'Bestuurders moeten voor continuïteit zorgen, wetenschappers voor kwaliteit'

“De revolutie is hier nooit begonnen en zal hier ook nooit beginnen”, zei drs. H. Brinkman ooit. 'Hier', dat is: op de Vrije universiteit. In 1952 liep hij er als eerstejaars Nederlands voor het eerst binnen. Volgende week gaat hij met vut. Dan heeft hij z'n handen vrij voor wat hij het liefst doet: de boer op om Russen, Zuidafrikanen en andere buitenlanders bij te brengen hoe je een universiteit leidt. Bij de VU deed hij dat 24 jaar, waarvan 17 jaar als voorzitter.

Helemaal bovenin het VU-hoofdgebouw, op de vijftiende verdieping, waar de theologen zitten, komt Brinkman de lift uit en zegt: “Het grapje dat op deze verdieping voor de hand ligt, berust trouwens niet op waarheid”.

Hij doelt op de oude grap, dat de theologen op deze etage zitten omdat de afstand tot hun object van onderzoek zo het kleinst is.

Waarom zitten ze er dan wel?

“Omdat ze veel boeken en weinig mensen hebben”, zegt Brinkman. “Het spaart de lift, om ze bovenin het gebouw te hebben.”

We gingen naar de vijftiende verdieping om de VU te zien zoals Brinkman hem achterlaat. De rustigste universiteit van Nederland ligt in de diepte. Nu zijn het nog vijftien faculteiten, maar binnenkort zijn het er acht. Dan zitten theologie, wijsbegeerte en letteren bijvoorbeeld onder één paraplu. “Dat soort samenvoegingen is natuurlijk revolutie. Want op een universiteit wil iedereen liefst niks met een ander te maken hebben.”

De voetbalvelden zullen wel verdwijnen naarmate de grondprijzen stijgen, denkt hij. Die gaan de hoogte in als het eindpunt van de hoge snelheidstrein ginds, aan de andere kant van de snelweg komt.

Gereformeerd, zoals in 1952, is de VU allang niet meer. 'Algemeen christelijk' wel. Dat wil zeggen: de universiteit, niet de student. “Het is al decennia geleden dat we veel Groningers en Friezen hadden. De studenten komen nu uit de regio-Amsterdam. Zelfs echte VU-supporters sturen hun kinderen niet meer hierheen.”

Hij noemt het 'ironisch', dat nieuwe generaties studenten naar de VU komen, omdat het van de twee Amsterdamse universiteiten de kleinere, de beter georganiseerde, de rustige is - zonder door te hebben dat dat een stukje erfenis van Calvijn is. “We hebben hier de boel op orde, en studenten vinden dat prettig. De VU is op samenwerking gericht, wint nog 'ns een onderwijsprijs, is niet erg conflictueus.”

Dat de VU bijvoorbeeld ook de enige plek in Nederland is, waar je je van man tot vrouw kunt laten verbouwen - of omgekeerd - noemt hij eerst “toch meer een kwestie van toeval. Zo'n verbouwing rust op hoogwaardige endocrinologie en plastische chirurgen, en die waren hier voorradig.”

Maar even later: “Aan de andere kant: ik ben er altijd trots op geweest dat wij dat hebben. Het is geen heroïsch medisch nummer, maar iets wat je pas na 25 keer praten doet. We hebben het moeten verdedigen tegen de kritiek uit Friesland, dat God de mens heeft geschapen, enzo. Dat die mensen maar flink moesten zijn. Ik zou me schamen wanneer je als christelijke universiteit niet door dat platte materialistische denken heen zou breken.” Geamuseerd: “We hebben dat protest bestreden met het argument, dat er veel heidens erfgoed zit in zulk materialisme.”

Elk VU-gebouw is neergezet in een ander financieel tijdperk, vertelt Brinkman: daar aan de overkant, waar jongerejaars geneeskunde colleges hebben, dat zijn de goedkoopste vierkante meters van heel Nederland. Terwijl je verderop een ouder gebouw hebt, dat zo royaal gebouwd is, dat de VU het destijds maar niet feestelijk opende. De gasten mochten eens kritisch opmerken, dat de Vrije Universiteit het wel èrg breed liet hangen.

“Wat je hiervandaan niet ziet, dat is het gat van Ritzen”, zegt hij dan. “De universiteiten komen straks 130 miljoen gulden tekort voor het onderhoud van hun gebouwen. Ritzen wil daar niks van weten. Hij doet heel kinderachtig: omdat het niet in de planning staat voor deze kabinetsperiode, bestaat het gat niet.”

Brinkman was altijd financieel specialist. Hij maakte drie verschillende manieren mee om een universiteit te financieren, en stond bekend als de enige universiteitsbestuurder die werkelijk snapte hoe ze werkten. “De VU is rustig, en is daardoor een betrekkelijk makkelijk te besturen instelling. De tijd die Brinkman over had stak hij in landelijke dingen, en in het buitenland. Hij deed heel belangrijke taken voor de VSNU, maar timmerde er nooit mee aan de weg”, zegt zijn tegenhanger van de Universiteit van Amsterdam, Gevers.

Vroeger bestuurde dr. S. Noorda naast Brinkman de VU. Tegenwoordig is Noorda schipper naast Gevers. Noorda: “Universiteitsbestuurders zijn er in een paar soorten. Aan de ene extreem heb je Harry Brinkman: zakelijk, vrijwel alleen rationele argumenten gebruikend. Helemaal aan de andere extreem heb je Jankarel Gevers. Die is niet onzakelijk of irrationeel, maar die gebruikt een breder palet dan alleen rationele dingen. Beeld-, of zo je wilt mythevorming.”

“Brinkman zal dat nóóit doen. Gevers neemt onbeheersbaarheid ook voor lief. Zaken mogen bij hem ook weleens een tijdje in het ongewisse blijven, om dan toch terecht te komen. Bij Brinkman mag dat niet. Hij vindt: besturen is een veranderingsproces in goede banen leiden. Wat Brinkman denkt niet te kunnen beheersen, daar begint hij dus niet aan”.

Brinkman zelf beschrijft zijn stijl van besturen als: zolang alles goed gaat, moet je je nergens mee bemoeien. Het bestuur van een universiteit is er niet, om al te veel eigen ideetjes te hebben, vindt hij. Het is er om voor de continuïteit te zorgen, zodat de wetenschappers voor de kwaliteit kunnen zorgen. Als je dat 'op de winkel passen' wilt noemen, dan zit Brinkman daar niet mee.

“Ik ben nooit aan dit werk begonnen vanuit de bevlogenheid dat ik alles nieuw moest maken. Ik was Neerlandicus, ik zat in de moderne linguïstiek, diep in de Chomsky-grammatica. Toen kwam in 1972 dat bestuurswerk langs. Of ik dat maar wilde doen. Er werd nogal druk op me uitgeoefend. Nee, ik vond er niks leuks aan. Het was gewoon corvee, plicht.”

“Pas na een jaar of vijf begon ik te denken: 'ik kan het, en het is nog leuk ook'. En nog weer jaren later ontdekte ik dat 'universiteitsbestuurder' een zelfstandig vak is. Als je dat eenmaal ontdekt hebt, dan blijf je wel”.

Ir. W. van Lieshout, ooit de roerganger van de Nijmeegse universiteit, betwijfelt of collega Brinkman en hij van universiteit hadden kunnen ruilen - hoezeer ze ook een grote aversie delen: tegen de bemoeizucht van de overheid.

“In Nijmegen was de grondhouding: het bestuur gaat over àlles. Harry ziet een bestuur als iets wat niet te veel in de pot moet roeren. In Nijmegen hield het bestuur zich bijvoorbeeld óók bezig met nevenwerkzaamheden van hoogleraren. Harry zal daar heel afstandelijk over geweest zijn. Dat je de vogels vrij moet laten vliegen.”

“Willy was in z'n bestuursopvatting véél gereformeerder dan ik”, beaamt Brinkman op zijn beurt, hartgrondig. “Maar hij heeft ook nooit in het onderzoek gewerkt, alleen bestuurd. Als je kwaliteit wilt bereiken, dan werkt hiërarchie niet. Ritzen denkt van wel, Van Lieshout denkt ook van wel. Maar je ziet dat het niet werkt. Er zijn ook beroemde verhalen over, dat de leiding van een bedrijf beweert, dat het dank zij hun 'strategie' goed gaat, terwijl het personeel bij nader inzien helemaal niet gedaan blijkt te hebben wat de leiding wilde.”

“Op een universiteit”, vervolgt Brinkman, “komt van sterk topbestuur alleen maar tweespalt tussen de faculty en de administration, de twee poten die elke universiteit heeft. Wat je moet doen is: de faculteiten sterk maken.”

“In Zuid-Europa zie je veel universiteiten waar de wetenschappelijke staf het moet doen zonder enige organisatie. In de VS zie je dat er wel een beheersapparaat is, maar dat dat met de rug naar de onderzoekers toe staat. Je hebt pas een goeie universiteit, wanneer die twee in balans zijn. Daar zijn we in Europa vermoedelijk het verst in, en in Nederland stukken verder dan Duitsland of Zweden. Dat ga ik die Russen nu leren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden