Bestrijden kan niet, reguleren wel

Michel Karsten pleit voor nuance in dopingdebat: Je moet soms middelen voorschrijven om schade te voorkomen

Deze week vliegt Michel Karsten van de Dordogne naar Utopia, van zijn Franse woonplaats naar Papendal voor de conferentie 'Een dopingvrije sportcultuur in Nederland!'. Een titel waarvan de zero tolerance van het hedendaagse dopingbeleid afdruipt, daar waar Karsten decennia lang nuance heeft gepredikt en gepraktiseerd.

Het leverde hem de weinig vleiende titel 'dopingarts' op. Voor alle duidelijkheid: Karsten (72) is tegen doping. Toch was hij een arts die doping verstrekte aan sporters die daarom vroegen. "Het is als arts niet alleen je taak mensen beter te maken, maar ook om ze te begeleiden. Begeleiden zodat ze zo gezond mogelijk leven en zo goed mogelijk hun beslissingen kunnen nemen. Dat kan niet als je iemand die jou om doping vraagt, afwijst."

"Natuurlijk wijs ik doping af, je moet dat soort middelen niet gebruiken. Wij zeggen: medicijnen zijn giffen. In de jaren '80 en '90 gebruikte bijna elke sporter. Die zei dan: 'Als ik niet gebruik, kan ik wel ophouden'. Als je als arts dan niets doet, halen ze middelen van de zwarte markt en internet. Daar is niet duidelijk wat er achter het etiket verborgen zit. Het zijn soms levensgevaarlijke middelen. Als je die sporter loslaat en niet begeleidt, brengt hij zijn lichaam meer schade toe dan wanneer ik hem iets voorschrijf en hij het bij de apotheek haalt. Maar ik ben er absoluut niet voor om de middelen vrij te geven."

Dertien jaar na zijn pensionering is de belangstelling van Karsten voor de dopingproblematiek onverminderd groot. Daarom komt hij morgen ook naar Papendal voor de dopingconferentie van het ministerie van volksgezondheid. Of hij daar zoals in 1998 een onverwachte medestander vindt, is de vraag.

Destijds, op een conferentie van de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG), kreeg Karsten steun van VSG-voorzitter Jan Aghina, die zei dat "een gedoogbeleid wellicht past in een nieuwe richtlijn voor artsen inzake doping".

Richtlijn 9 van de VSG luidde aanvankelijk: 'De arts die benaderd wordt door een gezonde sporter met het verzoek dopinggeduide middelen voor te schrijven en/of hem te begeleiden bij het gebruik van dopinggeduide middelen, dient op dit verzoek afwijzend te reageren'. Tijdens een bijeenkomst daarover was, volgens Karsten, na zijn commentaar een ruime meerderheid van de artsen tegen die richtlijn. In de definitieve versie werd de zinsnede 'en/of hem te begeleiden bij het gebruik van dopinggeduide middelen' geschrapt, en een paragraaf toegevoegd waarin staat dat volledige afwijzing van medische bemoeienis bij dergelijke verzoeken niet houdbaar is.

Een jaar later werd die richtlijn door de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering van de Geneeskunst (KNMG) toegevoegd aan haar gedragsregels voor alle artsen. Maar in 2002 werd die weer verwijderd. Op de vraag waarom, kreeg Karsten nooit antwoord.

Karsten zegt altijd te hebben gehandeld onafhankelijk van sportorganisaties, pro deo en binnen de richtlijnen van de VSG. En gesteund door zijn collega's, al lieten zij dat naar buiten nooit blijken, want elke arts die verbonden is aan een sportorganisatie en zich openlijk inlaat met doping, wordt geschorst. "Met het gevolg dat artsen niets weten over doping. Ze mogen er niet eens over nadenken."

Veertig jaar lang volgde Karsten de problematiek op de voet. Als beginnend huisarts keerde hij de toenmalig eredivisionist Haarlem in 1974 de rug toe, toen hij ontdekte dat pilletjes met het schadelijke bijnierhormoon corticosteroïden in de kleedkamer rondgingen. Schertsend: "Ik werd dus uiteindelijk dopingarts, nadat ik was weggegaan omdat er achter mijn rug om doping werd geslikt."

De strijd tegen doping is hevig en kostbaar geworden. Elke van de weinige, vorig jaar betrapte Nederlandse (top)sporters kostte de Dopingautoriteit anderhalve ton.

"Topsport is een klein deel van het probleem. De Dopingautoriteit heeft berekend dat 164.000 mensen in sportscholen middelen gebruiken van de zwarte markt en internet. Ik zie dingen voorbijkomen die ik nog niet aan een hond zou geven. En ze helpen niet eens."

"Dat nuancering van doping in Nederland zo'n groot probleem is, komt omdat het internationaal niet is te verkopen. Een dopingvrij Nederland is een utopie. Dat is hetzelfde als zeggen: er worden geen drugs meer gebruikt, de wietteelt stopt, er wordt niet meer gerookt."

"Ik ben voor goede voorlichting. Daarom was ik betrokken bij de oprichting van het NeCeDo (Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken, voorloper van de Dopingautoriteit, red.). Uit die tijd stamt het idee van toenmalig directeur Emile Vrijman van de vertrouwensarts. Daar is niets mee gedaan."

"Verspreid over Nederland vijftien of twintig van die vertrouwensartsen, die goede informatie geven, gebruik afraden, maar als het niet anders kan in godsnaam maar voorschrijven om schade te voorkomen. Zoals ik dat altijd heb gedaan. Ik heb veel vrouwen kunnen afhouden van anabole steroïden die veranderingen in het lichaam teweegbrengen die niet omkeerbaar zijn. Doping kun je niet bestrijden, je moet proberen het te reguleren."

Even uitschrijven om op kracht te komen

Het land was te klein toen Michel Karsten in 1992 verklaarde een Nederlandse olympische schaatser met doping te hebben begeleid. Karsten noemt die affaire nu 'een slip of the tongue'. Die maakte wel duidelijk hoe groot de behoefte was: drie jaar later moest Karsten de begeleiding van sporters staken wegens de overweldigende vraag.

Een voorbeeld uit zijn praktijk: "Een Nederlandse sporter vraagt op mijn spreekuur om anabolen. Hij is ziek geweest, wil herstellen en meer spiermassa krijgen. Ik zeg: dat kan niet, je zit in de A-categorie, je kunt onverwacht worden gecontroleerd. Nee, zegt hij. Ik heb me voor een jaar afgemeld bij de atletiekunie. Dan kunnen ze me niet controleren."

"Zo doen ze dat in Rusland en andere landen. Ze zien een jong talent, schrijven het niet in bij een sportorganisatie maar begeleiden haar of hem met anabolen waarmee een enorm spierstelsel wordt opgebouwd. Is dat klaar, dan kan aan wedstrijden worden deelgenomen. Ze kunnen testen wat ze willen, ze vinden niets."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden