Column

Bespiegelingen bij een vervagende generatie Oranje-spelers

Beeld Maartje Geels

Maandag, op de eerste dag van deze week van een aangekondigde ondergang, zag ik Wes­ley Sneijder parmantig voortstappen door het hotel van Oranje. Ik grinnikte met ingehouden weemoed, had oogcontact met een collega en we begrepen elkaar: dat gaan we missen, dat mannetje en zijn onbreekbare houding.

Sneijder had de pers te woord gestaan. Je kon invullen wat hij had gezegd: dat hij alles voor Oranje en zijn medespelers zou geven. Hij heeft al langer niet zoveel meer om te geven, om het mild te zeggen. Ik had bij Robin van Persie gestaan.

Hem werd gevraagd naar de desastreuze oefenwedstrijd van Oranje begin maart 2014 in Parijs tegen Frankrijk. Louis van Gaal had op basis daarvan besloten dat het zo, zo open en kwetsbaar, op het WK niet kon. Van Persie wist er niets meer van. Hij had niet meegespeeld, dacht hij.

In de weken voor dat WK nam ik op deze plaats al afscheid van Rafael van der Vaart. Nu moeten, laten we reëel zijn, de anderen van zijn generatie worden uitgeluid. Hoe ze te plaatsen in onze voetbalgeschiedenis?

Dat is lastig, niet alleen omdat het ondoenlijk is om tijdsgewrichten met elkaar te vergelijken. Ze werden tweede en derde van de wereld, Sneijder en Robben wonnen de Champions League, Van Persie is de all time-topscorer van Oranje. Daar staan een mislukt toernooi (EK 2012), een gemist toernooi (EK 2016) en de huidige martelgang tegenover. Dat zijn toch meer minnetjes op het conto dan de voorgaande generatie, die van Frank de Boer en Phillip Cocu, met de uitschakeling voor het WK 2002.

Dat ik meer had met De Boer, Cocu en consorten, zal iets gevoelsmatigs zijn, iets van leeftijd, maar misschien toch niet alleen dat. In de nu vervagende generatie lagen al de kiemen van de nieuwe tijd, van egocentrisme en een afbrokkelend teamgevoel – een steeds minder prettige tijd voor wie van de essentie van teamsport houdt.

Van Persie speelde wél in die wedstrijd van maart 2014. Hij koestert het imago dat hij graag over voetbal praat, dat hij de momenten ervan opslaat. Juist hier wist hij niets van. Verslaggevers hielpen hem: de tactische ommezwaai was ook met spelers doorgesproken. Hij had naast Van Gaal op tribunes in Nederland gezeten, toen moest het daar toch wel over zijn gegaan? Van Persie begreep niet waar ze het over hadden – althans, dat wilde hij doen geloven.

Het kan niet anders dan dat hij dat heeft verdrongen. Arjen Robben had een zwaardere stem, hij liet zich als een verklaard voorstander van Van Gaals nieuwe plan kennen. Het alternatieve systeem was in offensieve zin op hem afgestemd, niet op Van Persie, die op het WK langzaam in Robbens schaduw wegzonk. Ik legde hem destijds de toch eervolle vergelijking voor met Ruud Gullit, die op het EK 1988 de flitslichten aan Marco van Basten moest laten en zich daar voor het team in schikte. Het viel niet goed bij Van Persie, en kennelijk heeft hij de episode inmiddels geblokkeerd – of hij wil dat.

Dan Robben zelf nog. Prachtige carrière, de enige international uiteindelijk die met zijn ervaring in de top de staat van Oranje nuchter kon en wilde schetsen. Toch bleef dat wrikken met het egocentrische in zijn spel, waarmee hij déze ploeg logischerwijs niet of nauwelijks kon helpen.

Ze konden voetballen, ieder op zijn manier. Maar helpen, kijken wat het team nodig heeft, het zat nooit in hun diepste wezen. Juist dat schrijnt te meer, nu Oranje zo hulpbehoevend is.

Ik heb maar niet meer gekeken hoe Wesley Sneijder donderdag het Stade de France uitliep.

Lees hier meer columns van Henk Hoijtink

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden