Bestaat de Flevolander eigenlijk wel?

Jaap Dekter uit Almere: "Wij zijn allemaal opgegroeid toen hier nog niets was". Beeld Bram Petraeus

Flevoland viert zijn dertigste verjaardag. Maar heeft de provincie ook een eigen identiteit? Trouw vroeg het Flevolanders die net zo oud zijn als hun provincie.

Vraag een willekeurige Flevolander of hij zich Flevolander voelt, en hij schudt zijn hoofd. 'Nee joh, hoogstens Almeerder' of 'Eerder Flevoboer' en 'Wat wil je, we bestaan ook nog niet zo lang'. Maar als je hem dan vraagt of zijn provincie dan maar moet worden opgeheven, windt hij zich er plotseling over op. 'Nee zonde!' Of:'Flevoland heeft ook zijn charme. Echt.'

Flevoland is een provincie als geen andere. Het is nieuw land, gepland en heeft daardoor een hele andere bouwstructuur én bevolking dan andere provincies. Zo is het landschap er internationaal beroemd om de kaarsrechte indeling land en is de gemiddelde leeftijd er verreweg het laagst van alle provincies. Maar hebben deze afwijkende structuren in de dertig jaar dat de provincie bestaat ook een eigen identiteit opgeleverd?

"Als Guus Meeuwis iets zegt, denkt iedereen dat hij voor Brabant spreekt. Maar als Ali B. iets zegt - hij komt uit Almere - vraagt niemand hem of dat iets zegt over Flevoland", zegt Jaap Dekter. De 29-jarige eigenaar van start-up Helpthecrowd in Amsterdam zit aan de tafel van zijn luxe nieuwbouwflat - 19e verdieping - in Almere. Hij is geboren en getogen Almeerder. Of nou ja, strikt gezien is hij geboren in Naarden. Er was toen nog geen ziekenhuis in Almere. Dus hebben alle eerste generatie Almeerders Naarden in hun paspoort staan, vertelt hij grinnikend.

Geen gemeenschappelijke deler
Omdat hij geboren is in hetzelfde bouwjaar als zijn provincie, 1986, is hij de uitgelezen persoon om te vragen naar de Flevolandse identiteit. Maar op die vraag is hij even stil. "Er is nog geen consensus over wat de Flevolander typeert. We hebben geen gemeenschappelijke deler zoals Brabantse gezelligheid of Friese nuchterheid. Ik voel me geen Flevolander. Eerder Almeerder. In de rest van de provincie kom ik nooit."

Zo'n veertig kilometer verderop mijmert de 30-jarige Eva Vanbijlevelt in haar kledingboetiek At Eve's in het nieuwbouwcentrum van Dronten over dezelfde vraag. Wat Flevoland typeert? Dat is voor ieder gebied anders denkt ze. "Almere is heel Amsterdams, de Noordoostpolder is agrarisch."

En Lelystad? "Tja. Ik ben daar geboren, mijn ouders zijn er weggegaan toen ik vier was omdat ze me daar niet naar school wilden doen." Dronten is volgens haar 'ons kent ons'. Niet zo bruisend als een grote stad, maar wel veilig en fijn wonen, ze zou hier haar kinderen wel laten opgroeien." En als ze ergens zou moeten wonen, zou ze dan in Flevoland blijven? Dat hoeft voor haar niet, "daar heb ik weinig mee."

Eva Vanbijlevelt uit Dronten: "Nee, geen oude binnenstad, maar dat betekent niet dat er geen sfeer is". Beeld Bram Petraeus

Artificieel
Hiermee bevestigen de twee 1986'ers het beeld dat de rest van Nederland van Flevoland heeft: een bijeengeraapte provincie zonder geschiedenis, artificieel en met weinig onderlinge verbondenheid.

"Een Flevolandse identiteit bestaat niet echt", denkt ook historicus Remco van Diepen. Met zijn collega Henk Pruntel zit hij aan tafel in het Nieuw Land-archief in Lelystad. Op een steenworp afstand van fashionoutlet Bataviastad leggen de twee uit dat dit juist door de historie van de provincie komt. "Natuurlijk kun je voor iedere provincie zeggen dat identiteit een construct is. In Limburg heeft een stel intellectuelen een eeuw geleden ook bedacht dat het katholicisme, het carnaval, de mijnen hun verbindt", zegt Van Diepen.

Maar Flevoland heeft zelfs zo'n geconstrueerd idee van identiteit niet, gaat zijn collega Pruntel verder. "Dit komt onder andere doordat de verschillenden delen van Flevoland op verschillende tijden zijn opgeleverd en een andere weerspiegeling zijn van de tijd waarin ze werd ingericht."

De dorpen van de Noordoostpolder ademen bijvoorbeeld het na-oorlogse maakbaarheidsideaal. Boeren moesten door een strenge selectie om hier te mogen werken en bovendien werd er gepoogd evenveel mensen uit iedere zuil te vestigen. Toen twintig jaar later Zuid-Flevoland werd opgeleverd, zagen de plannen er heel anders uit. Het nieuwe land was niet langer voor de boeren bestemd, ineens werden er steden gebouwd om problemen van overbevolking elders op te lossen. Van selectie was nauwelijks nog sprake: er kwamen voornamelijk gastarbeiders en Amsterdammers wonen die behoefte hadden aan een huis met tuintje. Veel van hen gingen forenzen. Pruntel: "De weg naar Amsterdam werd ervoor verbreed."

Verschil per regio
Daarbij zie je dat de mensen per regio zich op andere gebieden in 'het oude land' oriënteren. Pruntel: "Noordoostpolders komen de brug niet over en kijken naar Overijssel, Zeewolde kijkt naar Harderwijk en Almere naar Amsterdam. Almeerders lezen het Parool en toen het ziekenhuis van Emmeloord met Lelystad ging samenwerken, weigerden velen daarheen te gaan."

In Espel, Noordoostpolder, wordt dit volmondig beaamd. "In onze polder gaat iedereen naar Zwolle: voor de meeste mbo's en het hbo, maar ook voor de gezelligheid. Dat was vroeger al zo: je ging met je moeder winkelen in Zwolle, en dat is nooit veranderd." Aan het woord is uienzaadteler Michael Peeters, eveneens geboren in 1986. Hij is een kleinkind van de verzuiling. Zijn ene opa was een katholieke boer, zijn andere opa protestants. "Toen mijn ouders trouwden, zei mijn opa: twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen", vertelt hij.

Volgens Peeters is er inderdaad een kloof tussen boeren en stedelingen. "Flevoboeren kennen elkaar allemaal, en ze kunnen ook goed met elkaar. Met Lelystad en Almere hebben we niets, de mensen daar willen niets weten van het platteland. Dronten en Emmeloord, kunnen er nog wel mee door."

Eiland
En Urk? Dat is een vreemde eend in de bijt. "Gelovig, en nog steeds duidelijk een eiland. De meeste bewoners wonen en werken daar en komen er nauwelijks uit." De sfeer in Espel is heel anders, zegt hij. "Iedereen hoort erbij als je maar een beetje bij als je maar meedoet.

Ook Dekter bevestigt de theorie. "Zie je dat daar?" De Almeerder wijst uit zijn raam naar een flat aan de andere kant van het meer waarover hij uitkijkt. "Almere-Haven, daar ben ik opgegroeid. Tussen de Amsterdammers." Zijn ouders hadden de eerste boekhandel van Almere. "Als er een boekenserie over Amsterdamse wijken was, was die meteen uitverkocht", vertelt Dekter.

Ook nu heeft hij nog veel met de hoofdstad. Hij heeft er drie jaar gewoond en heeft zijn bedrijf daar gevestigd. "Ik ben hier terug omdat het veel goedkoper is. Voor het geld dat dit huis kost, heb ik in Amsterdam nog niet de helft van de oppervlakte. En ik ben vanuit hier alsnog in 30 minuten op de Dam."

Maar dan gebeurt het. Plotseling schemert er iets anders door bij de Almeerder. Felheid. "Maar het is hier ook weer niet zo erg als anderen doen voorkomen", zegt hij. Ineens blijken de generatiegenoten wel degelijk iets met elkaar gemeen te hebben: ze verdedigen allemaal dat ze hier vandaan komen en er nu met plezier wonen.

Uienzaadteler Michael Peeters uit Espel: "Met Lelystad en Almere hebben wij Flevoboeren niets". Beeld Bram Petraeus

Zeebodem
"Je gaat in Almere misschien niet je tienjarig huwelijk vieren, maar er is genoeg te doen. Het is betaalbaar en ik kan er met mijn vriendin prima uit eten", zegt Dekter. Daarnaast vinden buitenlanders het altijd juist zeer interessant. "Wij wonen op land dat vroeger zeebodem was. Ze komen hier met bussen onze architectuur bekijken."

"Mensen uit de Randstad zijn erg negatief over Flevoland. Ze vinden deze winkelstraat bijvoorbeeld lelijk", zegt ook Vanbijlevelt. Ze wijst naar haar nieuwbouwstraat van donkerrood baksteen met plat dak in het centrum van Dronten. "Nee, het is geen oude binnenstad, maar dat betekent niet dat er geen sfeer is. Je kunt er misschien geen kroegentocht doen, maar er valt genoeg van te maken als je het maar wilt", zegt ze. "Ik vrees alleen dat veel Nederlanders dat niet kunnen zien. Dat is een verschil tussen de poldermens en de rest."

De poldermens, hoe definieer je die? "Die houdt van weids, en is gewend om te rijden", zegt Vanbijlevelt. "Iedereen heeft een auto. Voor ons is het niet ver naar Amsterdam, dat is andersom wel anders."

Volgens Dekter zit het hem in de pioniersmentaliteit. "Er heerst een gevoel van: wij rooien het wel, hier in de polder. We zijn allemaal opgegroeid toen hier nog niets was. Toen ik opgroeide was er overal zand en viel er niets te beleven. Daardoor zijn we gewend er zelf iets van te maken. Misschien denk ik er rooskleurig over en ben ik beïnvloed door de mentaliteit van mijn ouders, maar zo zie ik het", zegt hij trots.

"De Flevoboeren hebben dat ook", voegt Peeters eraan toe. "We zijn kinderen en kleinkinderen van geselecteerde boeren. We hebben goede grond en moeten daar mee aan de slag. Daarom zijn we innovatief, hebben visie en lopen altijd een beetje voor op andere boeren."

Kale polderwegen
En ten slotte is daar het landschap, verketterd door buitenstaanders, maar geliefd onder hen die er in opgroeiden. Schrijfster Eva Vriend beschreef het in haar boek 'Het nieuwe land'. "Als middelbare scholier legde ik de weg van huis naar school per fiets af: 16 kilometer heen, 16 kilometer terug. Langs lange kale polderwegen. De afstanden tussen de bomen is precies even groot. Als je in een goed ritme komt, is iedere boom exact drie trappen." Toen ze zeventien was verliet ze de polder opgelucht om te gaan studeren. Maar rond haar dertigste keerde ze terug, "om nooit meer weg te willen. Tijdens die fietstochten moet ik toch mijn hart zijn verloren."

Herkenbaar, vindt Peeters. "Recht en gemeten", zucht hij. "Ik plant de boompjes ook precies op dezelfde afstand van elkaar. Als het niet recht is doe ik het opnieuw." Ook Dekter vindt het mooi beschreven. "Ik erger me kapot in Amsterdam, overal die fietsers. Hier is alles goed geregeld, alle fietspaden en busbanen zijn apart van de weg. Het is zelfs zo veilig in Almere dat je er niet eens rijexamen mag doen. Dat moet in het Gooi of Amsterdam", vertelt hij.

"Flevoland is lekker plat en vlak, met rechte wegen", zegt VanBijlevelt. "Drie keer knipperen en je bent er doorheen", grapt de ondernemer. "Dat is toch mooi. Op zijn eigen manier, maar misschien begrijp je dat alleen als je hier bent opgegroeid."

Inpoldering

Als provincie bestaat Flevoland sinds 1 januari 1986. Tot dan toe hoorden de gemeenten Urk en Noordoostpolder bij Overijssel - aanvankelijk, tot 1950, viel Urk onder Noord-Holland. Dronten, Lelystad, Almere en Zeewolde waren niet provinciaal ingedeeld. De watersnood van 1916 gaf het definitieve zetje voor de inpoldering van de toenmalige Zuiderzee. De drooglegging van de Noordoostpolder werd voltooid in 1942, Oostelijk Flevoland volgde in 1957 en Zuidelijk Flevoland in 1968.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden