Beukenbos langs de Autobahn

Vlakbij Berlijn bevindt zich een oerbos. Beter: een oerbos in ontwikkeling, dat ooit het favoriete jachtterein was van Stasi-chef Erich Mielke.

Bedaard loopt boswachter Tobias Schramm naar de waterkant. Overal liggen bomen, de kruinen zorgen voor kringen in het water. De stammen lijken kriskras neergesmeten. Aandachtig bekijkt de Duitse boswachter de ravage aan de oever van het stille bosmeertje.

Het werk van bevers, weet Schramm. Bij een vers aangevreten boompje houdt hij zijn pas in. Een dier heeft zich vannacht aan de stam tegoed gedaan. "Nog een nacht, dan ligt deze ook", taxeert hij de situatie. Schramm raapt wat houtsplinters van de grond. Grove stukken lichtgeel hout die door een beitel van de stam lijken te zijn gehaald. "Kijk, zo krijg je een indruk van de grote tanden."

In deze verlaten uithoek in de Uckermark - een streek in de Duitse, dunbevolkte deelstaat Brandenburg ten noordoosten van Berlijn - hebben de beesten vrij spel. Vele honderden bevers lopen inmiddels in de streek rond. Er komen hier niet veel mensen - alleen al omdat het hier in de zomer door al het water vergeven is van de muggen.

Dit is Buchenwald Grumsin, een oerbos met beuken op drie kwartier rijden van de Duitse hoofdstad. Beter gezegd: het is een oerbos in ontwikkeling. Je bent er zo. De snelweg van Berlijn naar het Poolse Stettin loopt er pal langs. Sinds 1990 krijgt de natuur in dit beukenbos vrij spel. In dit Totalreservat mag geen boom meer door menselijke hand worden geveld. Voor mensen is het gebied verboden. Eens in de twee weken mogen maximaal vijftien personen onder leiding van een boswachter heel even het bos in.

Overal klinkt het geklop van spechten en de roep van vogels. In de verte zijn harde roepgeluiden te horen. Hoge schreeuwen. "Luister", zegt Schramm. "Dat zijn kraanvogels." Ook deze dieren voelen zich massaal thuis in het waterrijke gebied.

Het deert Schramm niet dat er geen bospaden zijn en ook andere markeringen ontbreken. Hij kent de weg uit zijn hoofd. Wie bij een oerbos denkt aan extreem grote bomen en gevaarlijke beesten in een ondoordringbare groene hel, heeft het in dit geval mis. Het bos ziet er uit als een normaal bos. "Wij denken bij het woord 'oerbos' aan dichtbegroeide regenwouden. Omdat we in ons deel van de wereld geen oerbossen meer kennen, is dat het referentiepunt geworden." Tussen de hoge beuken is opmerkelijk veel ruimte. Dat hoort zo in Europese oerbossen, vertelt Schramm. De hoge bomen laten niet genoeg licht door voor dichte bosschages. Alleen op plekken waar een boom omvalt, ontstaan woest begroeide stukken. Daarin is ruimte voor allerlei dieren en planten. "Dat zo'n oerbos een patchwork is van biodiversiteit, leren we nu pas."

Duitsland is overladen met geschiedenis. Het verleden duikt vaak op de meest onverwachte plaatsen op. Ook hier. Dit natuurreservaat was ooit nauw verbonden met Stasi-chef Erich Mielke. Het bos, knap een uurtje rijden van zijn Ministerium für Staatssicherheit, was het favoriete jachtterrein van de meest gevreesde man van de DDR. Het was niet de bedoeling dat iemand in de boeren- en arbeidersstaat ook maar een vinger uitstak naar dit stuk land. Het gevolg van deze claim was dat na de Wende een prachtig natuurgebied ongeschonden het socialisme had overleefd. Meteen na de politieke omwenteling in 1989 werd besloten het bos een bijzondere status te geven. Vijf jaar geleden werd het bos bijgeschreven op de Unesco Werelderfgoedlijst, waarop ook natuurwonderen als de Grand Canyon, de Galapagos Eilanden en de Waddenzee staan.

In het glooiende landschap bevinden zich tussen de beuken heel wat moerassen. Typisch voor dit gebied. Schramm blijft aan de rand van een drassig stuk staan. Omdat er al een paar jaar tamelijk weinig neerslag valt, zijn in het veen overal berkenbosjes omhoog geschoten. Wegzakken in de blubber is er daarom niet bij. De boomwortels beletten het. Toen hij hier drie decennia geleden voor het eerst kwam, stond er nog volop water. "Als het over een tijdje weer wat natter is, zakken de bomen weg en sterven ze af. Zo gaat dat hier al eeuwen", zegt Schramm.

Ooit was het overgrote deel van Midden-Europa overdekt met dit soort uitgestrekte beukenwouden. Al in de late Middeleeuwen, rond 1200, was een groot deel van de bossen gekapt. In Duitsland was er toen zelfs minder bos dan tegenwoordig. Nu is zo'n driekwart van het land met bossen bedekt. In een normaal Duits bos worden de bomen gebruikt voor de houtindustrie. Ouder dan maximaal 130 jaar zijn de bomen dan ook niet. In Grumsin zijn ze dankzij Erich Mielke iets ouder: 170 jaar. De beuken torenen inmiddels zo'n veertig meter boven het maaiveld uit. Ze kunnen nog eens zo oud

worden en blijven al die tijd groeien.

Wie 's ochtends vroeg door het bos loopt, kan er zeker van zijn dat herten en reeën zijn pad kruisen. De dieren trekken bij gebrek aan natuurlijke vijanden zo massaal door het bos, dat ze voor problemen zorgen. Schramm wijst op een bosje met naaldbomen. Aan de onderkant van iedere stam zijn sporen van vraat te zien. Gevaarlijk, want door een kapotte bast kan een boom makkelijk ziek worden. Ook de bosanemoon, een bodembedekker die voor enorme witte bloementapijten kan zorgen, staat op het menu van de dieren. In het oerbos zou het karakteristieke plantje te zien moeten zijn. Hier is het dankzij de herten op de meeste plekken afwezig. "Daarom is jacht zo belangrijk", zegt Schramm. "Voor het evenwicht in de natuur." Hijzelf neemt ook weleens een paar dieren op de korrel. De drijfjacht heeft zijn voorkeur. "Zo deden de wolven die hier vroeger leefden het ook. Na de jacht hebben de dieren weer hun rust."

Meer info: www.weltnaturerbe-grumsin.de. De tochten met een deskundige duren vier uur en kosten 15 euro.

undefined

Duitsers en bossen

Niet veel is zo bepalend geweest voor het zelfbeeld van de Duitsers als het bos. Wie Duitsland en de Duitsers beter wil leren kennen, moet naar hun bos. Van de sprookjes van de gebroeders Grimm, de schilderijen van Caspar David Friedrich tot en met de liederen van Franz Schubert - in de Duitse cultuur is het bos niet te negeren. De liefde voor het bos is immens, in elk geval sinds Goethes 'Osterspaziergang', de traditionele paaswandeltocht waaraan Duitsers tot op heden waarde hechten.

Het bezingen van het bos begon rond 1800 op plekken waar het woud ver te zoeken was. In de salons in de grote stad, waar de elite mijmerde bij liederen met titels als 'Im Walde', 'Nachtgesang im Walde' en 'Jäger, ruhe von der Jagt' - een kleine greep uit de vele liederen van Schubert.

Het is geen toeval dat het bos juist rond deze tijd in het brandpunt van de belangstelling kwam. De aandacht voor het woud kwam op gang toen het eigenlijk al te laat was. Toen industrialisatie, verstedelijking, grootschalige houtkap en - veel later - ook nog de zure regen met het 'Waldsterben' als gevolg om de hoek kwamen kijken, pas toen zagen de Duitsers de schoonheid in van hun bos.

De koestering van het Duitse woud is een vrucht van de Romantiek. In het bos had de Duitse volksziel zijn vorm gekregen, luidde de boodschap die dichters en denkers hun toehoorders tweehonderd jaar geleden inprentten. Door hun toedoen werd het bos een oord van innerlijkheid, contemplatie en verbinding met het Duits-zijn. In het bos ontdekte de Duitser zichzelf, niet in de wijde wereld. Een paar jaar geleden nog wijdde het Deutsches Historisches Museum een expositie aan die bijzondere band met het bos: 'Unter Bäumen: Die Deutschen und der Wald'. Het gelijknamige boek bij de expositie is nog verkrijgbaar/te bestellen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden