Bestaat voor 99%

null Beeld Write Now!
Beeld Write Now!

Kroonrichel: de grillige overgangszone tussen Kraterklei en Rimpelgrond waarvan de hoog opgeschoten pieken lange, getande schaduwen werpen over het oppervlak. Kraterklei: de verdonkerde aardkorst, gepokt door de inslagzones van duizend maal duizend meteorieten, die ruwweg één derde van de hele maan beslaan. Vroeger, in koudere tijden, bleef de klei niet aan de zolen kleven, maar nu wel. Rimpelgrond: de bleke gruislaag die de maan haar voornamelijk grijzige uiterlijk verleent en door diepe, haast parallel lopende en mijlenlange groeven getekend wordt. Ze verzwijgt de aanwezigheid van ondergrondse ijszeeën, maar nooit heb ik me door haar laten begoochelen - ik hoor het ijs kraken en het water rommelen.
 - Ganymedes

Het verraste me hoeveel dingen een naam nodig hadden. Nog steeds ontdek ik oneffenheden in het stof die naamloos gebleven zijn, ook al slofte ik er jarenlang doorheen met mijn blik strak naar de toppen van mijn tenen gericht, bedacht op elke afwijkende rotsklonter of vormloze brok grond. Ik hield pas op toen mijn nek weer pijn begon te doen, wat hier, met die zwakke zwaartekracht, wel een stuk langer duurt. Dan keek ik op naar de klippen en kraterranden, naar vlakke bergtoppen die achter de horizon opdoemden. De horizon is hier zo dichtbij dat ik haar bijna kan aanraken.
Ook dat gaf ik een naam: Maanrand.

Duizend dingen gaf ik een naam, of, als je het exacte cijfer weten wil, als je zo iemand bent: duizendhonderdtweeëntachtig (1182) dingen, van Puimkruimels tot Callistoschaduw, van Gruiskarst tot Oceaanbelofte.

Toen ik landde, toen alles nog nieuw en vers en naamloos was en het boekje dat ik in mijn steriele, luchtdichte pakzak had nog onbeschreven, was Ganymedes haar doofstomme zelf, een grauwe wereld verstoken van de Technicolortinten die de getrukeerde ruimtebeelden ons hadden voorgespiegeld. Het was een homp rots met pretentie, zou ik je in die tijd gezegd hebben. Een soort versteende oogbal in het ijle. Een in alle opzichten mislukte onderneming op kosmogonische schaal. Eerst twijfelde ik aan het gezonde verstand van de uitgeverij - niemand die uit de verdroogde Grinthellingen en Kristallijndeiningen lyriek had kunnen persen, zelfs niet de grootsten, en ik al helemaal niet. Ik was jaloers op Horst, die Europa toegewezen kreeg, en op Nnedi's opdracht op en onder het oppervlak van Ceres. Sprak meer tot mijn verbeelding, weet u wel.

Write Now!
Trouw plaatst de komende weken de winnende verhalen van de regionale voorrondes van schrijfwedstrijd WriteNow!. Deze keer het verhaal 'Bestaat voor 99%' van de 23-jarige Klaas Smets, de winnaar van de Leuvense voorronde. Volgens het juryrapport ‘de inzender die de grootste ambitie toonde, met een onwerelds verhaal waarvoor hij een eigen, nieuwe taal verzon'.

Op 21 juni is de grote finale van WriteNow!, de schrijfwedstrijd voor jongeren. Alle winnaars van de voorrondes krijgen drie weken om een nieuw verhaal te schrijven voor de finale. De uiteindelijke winnaar krijgt onder andere een column op Trouw.nl.

Maar ik moet bekennen dat, nu mijn reis dan eindelijk tot een einde lijkt te komen, ik me toen vreselijk vergiste, dat ik nu woorden te kort lijk te komen voor alle subtiele neigingen en wendingen van het ondervoets krakende puinlandschap. Ik heb de schoonheid leren herkennen in de schuursporen van neerstortende asteroïden, hoe ze sierlijke geulen uitbeitelen en diepe voren trekken aan twintigduizend kilometer per uur - ik noemde het proces Schraapslag en het resultaat Impactslijpsel.
Thuis woonden we niet ver van de kust, ik en papa, toen ik nog voor hem zorgde, zo dichtbij de zandsteenklippen dat we met de vensters open de Atlantische Oceaan zachtjes konden horen lispelen, een verre herinnering aan de pruttelende oersoep die ze ooit was. Maar hier, gevangen onder ettelijke Ijsmijlen, was de oceaan een bijna hypothetische kracht, een kille vader zonder kinderen (dat was alleszins de consensus) die je nooit een goedenacht zou toefluisteren, die je enkel in je kilste nachtmerries bezocht. Vaak schrok ik wakker en ontdekte ik dat ik nieuwe dekens zou moeten leggen - er is niets dat tegelijk zo poëtisch en zo afschuwelijk is als een onzichtbare wereldoceaan, vele malen groter dan de zeven Aardse zeeën samen, die zich, nochtans slechts door een belachelijk dunne korst van je bed gescheiden, alleen laat opmerken door onverstaanbaar en gedroomd geknars.
Ook daar heb ik een woord voor verzonnen: Titaanwater.

*

Het verdriet van Europa is dat ze de krassen in het ijs niet kan dichten, en het mijne dat ik niet over hen kan dichten - ze zijn ongrijpbaar als de sneeuw die weigert te vallen, vluchtig als het wolkendek dat aan de hemel ontbreekt - beiden hadden soelaas kunnen brengen, beiden hadden de groeven onder glorieus wit kunnen bedekken en zo de vlakte van haar oneffenheid kunnen genezen - maar beiden keerden zich van haar af - enkel ik ben hier, enkel ik blijf hier.
- Europa

We ondervonden allemaal dezelfde moeilijkheden. Hoe een wereld in woorden te vatten? Hoe je te buigen over een naamloos landschap en te blijven spreken tot er geen plaats meer was voor stiltes?

Horst schreef epen over zijn ijsmaan, schonk haar gevoelens en gedachten, legde haar buitenaardse zinnen in de mond die hij vervolgens in haar naam naar begrijpelijkere idiomen omzette. Hij zag de problemen van zo'n aanpak niet in, en steeds opnieuw bleef ik wijzen op de cirkelredenering waar hij in dreigde vast te roesten, maar dan sloot hij gewoon de communicatiekanalen af en maakte zo een einde aan mijn bezwaren.

Het bleef altijd een evenwichtsoefening. Sommigen zagen de wereld die aan hen toegewezen was als een vervormd spiegelbeeld van de Aarde en spraken over haar in woorden die bekend in de mond lagen. Anderen bouwden nieuwe vocabularia en zelfs grammatica's uit, nieuwe talen voor nieuwe realiteiten. Voor Mei, die zeven Aardjaren op Charon zou blijven, het verst van huis van ons allemaal, bleek dit de ideale oplossing.

Dorrenland, monotoon slikkensop, donker en drossig onder zwart als nachtinkt, en dan zo vloekig en geschuimd in de ether: altijd Pluto, onderwereldlijk als doemheer aan de hemel, altijd opnieuw het gestampte en vlokkerige slamp, autoritair grijnzend en met blote tanden van stronkel en grenth en kobulder---
-Charon

Ik probeerde daarentegen altijd de middenweg op te zoeken.

Het begon als het benoemen van afzonderlijke entiteiten, van opvallende elementen in het landschap. Ik hield lijstjes bij waarin ik de namen voor verschijnselen in de Kraterklei van die in de Rimpelgrond scheidde, stelde rudimentaire woordenboeken op die ik aanpassen moest bij elke nieuwe toevoeging. Op goede dagen verzon ik gewoonlijk één of twee woorden, maar vaak gingen er inspiratieloze weken voorbij zonder enig resultaat en bleef mijn potlood onaangeroerd in mijn pakzak steken, lomp en monddood.
Na de eerste Ganymedesmaand besloot ik het anders aan te pakken.

Voor de verlamming toesloeg vertelde papa me over de liederen van zijn grootouders, mijn overgrootouders, en hoe ze door het zingen ervan hun weg vonden over het vijandige landschap - het was niet meer de tijd van de banshee en de selkie, en de Fomoire waren allang naar hun koninkrijk onder de golven verbannen, maar nog steeds eiste het land zijn slachtoffers. Een overgrootoom die in het veen wegzakte en nooit meer bovenkwam, een achterneef die bovenop een rotspunt in het brakke land door een plotse windstoot getroffen werd en pas dertig meter lager zijn nek brak. 'En dus,' murmelde papa, en misschien begon zijn tong toen al te verstrammen en heb ik het gewoon nooit opgemerkt, 'maakten ze het land tot een lied en zongen ze hun weg erdoorheen. Het waren lange gedichten, even lang als de ondernomen reis, die hen ongedeerd langs afgronden en turfmoerassen leidden. Ze zongen luidop of in zichzelf; de traditie was even rekbaar als het landschap veranderlijk en verraderlijk. Maar nu is alles afgebakend en liggen de wegen in de weg - de liederen zouden toch maar overstemd worden door het geronk van vrachtwagens.'
Voor zijn mond versteende trok hij me dicht tegen zich aan en zuchtte hij: 'Alle materie bestaat voor 99 procent uit leegte. Wees voorzichtig welke namen je haar geeft.'

Een mens hoort niet hier, een mens hoort hier niets,
en hoorde zij hier wel, dan zou het enkel het stille zweven
van de planetoïden zijn die, niet hoog genoeg, nooit hoog genoeg
boven de oppervlakte zweven, en hoewel ze hun koppige banen draaien
rond de zon die ook mijn zwaartekracht verbeeldt, toch lijken ze
er ooit genoeg van te zullen krijgen, en op die dag zal ik me
moeten hoeden voor het vallen en breken van de hemel.
- Ceres

*

Binnenkort komen ze. Nog zeven Ganymedesdagen, en dan komen ze.
Ondertussen verliest de maan haar eigenheid. Niet alleen de warmte (de temperaturen stijgen geduldig naar het nulpunt) maar ook de kleuren van het oppervlak verglijden naar het Aardse, grijs en grauw maken plaats voor aardebruin en mossig groen. Ik voel mezelf met de dag zwaarder worden in het pak, voel het pak zwaarder worden, voel het doorwegen op mijn huid. Gisteren werd de druk van de helm op mijn verzwakte schouders, volkomen het gevoel van 1G verleerd, zo ondraaglijk zwaar dat ik hem gewoon afnam. Zonder erbij na te denken, na al die tijd. Ik ademde in en ademde uit, en de lucht was bevroren maar niet langer giftig. Ze smaakte zuur en daarna bitter. Ik spuwde om de smaak uit mijn mond te krijgen, maar uiteindelijk hield ik ook daar mee op en pasten mijn papillen zich aan de chemische stank aan.
Dit is hoe ik weet dat mijn taak erop zit - alles wat ik zag heb ik benoemd, en nu alles een naam gekregen heeft en Ganymedes' land in mijn woorden verder leeft kunnen we, moeten we, afscheid van haar nemen. Iets nieuws komt in de plaats. Enkele maanden nog, en het Titaanwater barst in geisers uit de korst omhoog. Wanneer het neerregent zullen er zeeën en rivieren zijn die het land van het land zullen scheiden. Het groen zal haar wortels in de bodem slaan en een wereld claimen, autoritair, dictatoriaal, tot de mensen komen.

Mijn taak zit erop, en het enige wat ik nu nog kan doen is mijn schriften opbergen en een laatste wandeling maken doorheen een landschap dat me steeds onbekender voorkomt. Je zou kunnen zeggen dat het een eerste wandeling is. Dat zou je kunnen, ja.

Ik componeer een lied over het nieuwe land, en doe dit in de vorm van een teloorgegane traditie. Mijn vaders grootouders zouden het zo bezingen:

Over de getande Kroonrichel ga ik, en zeven mijlen lang wurm ik me tussen de evenwijdige hellingen van de Rimpelgrond die uitgeeft op de Schaalvallei-waar-het-stof-verschuift. Gestaag beklim ik Richelland-langs-duinenmeren en laat me afglijden naar opbrekend-Bodemglas-waar-ik-over-keien-struikelde. Vanaf daar de lange tocht naar Droogschorre-zonder-grip. Ik ga zitten en kijk naar de Maanrand-over-dal, zo dichtbij dat ik er een hap uit zou kunnen nemen, een hele mond vol.

Ik ontdek een scheur in het land die een onbekende steensoort aan de atmosfeer blootgeeft, en ik besef dat ik er geen woord voor heb. Maar ik maak geen woorden meer.

*

Vandaag vond ik een rotsfragment in het openbrekende landschap dat bezaaid is met lange, regelmatige striemen. Het was niet zwaar en ik kon het met beide handen gemakkelijk opheffen zodat ik het beter zou kunnen zien. Een dertigtal diepe krassen die parallel aan elkaar door het gesteente kruipen - onderbroken door een tweede reeks krassen die haaks, en ik bedoel haaks, als in een hoek van negentig graden, over de eerste ligt. Ik moet er urenlang naar gestaard hebben - Aardse uren, geen Ganymedesuren - voor ik een verklaring vond voor het fenomeen.

Leven? Nee, dat niet. Zelfs niet de meest volhardende extremofielen trekken zulke sporen in steen.

Tektoniek. Een gesteentelaag die eerst de ene en daarna de andere kant opgestuwd werd onder invloed van de borrelende maan. Een getuigenis van de korst die over zichzelf heen schuift en zich zo onherkenbaar verminkt.
Ik legde het rotsfragment precies op dezelfde plek terug en baande me een weg over de openbloeiende ondergrond, shuttlewaarts.

Ik bevind me in een baan rond Jupiter en verwacht nu elk moment door zijn zwaartekracht naar huis gekatapulteerd te worden. Schermen knipperen naar me en ik leg mijn handen op toetsen die warmer aanvoelen dan ikzelf.
Natuurlijk weet ik dat alles voor niets geweest is. Welke woorden ik ook verzinnen kon, nooit zouden ze mijn maan zo treffend kunnen benoemen als die krassen in de rots. Mijn taal was een misstap, een overtreding. Niets meer dan een parodie op de ware taal van Ganymedes zelf, zo diep onder en in het gesteente besloten.

Alle materie bestaat voor 99% uit leegte.
Onze woorden bestaan voor de kleine leegtes tussen de grote.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden