Bestaat een solidair Eiropa wel?

De existentiële discussie over het bestaansrecht van de EU komt de komende weken tot een nieuw hoogtepunt. De kernvraag is of de Europese landen vooral hun eigen hachje willen redden, of zichzelf zien als onderdeel van een groep landen die gezamenlijk de problemen te lijf gaan. Vallen we door de crisis in Europa terug op ieder voor zich en God voor ons allen?

Er liggen twee cruciale topbijeenkomsten in Brussel in het verschiet van de 28 regeringsleiders. De eerste is op 18 en 19 februari en heeft twee loodzware agendapunten: de 'Brexit'-discussie over het lot van het Britse EU-lidmaatschap en (opnieuw) de migratiecrisis. Vier weken later is er alweer een volgende Europese top in Brussel.

De Pool Donald Tusk, die de bijeenkomsten voorzit, heeft die maart-top aangewezen als deadline. Als de aanhoudende migratiestroom langs de Balkanroute dan niet tot staan is gebracht, wachten ons "ernstige gevolgen, zoals de ineenstorting van Schengen".

Premier Rutte had het over een oplossing binnen 'zes tot acht weken'. Gisteren kwam er voor het eerst een plan hiervoor van Rutte met PvdA-leider Samsom naar buiten.

Solidariteit, een van de grondprincipes van de Europese samenwerking, lijkt tegenwoordig wel een vies woord, in de categorie 'politiek correct'. Dat geldt niet alleen voor de onderlinge, Europese solidariteit. Er staat ook grote druk op de bereidwilligheid om hulpbehoevende landen en mensen van buiten de EU ter wille te zijn. Het zijn er ook zo veel.

Het pessimisme is tot in de hoogste elites doorgedrongen. Ook de tweede man van de Europese Commissie, Frans Timmermans, liet zich in november ontvallen dat "ik voor het eerst in mijn bewuste beleving van de Europese samenwerking denk: het zou ook weleens kunnen stranden".

Hij deed dat aan het einde van een discussieavond in Amsterdam waarin het optimisme juist de boventoon voerde. Het leek alsof een pastoor of dominee aan het einde van een bevlogen preek zegt: "Ik heb het wel vaak over Hem gehad, maar misschien bestaat God helemaal niet."

Zo diep is de scepsis dus al doorgedrongen. EU-landen drijven uit elkaar en lijken dat helemaal niet erg te vinden. Ze houden het in ieder geval niet tegen. Niet dat hier een soort gezamenlijk plan achter zit: elk land heeft juist zijn eigen, doorgaans nationale redenen om weg te drijven: economische, politieke (links of rechts), culturele. De Portugese onvrede is niet te vergelijken met de Poolse. Dat is nu juist een deel van het probleem.

Is deze kaart van een niet-solidair Europa te pessimistisch? Dat zal dit (voor)jaar al moeten blijken.

Verenigd Koninkrijk

Ging in 1973 een verstandshuwelijk aan met het continent. Dat ging goed zo lang het land er economisch de vruchten van plukte en een voorkeursbehandeling kreeg bij het afdragen van de clubcontributie. Mogelijk nog dit jaar spreken de Britten zich per referendum uit over de vraag of die voordelen nog steeds opwegen tegen de nadelen, zoals besmetting door de eurocrisis, de vermeende bemoeizucht van Brussel en de druk die EU-immigranten leggen op de sociale voorzieningen. "Brussel is te groot en te bazig geworden", zegt premier Cameron bij herhaling.

Denemarken

Minimalisme en lauwheid tekenen de Deense EU-clubliefde. Het land heeft, in lijn met Groot-Brittannië, vroeger al allerlei uitzonderingsposities bedongen, zogeheten 'opt-outs'. Zo hoeft Denemarken niet mee te doen met onder meer het gemeenschappelijke EU-justitie- en veiligheidsbeleid. Daaronder valt ook de verdeling van asielzoekers. De Denen waren op voorhand ook niet geïnteresseerd in de euro.

Elke verandering in deze opstelling dient per referendum door de bevolking te worden goedgekeurd. Begin december zei 53 procent van de Denen 'nee' tegen het schrappen van de opt-out op justitiegebied. Kopenhagen blijft daarmee uitgesloten van een gecoördineerde aanpak van terrorismebestrijding.

Zweden

Zweden gold lange tijd als een loyaal en kalm EU-land dat grote aantallen asielzoekers binnenkreeg zonder daar veel misbaar over te maken. Maar de afgelopen maanden is dat veranderd. Net als in Duitsland kraakt het asielsysteem in zijn voegen. Stockholm heeft weer grenscontroles ingevoerd. Deze maand bleek dat ook Zweden zijn 'Keulen' heeft: tijdens de jaarwisseling waren er ook aanrandingen door allochtonen in Malmö, en in de zomer verzweeg de politie massale aanrandingen tijdens een jeugdfestival in Stockholm. Ook onder de Zweden overheerst nu het gevoel dat nationale belangen vóór Europese solidariteit gaan.

Duitsland

Angela Merkel geldt als de enige regeringsleider die nog in woord en gebaar warmloopt voor een solidair Europa, niet alleen onderling maar ook met het hulpbehoevende deel van de wereld. Maar de bondskanselier staat van alle kanten onder druk, ook binnen haar eigen partij. De druk van de honderdduizenden asielzoekers is immens en zal voorlopig niet afnemen. De massaverkrachting in Keulen tijdens de nieuwjaarsnacht was een breekpunt. Volgend jaar zijn er Bondsdagverkiezingen en zou er zomaar een einde kunnen komen aan de periode-Merkel. Hoe pro-Europees is Berlijn daarna nog?

Spanje

'Spanje is het probleem en Europa de oplossing', is een gevleugelde uitdrukking van de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset (1883-1955). Maar de decennialange EU-liefde is ook bezuiden de Pyreneeën bekoeld, al weten de Spanjaarden zich nog niet helemaal raad met die gevoelens. De verkiezingen van december verpletterden het tweepartijensysteem. Podemos, de Spaanse versie van het Griekse Syriza, is nu de derde partij en een niet te negeren stem in de moeizame formatie-onderhandelingen. Mocht er een linkse coalitie komen, dan zal Madrid eurokritischer zijn dan Brussel ooit heeft meegemaakt.

Portugal

De eurocrisis, het steunpakket van 78 miljard euro en de keiharde bezuinigingen hebben danig afbreuk gedaan aan het EU-enthousiasme onder de Portugezen. De onzekerheid over de te volgen koers blijkt verder uit een reeks politieke crises. Zoals in zo veel EU-landen is het politieke landschap in Portugal versplinterd, waardoor de vorming van een stabiele regering alsmaar moeilijker wordt. Na de verkiezingen van oktober is na veel geharrewar een linkse minderheidsregering geboren. Pensioenen en minimumlonen gaan weer omhoog, privatiseringsplannen zijn op een zijspoor gezet. De boodschap aan Brussel is duidelijk: opzij, we doen voorlopig even ons eigen ding.

Italië

"Als dit jullie idee van Europa is, kunnen jullie het houden", schijnt premier Matteo Renzi vorig jaar te hebben uitgeroepen tegen de andere 27 EU-regeringsleiders. Hij klaagde over het gebrek aan solidariteit, de onwil van andere landen om Italië te ontlasten in de migratiecrisis. Het lijkt wel of Renzi sindsdien denkt: zoek het ook allemaal maar uit met z'n allen. Want de laatste tijd is het juist Rome dat zich van zijn minst solidaire kant laat zien. Zo fungeert Italië, tot grote ergernis van andere landen, als stoorzender bij het bijeenkrijgen van de noodzakelijke miljarden voor het Turkije-fonds.

Griekenland

Het Griekse drama heeft al honderden voorstellingen achter de rug en speelt nog geregeld voor een uitverkocht huis. Het 'nee' van 61 procent van de Grieken tijdens het referendum van juli vorig jaar was niet zomaar een afwijzing van een opgelegd hervormingsprogramma, maar een opgestoken middelvinger tegen bemoeienissen uit Brussel (en Washington). Ook in de migratiecrisis voelen de Grieken zich geslachtofferd: 'de EU faalt en wij krijgen de schuld'. Op deze afkeer drijft niet alleen de regerende Syriza-partij, maar ook de zo mogelijk nog linksere, marxistisch-leninistische KKE en de extreem-rechtse Gouden Dageraad. Vooral die laatste spint garen bij de migratiecrisis.

Hongarije

De Hongaarse premier Orbán van de Fidesz-partij geldt als spreekbuis van de euroscepsis in de oostelijke EU-helft. Maar hij is nog gematigd vergeleken bij de xenofobe Jobbik-partij die Orbán zich van het lijf moet zien te houden. Bij de verkiezingen in 2014 kregen Fidesz en Jobbik samen 65 procent van de stemmen, waarmee Hongarije Europees kampioen euroscepsis werd. West-Europeanen wijzen de Hongaren op het (geldelijke) profijt dat ze hebben getrokken uit het EU-lidmaatschap. Dus zouden ze nu solidair moeten zijn in de migratiecrisis. Orbán vindt dat een vals argument en inspireert de regio met zijn nationaal-assertieve beleid.

Polen

In Polen is de stemming sluipenderwijs omgeslagen van ongebreidelde EU-liefde naar EU-verkilling. De nieuwe, aartsconservatieve regering heeft het Brusselse establishment in een paar weken tijd op de kast gekregen. Dat de nieuwe premier Beata Szydlo de EU-vlag liet weghalen uit een Poolse perszaal, was veelzeggend. Nu staan daar twee Poolse vlaggen. "Voor een bepaalde groep Polen is er een einde gekomen aan het proces waarbij ze het Westen door een roze bril bekeken", schrijft de Poolse analist Jaroslaw Kuisz deze week voor Carnegie Europe. Waar het land vooral allergisch voor is, zijn opgeheven vingertjes vanuit Brussel en al helemaal vanuit Berlijn.

Nederland

De 'hipsters van de Europese neurose', zo werden Nederlanders deze maand omschreven door de Europa-columnist van het Britse weekblad The Economist. Noem een symptoom van euroscepsis 'en de Nederlanders waren de eerste'. Waar argwaan over de EU in andere landen relatief nieuw is, loopt er in Nederland een rechte lijn van Frits Bolkestein via Pim Fortuyn naar Geert Wilders ('de Nederlandse Donald Trump', volgens The Economist).

De neiging om zich terug te trekken 'achter de dijken' is niet nieuw. VVD-premier Mark Rutte speelt al jarenlang met electoraal succes de nationale kaart, al moet hij tijdens het EU-voorzitterschap even als bruggenbouwer optreden.

Frankrijk

Als voornaamste grondlegger van de naoorlogse Europese samenwerking, destijds vooral bedoeld om Duitsland in het gareel te houden, is zelfs Frankrijk tegenwoordig EU-moe. De langdurige economische malaise en de terreuraanslagen zijn daar debet aan. Bij de Europese verkiezingen van mei 2014 kreeg het Front National (FN) van Marine Le Pen 25 procent van de stemmen. Onder druk van het FN ziet de socialistische president Hollande zich gedwongen eveneens een kritische toon tegenover Brussel aan te slaan. Volgend jaar april of mei zijn de presidentsverkiezingen. De verwachting is dat die worden gedomineerd door rechts (Nicolas Sarkozy) en extreem-rechts (Le Pen).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden