Column

Bestaat ons werk niet vooral uit het uitvergroten van het negatieve, hoe klein ook?

Sylvain Ephimenco.Beeld Trouw

Gisterochtend zag ik die onheilsprofeet van het positivisme bij het rechtse tv-programma van WNL verschijnen: journalist Charles Groenhuijsen heeft een boek geschreven waarin hij beweert dat we het nooit zo goed hebben gehad als nu. 

‘Optimisten hebben de hele wereld’ is de titel. Ik heb niets tegen constructieve journalistiek, maar er zijn grenzen. Die opgewekte liberaal ingestelde Groenhuijsen verpestte gisteren mijn ontbijt door met veel aplomb op de linksige Obama te leunen om zijn ei te leggen. Ja, wat vroeg die gewezen VS-president ooit? Als je mocht kiezen in welke tijd je geboren had willen worden, welke zou dat dan zijn? Het antwoord: onze tijd! Nooit eerder werden we zo oud en waren we zo gezond. In onze ­goed geïsoleerde en verwarmde huizen hebben we het nooit meer koud. We kunnen ons bliksemsnel van de ene naar de andere plek verplaatsen. De hele dag mobiel met elkaar communiceren. En ga zo maar door.

Tandenknarsend vluchtte ik terug naar mijn kindertijd. Ik zag me ’s ochtends die loodzware kolenkit naar binnen slepen en ’s avonds in dat smalle bed tegen mijn broer aan kruipen, met tussen ons een Duitse beddekruik uit de Eerste Wereldoorlog. Dat opvouwbare bed stond overigens bij gebrek aan ruimte in de keuken, waar we meestal die gehate preisoep aten met soms als bonus een zachtgekookt ei.

Toen hij eergisteren zijn boek presenteerde in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag, zei Groenhuijsen: “Als ik ergens pessimistisch van word, dan is ’t van de kwaliteit van pessimistische voorspellingen. De vooruitgang is ongekend, onvoorstelbaar en onomkeerbaar.” 

Ik voelde me, waarschijnlijk samen met honderden andere columnisten en journalisten, op mijn nummer gezet. Bestaat ons werk niet ten principale uit het uitvergroten van het negatieve, hoe klein ook, en uit het neerzetten van een gitzwart beeld van het idyllische? Want laten we wel wezen, als ik uit het chaotische en wanordelijke Italië terug naar Nederland ga, krijg ik bij het aanschouwen van zoveel perfectie bijna stelselmatig een herseninfarct in mijn chagrijnige cortex cerebri. Alles klopt, alles ademt een neiging naar harmonie en totaal geluk. De dijken houden stand en de files lossen na de spits weer op. 

Ik wil natuurlijk best de lezers dag in dag uit bang maken om mijn brood veilig te stellen. Schreeuwen dat afschaffing van die dividendbelasting een schande is, terwijl die maar 1,4 miljard bedraagt op een bruto binnenlands product van rond de 800 miljard. Of Nederland als racistisch neerzetten omdat in een Amsterdamse banketbakkerij een zwarte piet van marsepein, maar zonder roetveegje is ontdekt. Ik kan ook de ondergang van het polderland voorspellen onder het geluid van nazilaarzen, omdat een dandyachtige pianospeler het heeft gehad over ‘homeopathische verdunning’. Dat wil ik best doen. Maar dan moet er geen spuit 11 met een boek aan komen zetten, dat al mijn mikpunten in de war gooit. Weet die man trouwens hoe pijnlijk het is om in een land te wonen waar nog steeds geen genderneutrale wc-potten worden geproduceerd?

Lees hier meer columns van Sylvain Ephimenco.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden