Beste Bert uit 1969,

Wie was u toen u een jaar of 20 was? Welke plannen en idealen had u toen? En wat is ervan terechtgekomen? In een korte serie schrijven bekende Nederlanders een brief aan hun jongere ik. Vandaag: verpleeghuisarts en Trouw-columnist Bert Keizer.

We gaan terug naar 1969, tien jaar na de dood van mijn moeder. Ik tref mijn jongere ik in de eetzaal van Dartington Hall in Totnes in Devon, Engeland. Hij is verliefd op Jaki, die hier een dans- en dramaopleiding volgt. Hij zit niet te eten in die prachtige eetzaal, maar is de tafels aan het dekken. Hij werkt er in de keuken als afwasser, fornuisstoker, schoonmaker en groentekok. ’s Avonds leest hij Russells ’A History of Western Philosophy’ uit de bibliotheek van de eigenaars van het landgoed.

Terwijl hij netjes de vorken en messen poetst overdenkt hij zijn vooruitzichten en dan wordt hij bang: shit! Stel je voor dat ik op mijn 50ste nog steeds dit soort werk doe waarvoor ik mezelf vergeefs probeer te troosten met het feit dat ik ’s avonds zulke goeie boeken lees.

Goed dat je je hier zorgen over maakt, want zo zou je erg ongelukkig worden. Maar je zorgen leiden wel ergens toe, die angst gaat je voortdrijven, niet naar glorieuze, maar wel naar respectabele verrichtingen.

Wat de dood betreft (laten we maar vooraan beginnen), met de veel te vroege dood van Maud, de vrouw van je beste vriend, zul je nog eens gewezen worden op hoe de zaken ervoor staan hier op aarde. Daarna kom je tot je zestigste zo ongeveer met de schrik vrij. Je vader wordt 87 en zal na een betrekkelijk korte worsteling worden doorgelaten de dood in. Je denkt nu te weinig aan hem, maar voorbij je 25ste ga je hem waarderen voor wat hij is, ja lach maar, ik hoop trouwens dat jij straks door jouw zoon op vergelijkbare wijze te grazen wordt genomen, dan zul je nog eens terugdenken aan je ongelovige lachje van nu.

Zullen we nog wat meer toekomst doen? Je helden? Als jij zestig bent dan zijn er al twee van The Beatles overleden, nee ik zeg niet welke, en niet één van The Stones zoals jij ze nu kent.

Carmiggelt en Russell komen redelijk goed weg, Reve wat minder, hij moet eerst door dementie heen voordat hij de wei in mag. Je heldenrijtje is nog niet af natuurlijk, je krijgt er nog een paar bij van wie je nu denk ik niet eens de namen kent. Wittgenstein, Larkin, Beckett, Dickinson, nee, daar zitten geen wielrenners bij, allemaal schrijvers en/of denkers.

Je wordt zelf vader, twee keer zelfs, maar wel uit verschillende bedden. Ideaal is dat niet, jongen je hebt geen idee wat je te wachten staat. Geen paniek, ook heel leuke en onvergetelijk mooie dingen, maar je grondwaarneming over de aard van het menselijk bestaan, die ga je wel bevestigd zien: het is veel moeite en getob, het is ZO veel moeite en getob dat de aardige aspecten daar eigenlijk nooit tegen opwegen. Je denkt dat je je daaruit los gaat maken door de eis dat je op je dertigste OF gelukkig wilt zijn OF dood, maar je zult dertig worden en niet gelukkig zijn en mooi doorleven. Je onderschat de taaiheid van de menselijke aard waar het op doorleven aan komt. Op je zestigste ken je Jaki nog steeds, het meisje, de vrouw door wie en voor wie jij nu hier bestek staat te poetsen. Woont in Brighton tegenwoordig. Alleen.

Het heeft natuurlijk geen zin, maar toch: misschien moet je iets minder lezen en iets meer leven.

Kijk, nou durf je niks te zeggen, beetje beschroomd type ben je dan ineens als het erom gaat zelf naar voren te stappen en te zeggen: ik wil filosoof worden. Dat wil zeggen: iemand die de mens helemaal opnieuw zijn plaats wijst in het heelal.

Of die opmerkt dat de mens te klein is voor een rol in dat geheel. Je bent overigens géén groot filosoof, maar dat merk je pas als je filosofen echt gaat lezen. Geeft niet, je kunt schrijven, maar ook daar weer die schroom. Wacht niet zo lang met hardop voorlezen aan anderen, dat bespaart je heel wat leed.

Je bent een jongen, dus wil je graag een kras achterlaten op de muur van het leven. Maak daar een beschaafd en aandoenlijk krasje van en hou op jezelf te treiteren met voorbeelden waar je niet bij in de buurt komt en waar je weinig anders aan ontleent dan het gevoel dat je ’toch niks kunt’.

Jeugd is iets prachtigs, zei Oscar Wilde, jammer dat het aan de verkeerde mensen wordt gegeven. Aan jou bijvoorbeeld. Wees wat rustiger over je lichaam, vraag nog eens goed aan Jack hoe je eruitziet. Inderdaad, niet gek, geniet er een beetje van, ik hoef jou niet uit te leggen dat je straks grijs wordt, kaal en een beetje krom. Aan het verlies van tanden en haren zul je meer werk hebben dan aan het verlies van idealen, nee, je wordt niet dik of pafferig – maar ook jij gaat er een keer uitzien als iemand van wie het onprettig is te denken dat ie nog iets geslachtelijks doet.

Ter afsluiting: pleeg geen zelfmoord, want dan was deze hele brief voor niks, kus van je latere

IK.

De Ikon interviewt Bert Keizer morgen, zondag 16 augustus, over zijn brief in ’De andere wereld’ (7.00 uur, Radio 1).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden