'Beter een trui tegen het oor geraspt dan de zoveelste echte zee opgezet'

Volgens de componerende slagwerkers Jaap de Weijer en Martin Vonk is muziek dienstbaar. Hun firma het Paleis van Boem voorziet theaterproducties van geluid.

De Geluidsman uit Sesamstraat kennen zij niet. Die communiceert slechts gedeeltelijk in gesproken taal, en hanteert een onomatopee voor elk woord dat hij niet kent. Als de Geluidsman een hamer nodigt heeft, vraagt hij wegens zijn gebrekkige woordenschat niet om een hamer, maar om een 'klop-klop-klop'. De winkelier, die steevast een punthoofd van de Geluidsman krijgt, antwoordt dan: 'Aha, ik begrijp het al: u zoekt een zzttt-zzttt-zzttth!'. Maar nee; een zaag had de Geluidsman op dat moment niet nodig.

Geluidsmannen zijn Jaap de Weijer en Martin Vonk ook niet. Componist vinden ze weer een te groot begrip, al componeren zij wel degelijk. Muzikanten dan, die behalve musiceren ook geluidscomposities maken. De firmanaam waaronder zij samenwerken zegt al voldoende: Het Paleis van Boem. Hun lijst van compositorische wapenfeiten groeide naar indrukwekkende grootte. Muziek voor theater maakten De Weijer en Vonk met 'Angels in America', 'Onder het melk-woud', 'Anna Karenina' (RO-theater), 'Dantons dood' (De Appel), 'Het uur waarop wij niets van elkaar wisten', 'De nacht van de pauw', 'Hamlet', 'De kersentuin' (Het Nationale Toneel).

Verder speelfilmmuziek voor Mike van Driems 'Karakter', televisiefilmmuziek bij 'Pleidooi', 'Oud geld' en 'Sportpaleis De Jong', en geluidsdecors bij tentoonstellingen als 'Nederland in 2050' (Beurs van Berlage) en 'OMA à l'IFA' (architectenbureau Rem Koolhaas). Het enige grote theatergezelschap waar ze nog nooit voor hebben gewerkt is Toneelgroep Amsterdam.

Behalve bij zichzelf horen De Weijer en Vonk nergens bij. Maar tal van binnen- en buitenlandse dans/theatergezelschappen en filmregisseurs weten de weg naar het Paleis van Boem te vinden. Simpelweg omdat ze goed zijn. Hun briefpapier is getooid met twee gekroonde trommelaars, op de troon van het paleis zit een grote trom die -BOEM- zo hard op zichzelf slaat dat de paleispilaren doorbuigen en het gordijn horizontaal wegwappert. Hoe zij op de naam kwamen? Een kwestie van tegenover elkaar gaan zitten met een paar flessen wijn ertussen.

In tegenstelling tot de Paleis van Boemers is een geluidsman doorgaans wel aan een gezelschap verbonden. Die krijgt de Paleis van Boempartituur voorgeschreven, en dient die tijdens een voorstelling ter plekke uit te voeren. Bij de 'Hamlet' onder regie van Johan Doesburg luisterde dat bijzonder nauw. Hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat moest zijn Hamletrol in een handomdraai veranderen in die van de geest van zijn overleden vader (Hamlet I). Hamlet sprak mechanisch versterkt, en kreeg een andere toonhoogte en volumevoering zodra hij, meteen daarop, de tekst van zijn overleden vader uitsprak. Is de geluidsman in de zaal dan zelfs maar een lettergreep te vroeg of te laat met zijn knopjeswissel, dan brengt hij de dramatische personagewisseling in jammerlijke potsierlijkheid om zeep. De Weijer en Vonk zijn nog steeds opgelucht dat zij die knopwisseling niet hoefden uit te voeren.

Als voorbereiding op hun geluid- en muziekbijdrage woonden zij de repetities van 'Hamlet' bij, en genoten van het feit dat Scholten van Aschat dezelfde scène op minstens zes verschillende manieren speelde, en alle zes even goed. Maar, ze kwamen voor de muziek. Regisseur Johan Doesburg had hen om 'duistere en abstracte muziek' gevraagd. ,,Op een of andere manier snap je het dan'', zegt Martin Vonk lakoniek.

,,Je gaat nadenken, associeëren. Wat kan ik gebruiken? Een spelend kind dat een verdieping boven je een zak knikkers laat vallen. Of luxaflex, waar je met de vingers langs ratelt. We kwamen met een map 'duistere en abstracte geluiden' aan, en dan ga je kiezen wat wel en wat niet. Dan krijgt het richting. Als we het onderling niet eens zijn is de regisseur een goede derde. Vaak hebben we aan weinig woorden voldoende. Niets staat vast; soms moet je rood zelfs met rood kleuren.''

De Weijer en Vonk leerden elkaar kennen tijdens hun studie slagwerk. De Weijer: ,,We hadden een goede docentengroep op de slagwerkopleiding, het was ook een goede slagwerktijd met componisten als Xenakis en Varèse. Maar er zat ook veel onspeelbaar krentenbrood tussen wat nergens naar klonk. Dat kunnen we zelf veel beter, dachten we, en begonnen zelf stukken te componeren.'' Ze maakten de lp 'Mowgli goes kaka'. Als tweemansorkest trok het 'Paleis van Boem' met een busje vol trommels door het land, ze traden op festivals op. Na een tijdje bleek de slagwerkmarkt verzadigd te raken. 'Slagerij van Kampen', overal opduikende tabla's, het publiek slikte de ene 'boemtsjikkeboem' na de andere, werd al dolenthousiast als een tablaspeler op een slagwerkfestival met ontbloot bovenlijf contact met z'n voorouders zat te zoeken. ,,Zoals Freek de Jonge zegt: 'Ze lachen al als ik opkom.' Dan is de lol er gauw vanaf.

De RO-regisseurs Jos Thie en Antoine Uitdehaag hadden hun lp gehoord en vroegen of ze muziek bij de zes uur durende lokatievoorstelling 'Merlijn' wilden maken. De eerste doorloop duurde twaalf uur, herinneren zij zich nog. Zelf stonden ze ergens in de bosjes met het slagwerk om hen heen.

Zouden veel voorstellingen of films ineenschrompelen wanneer je de muziek eronderuit weghaalt? De Weijer draait het om: ,,Door thuis een kwartier lang een lage noot op te zetten, heb je natuurlijk nog niets, maar in onze 'Hamlet' werkte dat fantastisch. Muziek is toch dienstbaar.'' Het heeft geen zin om aanwezig te zijn bij repetities voor tv- of bioscoopfilm, dat is toch voor tien procent draaien en negentig procent wachten. De componisten wachten tot de opnames voltooid zijn, en gaan dan beginnen. Dan maar hopen dat de regisseur ondertussen niet gaat zitten knippen of hermonteren. Hoewel, bij 'Karakter' keerde zich dat ten goede: er was nota bene in hun eigen muziek geknipt en gemonteerd. Maar het resultaat sprak voor zichzelf en het Paleis van Boem erkende: ,,Jee, wat goed! Dat hadden we zelf nooit zo kunnen bedenken.''

Hoe 'echt' hanteert het Paleis van Boem geluid? Gaan ze naar het bos of naar Blijdorp om vogelgekwinkeleer op te nemen als een regisseur dat ergens bij een theatrale picknick wil hebben? En naar zee als er ergens golfslag nodig is? De Weijer: ,,We abstraheren het meeste. Het hangt er ook weer van af: als je weet dat het toneelstuk aan zee speelt, kun je die golven als kracht van de stilte ook weglaten. Tja, de zee. Eerst kijken we maar eens wat we in de kast hebben. Hier in Rotterdam wordt sinds 1945 geheid. Je kunt dus zo de straat op om dat op te nemen. En het vervolgens zo vet maken dat het niks meer met heien te maken heeft. Schuif je trui eens tegen je oor: het is toch veel leuker om dan te ontdekken: dat is de zee! In plaats van dat je beseft: iemand heeft weer een zee opgezet.''

,,We zijn altijd tegen de première klaar. Problemen doen zich alleen voor als een regisseur niet met ons communiceert, als ie nooit eens belt en ondertussen wel dingen met de muziek doet waar je het niet mee eens bent.''

Een dramatische moment valt op ontelbare manieren te markeren. Martin Vonk: ,,Een stukje piepschuim waarop je spuugt, en dat over een glasplaat laten snerpen. Als je dat geluid opneemt en hoog of laag afspeelt, krijg je een afschuwelijke oerschreeuw of een poepende dinosaurus. Koperen buizen over een stenen vloer laten rollen. Met je nagel langs de radiator ritsen.''

Soms zijn 'duidende geluiden' nodig, al was het maar om te schmieren. Als Lady Macbeth zich van de kasteeltransen stort, kan dat klinken als een zak aardappelen die in de lege laadbak van een vrachtwagen wordt gegooid. Maar het kan ook een gong zijn, waar je met de punt van een drumstok overheen piept. Sommige opdrachten laten ze noodgedwongen schieten. Wat moeten ze met een tentoonstelling 'Zonne-energie nu en in de toekomst', waar dan wat 'onderdoor moet dreutelen'. De begintonen van Richard Strauss' 'Also sprach Zarathustra'? Toch maar niet.

Voor een verzekeringsreclame knipten zij fragmenten van 'Spartacus' aan flarden, componeerden 'een goed aansluitende partituur' en lieten die door een Praags orkest spelen. Ze kunnen veel, zoniet alles nadoen met hun uitgelezen elektronica, maar het geluid van een echt orkest valt niet na te bootsen. ,,Een orkest beweegt, zoals pap.'' Makkelijker is het om een indruk van een 'echt' geluid te geven. Met één vinger op het toetsenbord weerklinken al vier klassiek-geschoolde gitaristen, waarvan het geluid van over de snaren schuivende vingertoppen nog eens extra is aangedikt. Maar zodra er een gitarist hun studio binnenkomt, hoort die meteen dat er iets grondig mis is. ,,Als slagwerker weet je hoe brushes echt klinken.''

In hun studiosouterrain tonen De Weijer en Vonk hun schatkamer boordevol drumstellen en trommels. Met het Engels Premier-drumstel uit de jaren zestig als topstuk van de collectie. Gegoten randjes, doorlopende spanblokjes en 'zo'n lekker dun keteltje'. Even een geluidsproeve. Waarna een gezamenlijke schaterlach: ,,Heb je je vullingen nog?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden