Betere carrière in zorg lost wachtlijsten op

De problemen in de zorg kunnen alleen bestreden worden met een goed emancipatiebeleid. Nog steeds haken te veel verpleegkundigen af omdat ze werk en gezin niet kunnen combineren en ze geen carrièrekansen krijgen.

Wie aan de zorg denkt, denkt aan wachtlijsten. Het afgelopen jaar is bijna alle aandacht voor de zorg gegaan naar de bestrijding daarvan. En dus naar meer geld, efficiëntie, productie en opleidingsplaatsen. De belangrijkste schakel in de bestrijding van wachtlijsten wordt echter vergeten, namelijk een goed emancipatiebeleid in de zorg.

Als de komende vier jaar geen goed emancipatiebeleid wordt ontwikkeld, zitten we in 2010 met een geweldig tekort aan personeel, met name aan verplegenden, verzorgenden en huisartsen -niet toevallig allemaal beroepen waar vrouwen in de meerderheid zijn. Van de verplegenden en verzorgenden is zelfs 91 procent vrouw. De jaarlijkse Dag van de Verpleging, aanstaande maandag 12 mei, is een goede gelegenheid om dat broodnodige emancipatiebeleid op te porren. Het aanstaande kabinet kan dat emancipatiebeleid dan nog mooi regelen in het regeerakkoord.

Een krachtdadig emancipatiebeleid in de verpleging en verzorging begint bij de erkenning dat deze sector eigenlijk nog is afgestemd op de tijd waarin de meeste vrouwen maar kort werkten. Waren ze na een paar jaar afgemat en uitgeblust? Geen probleem. Ze gingen toch trouwen. De zorgsector leeft eigenlijk nog op deze grondslag voort: de helft van de verplegenden of verzorgenden gaat na de opleiding niet of maar heel kort in de zorg werken. Alleen vertrekken ze om andere redenen dan vroeger. Niet omdat ze gaan trouwen, maar omdat een goed emancipatiebeleid ontbreekt, zo blijkt herhaaldelijk uit onderzoek.

Ten eerste is het gebrek aan mogelijkheden om het werk met zorgtaken thuis te combineren, een belangrijke reden voor vertrek. Terwijl bijvoorbeeld maar vijf procent van de verzorgenden in de thuiszorg van tevoren van plan is om na de komst van kinderen te stoppen met werken, doet toch ruim de helft dat na verloop van tijd. Vanwege gebrek aan passende en betaalbare kinderopvang en vanwege gebrek aan zeggenschap over de (vaak onregelmatige) werktijden. In de laatst afgesloten zorg-cao's is meer ruimte voor zeggenschap over werktijden afgesproken, en dit lijkt ook zijn vruchten af te werpen, want het ziekteverzuim is het afgelopen jaar wat afgenomen. Maar het is nog lang niet genoeg.

De overheid en de zorgsector zouden het als een uitdaging kunnen zien om juist deze sector tot koploper te maken. Koploper van goede, goedkope en flexibele kinderopvang, ook voor schoolgaande en zieke kinderen. Werkgevers kunnen een deel van hun wervingskosten doorsluizen naar de kinderopvang, en zich met goedkope, liefst gratis kinderopvang, tot de meest aantrekkelijke werkgever voor vrouwen maken. Ook met betaald ouderschapsverlof en mantelzorgverlof kan de zorgsector veel vrouwen en moderne mannen aan zich binden.

Een andere reden waarom verpleegkundigen en verzorgenden vroegtijdig vertrekken is het gebrek aan ontplooiingsmogelijkheden en salarisgroei. Er is in veel functies weinig kans op doorstroming naar een hogere, meer verantwoordelijke functie. Ook dit heeft alles met emancipatie met maken. Traditionele mannensectoren als de politie en de belastingdienst houden er veel meer rekening mee dat mensen gedurende hun hele loopbaan behoefte hebben aan bijscholing, ontplooiing en salarisgroei. Met een diploma op mbo of hbo-niveau kun je in die sectoren heel goed carrière maken.

In de zorgsector niet. Het startsalaris is al niet best: als net afgestudeerde hbo-verpleegkundige kun je meer verdienen in een beroep waar je niet voor bent opgeleid dan in je eigen vak. Veel verplegenden en verzorgenden hebben bovendien al binnen tien jaar hun salarisplafond bereikt. Bijscholing en doorstromingsmogelijkheden zijn schaars en duur: extra opleidingen moeten vaak van eigen geld en in eigen tijd. Een goed loopbaanbeleid is echter cruciaal om vrouwen en trouwens ook mannen in de zorg te houden. Een beleid dat er rekening mee houdt dat vrouwen vaak wel carrière willen maken, mits ze daarmee het contact met patiënten niet verliezen. De zorgsector zou de kans moeten grijpen om zich ook in dit opzicht te ontwikkelen tot koploper.

Een volgende reden voor voortijdig vertrek is gebrek aan zeggenschap over het eigen werk. Allerlei andere groepen, van patiënten tot en met buurtbewoners, hebben de afgelopen decennia meer te zeggen gekregen. Verplegenden en verzorgenden krijgen echter nog teveel een traditionele vrouwenrol van begrijpen en schikken toebedeeld -terwijl zij voortdurend aangeven dringend behoefte te hebben aan meer zeggenschap. Veel managers zijn nog onvoldoende op deze geëmancipeerde verpleegkundigen ingespeeld.

Ten slotte is ook het gebrek aan tijd om goede zorg te geven een belangrijke reden om met het werk te stoppen. Waar het bedrijfsleven zich uitput in diepe-dingencursussen voor uitgebluste carrièremakers, verzuimt de zorgsector te erkennen dat zij vanzelf aan de behoefte aan diepgang kan voldoen, mits ze zorgverleners binnen hun werk meer tijd en ruimte gunt. Ook dit is emancipatiebeleid, namelijk herwaardering van traditioneel vrouwelijke taken en eigenschappen.

Natuurlijk moeten verplegenden en verzorgenden al deze dingen ook zelf opeisen. Bij emancipatie hoort assertiviteit: je eigenwaarde en je rechten kennen en daarvoor opkomen. Geen beroepsgroep is zo slecht georganiseerd als de verpleging en verzorging -het percentage vakbondsleden onder hen is dramatisch laag. Om goed voor de rechten van zorgverleners te kunnen strijden, moeten de vakbonden meer leden achter zich hebben.

Kortom: de sleutel tot goede zorg en minder wachtlijsten ligt in een daadkrachtig emancipatiebeleid, dat werk maakt van passende kinderopvang, meer ontplooiingsmogelijkheden en salarisgroei, meer zeggenschap over werk en werktijden, en meer tijd om goede zorg te leveren. Meer dan de helft van voormalige verplegenden en verzorgenden geeft aan dat ze waren gebleven als aan deze eisen was voldaan.

Van het nieuwe kabinet valt op dit punt vooralsnog weinig te verwachten. CDA-minister De Geus weigert een halt toe te roepen aan de explosieve stijging van kosten van de kinderopvang en laat werkgevers vrij om al dan niet mee te betalen aan deze kosten. Vervolgens is een financieel tekort op de rijksbegroting voor kinderopvang ontstaan, waardoor de Wet Basisvoorziening Kinderopvang opnieuw is uitgesteld. Gevolg is dat kinderopvang in een bestuurlijk vacuüm beland is, waar noch overheid, noch werkgevers zich verantwoordelijk voor voelen. D66 heeft overigens in de campagne 250 miljoen euro extra investeringen voor de kinderopvang beloofd. Misschien wil die partij zich dat nu nog herinneren.

Het nieuwe kabinet is verder van plan om een levensloopspaarregeling in te voeren, als variant op de spaarloonregeling. Sparen voor verlof wordt dan, net als sparen voor een huis of pensioen, fiscaal aantrekkelijk. De meeste verplegenden en verzorgenden zijn hier echter weinig mee geholpen, omdat zij relatief weinig verdienen en dus niet veel geld opzij kunnen zetten. Van de andere punten, zoals zeggenschap over werktijden en meer tijd om te zorgen, valt al helemaal weinig te verwachten. Het huidige kabinet heeft bezuinigd op het geld voor betere arbeidsvoorwaarden in de zorgsector. De formatieonderhandelingen wijzen erop dat het nieuwe kabinet daarop nog veel meer gaat bezuinigen. Goedkoop zal daar echter duurkoop blijken: hoge kosten voor werving, ziekteverzuim en WAO-uitval zullen het resultaat zijn.

Toch is nog hoop. Het gaat hier immers om een synthese van de zorgzame samenleving van het CDA, de kennissamenleving van D66 en het VVD-pleidooi voor zelfbeschikking, waarmee een van de grote problemen van deze tijd, de wachtlijsten in de zorg, kan worden opgelost. Een prominente plaats voor een krachtdadig zorg-emancipatiebeleid in het regeerakkoord is dus niet meer dan logisch.

Evelien Tonkens is woordvoerder volksgezondheid en emancipatiebeleid voor GroenLinks in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden