden, mag de bever door een bevoegde instantie worden weggevangen om hem elders in Nederland weer in een natuurgebied uit te zetten. Pas in allerlaatste instantie, als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput, zouden bevers gedood kunnen worden."

Schade aan kasteel

Tot nu toe is de beveroverlast in Limburg beperkt gebleven tot tussen de tien en twintig gevallen van serieuze of dreigende schade. Het ging om enige vraatschade aan bieten, maïs en fruitbomen, waarvoor de gedupeerden een vergoeding hebben gekregen van het Faunafonds. Ook zijn er inmiddels enkele bevers weggevangen en elders uitgezet, vanwege waterschade. De gracht en de kasteeltuin van kasteel Hillenraad in Swalmen blijken een geliefd oord te zijn voor bevers uit de rivier de Swalm. "Deze waterburcht ondervindt waterschade omdat beverdammen het waterpeil hebben opgestuwd", vertelt Meertens.

Bovendien doen de bevers zich graag tegoed aan de beplanting van de historische kasteeltuin. Het Waterschap Peel en Maasvallei meldt op zijn website dat er bij Hillenraad al eerder bevers zijn weggevangen en uitgezet in de Drentse Aa.

Vervolgens liet de provincie een hekwerk plaatsen tussen de Eppenbeek en het kasteel, maar desondanks werden vorig jaar juni weer beversporen aangetroffen. Het bleek om een zwarte bever te gaan. Hij is gevangen en uitgezet in het Maasdal in Reuver.

Ook een gemaal in de Everloose beek ondervindt hinder van bevers, zegt Meertens. Het gemaal functioneert niet meer goed door aangespoelde bevertakken.

Een vervelende bijkomstigheid is dat er geen Limburgse bevers meer kunnen worden overgeplaatst naar Drenthe, zoals in het verleden twee keer gebeurde. Want die provincie heeft nu zelf al voldoende bevers. De beverbeheerders moeten op zoek naar andere geschikte verhuislocaties in Nederland.

Ruim vijfhonderd in Limburg, dat is de helft van de Nederlandse beverpopulatie.

300 tot 4000 kilo hout per dier per jaar

Bevers worden gemiddeld tot 1 meter 30 groot (waarvan 30 cm staart) en 10 jaar oud. De vrouwtjes werpen eenmaal per jaar gemiddeld 2 jongen. Bevers zijn strikt vegetarisch, ze voeden zich met schors, stammetjes en waterplanten; ze hebben een grote voorkeur voor wilg en populier. Ze wonen in oeverholen of burchten. Een beverfamilie bestaat uit maximaal 6 gezinsleden: vader, moeder, twee kinderen van 1 jaar en twee kinderen van 2 jaar. Een familie heeft genoeg aan 2 tot 4 kilometer beek- of rivieroever. De jaarlijkse houtbehoefte van een bever varieert van 300 kilo tot 4000 kilo op plaatsen waar grote dammen worden gebouwd.

Beveruitjes

Voor speuren naar beversporen is de winter de beste tijd. Dan springen de aangevreten bomen goed in het oog. Bevers zien lukt beter in de zomerperiode, liefst in de schemering, eventueel vanaf een boot of kano. Ga nooit op een burcht of dam staan: bevers én hun bouwwerken zijn beschermd. Honden uit de buurt houden, want bevers zijn bang voor ze.

Op diverse plaatsen worden beverexcursies georganiseerd:

Kanotochten Maasplassen (www.natuurlijkasselt.nl)

Excursies in Midden-Limburg (www.ark.eu)

Excursies Bovenmaas en Grensmaas (www.paysdescastors.eu)

Excursies Noord-Limburg (Staatsbosbeheer Horst, tel. 077-4641907)

Excursies in gebieden van Natuurmonumenten (Bezoekerscentrum Brunssummerheide, tel. 045-5630355)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden