Betere verkoop, hogere prijzen en toch minder omzet

Dure euro en valutaschommelingen trekken zware wissel op cijfers van Nederlandse multinationals

Meer producten verkopen, hogere prijzen berekenen en toch minder omzet halen. Dat kan. Grote Nederlandse multinationals maken het mee.

AkzoNobel verkocht in de eerste drie maanden van 2014 meer verf, lakken en chemicaliën dan in het eerste kwart van 2013. Heineken sleet wereldwijd 1 procent meer bier en Unilever verkocht meer ijs, was- en schoonmaakmiddelen. Toch kwam Unilevers omzet over het eerste kwartaal 6,3 procent lager uit dan een jaar eerder.

Dat kwam niet doordat Unilever zijn klanten op prijsverlagingen trakteerde. Heineken en AkzoNobel deden dat evenmin. De shampoo, de biertjes en de verf werden juist duurder. Toch meldden ook Akzo en Heineken lagere omzetten. Philips evenzo.

Dat kwam vooral door valutaschommelingen. Sinds mei vorig jaar zijn de munten van veel opkomende landen fors in waarde gedaald ten opzichte van de euro. Soms kwam dat doordat de economische ontwikkeling tegenviel (Brazilië, Zuid-Afrika), soms door maatschappelijke onrust en corruptieschandalen (Turkije, Oekraïne), soms door wantrouwen (Rusland). Tegelijkertijd nam het vertrouwen in (de landen met) de euro weer toe.

De gevolgen? De Zuid-Afrikaanse rand, de Indonesische roepia, de Indiase rupee, de Braziliaanse real, de Russische roebel en de Turkse lira zijn 15 tot meer dan 20 procent minder waard dan vorig jaar. De euro is weer duur geworden.

Die ontwikkelingen doen de omzetcijfers van de grote Nederlandse beursfondsen geen goed. De omzet wordt uitgedrukt in euro's: als de omzet van een concern in Turkije gelijk blijft, daalt die in euro's gemeten toch met zo'n 20 procent. Vooral bij Unilever, dat veel in opkomende landen verkoopt, is het valuta-effect op de omzet groot: bijna 2 procent meer producten verkocht, toch een omzetdaling, in euro's, van 6,3 procent.

Ook op de nettowinst kunnen de schommelingen veel invloed hebben. Als de kosten en de opbrengsten in dezelfde valuta luiden, is er eigenlijk weinig aan de hand. Dan is er alleen een (vervelend) effect op papier als de winst in euro's wordt omgerekend. Unilever schat dat het winstniveau over 2014 met minstens 6 procent wordt gedrukt als de huidige valutakoersen standhouden.

Maar als een bedrijf veel kosten in euro's maakt (en veel opbrengsten in bijvoorbeeld lira's en rupees) kan het effect op de winst procentueel veel groter zijn.

Is er iets tegen de invloed van valutaschommelingen te doen? ASML eist van zijn afnemers - die bijna allemaal in Azië zitten - betaling in euro's. Het risico van de valutaschommelingen ligt dan bij de afnemers. ASML, toonaangevend fabrikant van chipmachines, kan dat doen. Unilever en Heineken, met fabrieken en brouwerijen in tientallen landen, niet.

Ze kunnen zich wel wapenen door zich in te dekken. Ze kunnen hedgen. Vrij vertaald: een soort verzekering afsluiten tegen voorziene koersschommelingen. Maar hedgen heeft nadelen. Het kan duur en risicovol zijn. Tegen de waardedalingen van sommige munten bieden banken geen verzekering aan. Bovendien waren de valutadalingen van vorig jaar niet voorzien. Heineken hedget, zegt een woordvoerder 'op bescheiden schaal'. Unilever doet het 'bijna niet.'

Voorlopig rest de bedrijven weinig anders dan wachten op de zomer. De valuta van de opkomende landen daalden vorig jaar vooral in mei en juni. Het effect op de omzet en de winst van bedrijven neemt, een jaar later, na juni dus ook af. Tenzij er een nieuwe valutaklap komt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden