Column

Beste intellectueel, er is ook leven buiten de universiteit

Beeld Trouw

In mijn universitaire loopbaan is er één moment geweest waarin ik deze acuut had willen afbreken. Nog niet zo lang geleden, toen een student mijn wereld bijna liet instorten.

Bij een tentamenvraag had ik een paar zinnen van Kant geciteerd in het Duits. Geen moeilijk Duits; in het college was die passage uit en te na becommentarieerd. Maar op het antwoordvel van één student vond ik de opmerking: ‘Wij worden niet verondersteld Duits te kunnen lezen. Dit is een illegale vraag.’

Het was alsof mijn wereld instortte. Waar doe ik in godsnaam al die inspanning voor?, vroeg ik mij in wanhoop af. Het antwoord kwam snel, met een blik op de andere tentamens die wel getuigden van intellectuele toeleg en nieuwsgierigheid. Want wie aan een universiteit studeert, doet dat met heel zijn wezen. Het is een habitus, die zich niets aantrekt van de grenzen van het curriculum en de vraag wat je van de stof wel en niet moet kennen. Wie tot een universitaire studie geroepen is, wil álles leren kennen.

Althans, zo zou het moeten zijn. Want dat stelt hoge eisen en niet iedereen kan die opbrengen. Erg is dat niet. Niet elke persoon hoeft naar de universiteit. Die laatste is de afgelopen halve eeuw almaar verder uitgedijd. Vanaf ongeveer de jaren zestig kon iedereen die daartoe de capaciteiten had de hoogste intellectuele vorming genieten. Sinds het jaar 2000 is het aantal studenten nog eens met bijna 60 procent gestegen, zo stelde de afscheidnemende rector magnificus Bert van der Zwaan in deze krant vast.

Rehabilitatie

Van de weeromstuit is daardoor de overtuiging ontstaan dat, nu iedereen naar de universiteit kan, iedereen ook naar de universiteit moet. Dat is die laatste niet ten goede gekomen, net zo min als dat een voordeel is geweest voor andere onderwijsvormen, die óók heel eerzaam en nuttig kunnen zijn. Die laatste verdienen dan ook dringend rehabilitatie: niet alleen het vmbo, zoals nu vanuit regeringskringen wordt bepleit, maar ook alles wat tussen het vmbo en de academie zit.

De universiteit zou misschien de eerste moeten zijn om zich dat te realiseren en haar neiging tot expansie drastisch moeten beperken. Ze moet het, met andere woorden, vanuit haar eigen roeping aandurven niet te groot te willen zijn en zichzelf niet naar voren te schuiven als het enige opleidingstype dat ertoe doet. Ook Van der Zwaan constateert dat er op de universiteit nu te veel studenten zitten die elders veel beter op hun plaats zouden zijn.

'Excellence'

Stiekem zijn de universiteiten zo’n uitzuivering al begonnen. Voor hun uitblinkende studenten hebben ze de elite-instellingen van ‘university colleges’ bedacht – of welke Engelse naam hun bij de excellence daarvan verder ook inviel. Dat zijn de plekken waarin de uitzonderlijke geest wordt hooggehouden die oorspronkelijk toekwam aan ‘de academie’. Die stakker wordt nu een beetje aan haar lot wordt overgelaten.

Dat is de omgekeerde wereld, waarin de universiteit de kool én de geit probeert te sparen: mateloze groei met behoud van de roep van ‘excellentie’. De zeer- en hooggeleerden die daarbinnen doceren laten zich er al evenzeer door begoochelen als de studenten die denken het leven niet aan te kunnen zonder doctoraalbul, al kan de academische geest hen verder de bout hachelen.

Ook buiten de universiteit is er leven, zo zouden beide groepen zich moeten realiseren – en om te beginnen zou de academie zichzelf daartoe niet moeten opdringen als de maat van alles. Zij is niet de enige opleiding waarmee je je met goed fatsoen vertogen kan. Maar ze is ook niet de enige intellectuele omgeving waarin een denker en geleerde in zijn element kan zijn. Het eerste moeten studenten zich aantrekken, het tweede de docenten, want ook zij vergeten nogal eens dat er buiten de academische muren een wereld te winnen is.

Leven buiten de universiteit

Tot ruim een halve eeuw geleden was het gebruikelijk dat een universitaire carrière een belangrijk deel buiten de academie had plaatsgehad. Eerst moest de afgestudeerde de wereld in; pas veel later kwam hij beladen met veel ervaring en wijsheid uit het (middelbaar) onderwijs of bedrijfsleven terug naar de universiteit. Die gewoonte is doorbroken in de jaren zestig, toen de explosief groeiende universiteiten snel veel nieuwe docenten nodig hadden en studenten er direct na hun doctoraal emplooi vonden.

Inmiddels is dat automatisme weer verdwenen en dat lijkt me een goede zaak. De wereld is groot en de universiteit moet met haar de innigst mogelijke banden blijven houden, wil zij zich niet verliezen in irrelevantie en wereldvreemdheid. Er is ook buiten haar veel leven, soms zelfs een aantrekkelijker leven, voor wie zichzelf een intellectueel bestaan toedicht. De academie, van haar kant, zou een iets grotere bescheidenheid niet misstaan.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier zijn eerdere columns.

Lees ook:
'Utrechtse rector magnificus: Universiteiten moeten slechte studenten eerder weg kunnen sturen'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden