Betty Carter geeft Rachelle Ferrell lesje in stembuiging

DEN HAAG - Hield ze zich in? Ging ze vorig jaar vrijer tekeer? Rachelle Ferrell, de Amerikaanse zangeres die op het vorige North Sea Jazz Festival voor een ware sensatie zorgde, liet de stemcapriolen, die ik me van toen herinner, zondagmiddag in het Tuinpaviljoen achterwege. Ook het repertoire week af: geen jazzstandards, maar popsongs.

KEES POLLING

Toch won de 31-jarige zangeres het publiek voor zich met vertolkingen waarin ze met haar stem moeiteloos van het diepste laag naar het hoogste hoog gleed. Kort na Ferrell gaf de 62-jarige Betty Carter haar jongere collega in de Van Gogh-zaal een verbluffend lesje in scatzang, stembuigingen en microfoonvoering. Oude songs klonken bij haar fris en emoties werden fenomenaal uitgediept.

Hierna was het wachten op het lang van te voren als hoogtepunt van het festival gedoodverfde spektakel 'A Tribute To Miles Davis'. Hierin brachten de leden van Davis' roemruchte 'second quintet' een hommage aan de vorig jaar overleden trompettist.

Pianist Herbie Hancock, saxofonist Wayne Shorter, bassist Ron Carter en slagwerker Tony Williams vertolkten met verve in de PWA-zaal oude kwintetstukken als Wayne Shorters meesterwerk 'Nefertiti'. De plaats van Davis werd niet ingenomen door Freddy Hubbard - die dat eerder deed in de VSOP-Band, waarin dezelfde musici het oude Miles Davis-repertoire speelden - maar door de 32-jarige trompettist Wallace Roney. Een oneerlijke positie, want Miles is niet te vervangen.

Ook de eerste twee dagen hing de geest van Miles Davis als een dikke mist in de zalen van het Congresgebouw. Allereerst bij het 'Rebirth Of The Cool'-project, dat het Gerry Mulligan Tentet zaterdag in de PWA-zaal uitvoerde. Het betrof een initiatief van baritonsaxofonist Mulligan, om de inmiddels legendarische sessies die in 1949 en 1950 leidden tot de spraakmakende plaat 'Birth Of The Cool', over te doen. De smaakmaker van het project was Miles Davis. Niet alleen vanwege zijn toen al unieke spel, maar meer nog als organisator en stuwende kracht achter het project.

In het 'Rebirth Of The Cool'-project wordt Miles Davis' rol overgenomen door Art Farmer. Een ongelijke, maar ook oneerlijke strijd. De ronde toon die Farmer uit zijn flugelhorn haalt, heeft niets van doen met de scherpte/diepte die Miles' toonvorming toen al kenmerkte.

Van de commotie, die de muziek veertig jaar geleden veroorzaakte, was bij Mulligan weinig over. Wie de in 1954 uitgebrachte plaat 'Birth Of The Cool' beluistert, begrijpt de opwinding in de toen al conservatieve jazzwereld. Van opwinding bleek niets bij het gezelschap keurige oude heren, die op het podium van de PWA-zaal speelde.

Op zichzelf werden er fraaie prestaties geleverd. Lee Konitz' altsax klonk als voorheen: onderkoeld en toch vol emotie, en Art Farmer liet een aangenaam, warm geluid horen. In feite hadden alle trompettisten op het festival last van de schaduw van Miles Davis. Red Rodney bij het 75th Birthday Orchestra van Dizzy Gillespie, neobopper Roy Hargrove, met zijn eigen groep en bij de verjaarsband, Randy Brecker in de Brecker Brothers Band, en Jarmo Hoogendijk in zijn kwintet.

Don Cherry trok zich er weinig van aan. Cherry speelt al meer dan dertig jaar 'pocket-trumpet', een zakversie van de trompet. Dat deed hij bij Ornette Coleman en in diverse eigen projecten waarin hij als een van de eersten elementen uit de derde wereld integreerde. In de Paulus Potterzaal leek het af en toe alsof hij het oerwoud had meegebracht. Percussie-instrumenten zorgden voor een exotische sfeer, waarin Bob Stewart's tuba leeuwen en tijgers liet horen en Cherry het gekrijs van apen nadeed.

Wynton Marsalis zet zich al jaren af tegen Miles Davis. Toch wordt hij door velen juist als diens opvolger gezien. Marsalis is immers behept met een nagenoeg vlekkeloos geluid. Technisch kan hij alles. Miles' geluid uit de jaren vijftig of zestig zet hij zonder problemen neer, zuiver en overtuigend. Met de late, 'elektrische' Miles heeft hij echter niets op. In zijn eigen groepen verkent de 'professor' al jaren hinkstap-sprong-gewijs de jazzgeschiedenis. Zoals gezegd: perfect. Maar daardoor ook een beetje doods.

In de Paulus Potterzaal vonden de eerste twee dagen de interessantste concerten plaats. Vrijdag gaven vier groepen een beeld van de eigentijdse jazz in Engeland, zaterdag was de nieuwe Amerikaanse jazz goed vertegenwoordigd.

Van de vier Britse leiders waren er drie afkomstig uit de gelederen van de The Jazz Warriors, een roemruchte Londense zwarte big band uit de jaren tachtig. Saxofonist Courtney Pine was de eerste die uit The Jazz Warriors stapte. Op eigen benen vestigde hij zich als een knap blazer, die echter al te veel in de voetsporen van de legendarische John Coltrane trad. In het Engelse blokje speelde hij met zijn kwintet virtuoze post-Coltrane jazz.

Steve Williamson stond lange tijd in Pine's schaduw. Tegenwoordig maakt hij furore met zijn Funk Band. Met deze groep speelde hij een wervelende set met flitsende jazz en een enkel funky gezongen uitstapje. Op tenor- en sopraansaxofoon is Williamson een stuk interessanter dan Pine. Diens soepele, gepolijste toonvorming mag dan appelleren aan een groot publiek, Williamsons rauwe, hoekige geluid, met een voorkeur voor plotselinge contrasten, boeit meer.

Het derde ex-Jazz Warriors-lid was vibrafonist en marimbaspeler Orphy Robinson. Met zijn groep Annavas bracht Robinson zijn suite 'When Tomorrow Comes'. De eerste minuten boden een fascinerend blik op de toekomst: groots, bombastisch, welluidend en knap uitgewerkt voor een gedurfde instrumentatie van keyboards, een Afrikaanse kora, fluiten, bas, drums en percussie. Helaas veranderde er weinig, waarna het al snel te braaf klonk. Als geluid bij een film, waarvan de beelden alle aandacht opeisen.

In Jack DeJohnette's Special Edition schitterden een dag later de tenorsaxofonisten Gary Thomas en Joshua Redman. Van de twee is Redman, zoon van de bekende Dewey, de 'coming man'. Thomas won op punten met een niet te evenaren stroom noten, elk daarvan even doeltreffend en overtuigend.

Schitterend in alle opzichten was het optreden van slagwerker Paul Motian, tenorsaxofonist Joe Lovano en gitarist Bill Frisell. Met z'n drieen gaven ze een bundeling van wat schoonheid kan zijn: oorstrelend, maar met ruwe kantjes, uitdagend en meeslepend. Hoe is het mogelijk!

Een tegenvaller was het optreden van het trio van de Cubaanse pianist Gonzalo Rubalcaba met bassist Charlie Haden en slagwerker Julio Barreto. Rubalcaba speelde geen verfijnde Afro-Cubaanse jazz, maar wilde zich waarmaken als echte jazzpianist. En dat deed hij: de Art Tatum-loopjes klonken perfect en een romantische inborst a la Bill Evans' viel af en toe ook te bespeuren. Haden begeleidde degelijk, zonder de aandacht te trekken.

Ook een teleurstelling was de kennismaking met het T.S. Monk Sextet in de Van Gogh-zaal. De leider, de drums spelende zoon van de grote Thelonious Monk, verkent als neobopper weinig bijzonder het genre dat zijn vader mede hielp ontwikkelen.

Het festival was vrijdag begonnen met een optreden van de Latin American All Stars. Hierin spelen drummer Abe Laboriel jr., de Mexicaanse basgitarist Abraham Laboriel, de Colombiaanse saxofonist Justo Almario en de Braziliaanse gitarist Ricardo Silveira. Zij speelden geen Latijns-Amerikaanse salsa, maar doorsnee fusion met een tintje wereldmuziek, zoals in de Silveiracompositie 'Bahia Drive'. Waarachtige salsa klonk op hetzelfde moment in de grote hal. Daar trakteerde het Colombiaans/Nederlandse salsa-orkest Rumbata het binnenkomende publiek op verfijnde LatijnsAmerikaanse ritmes en harmonieen.

Acht uur later deed het Afro Cuban Jazz Orchestra van de King van de Mambo, de 81-jarige Mario Bauza, het in de Jan Steenzaal nog eventjes haarfijn over. Wat Rumbata aan finesse miste, had Bauza's orkest aan overvloed. Wat een orkest! Spetterende blazerscollectieven, jazzy solo's, opzwepende ritmes en expressieve zang: alles was voorhanden. Daar konden het Eddie Palmieri Latin Jazz Orchestra en Irakere daags daarna in dezelfde zaal weinig tegenin brengen. Ook zij brachten welluidende en uiterst dansbare salsa, maar zij misten toch de flitsende synthese, die Bauza's orkest zo krachtig bracht: jazz en salsa op hun best.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden